Oftewel: wat kun je maar beter NIET doen, als je op vakantie gaat? Hier acht beproefde manieren om je vakantie te verzieken (of in elk geval een stuk minder leuk te maken).

1. Te laat komen is nooit handig, maar op vakantie kan een trein / vliegtuig / aansluiting missen al helemaal nare gevolgen hebben. In het beste geval kost het je wat extra geld. In het slechtste geval is een alternatief buiten je (financiële) bereik of volgeboekt / niet beschikbaar.

2. Sommige mensen zweren bij een strakke planning. En in het dagelijks leven kan dat inderdaad verdomd goed werken, maar op vakantie… Iets minder. Als je elk half uur op je horloge moet kijken, heb je dan nog wel vakantie?

3. Ruziën met je reisgenootje(s). Over de planning. De airco. Iets van vroeger. Of een iets té hongerige blik in de verkeerde richting. Vakanties vormen niet voor niets een belangrijke relatietest. Ver weg van je dagelijkse omgeving steken irritaties al snel de kop op. Kun je die samen de baas, of verpesten ze de vakantie én de relatie?

Tip: je kunt niet altijd kiezen wat je overkomt, maar wél hoe je daarmee omgaat!
Uit ‘The Subtle Art of Not Giving a F*ck’.

4. Iets boeken dat te mooi is om waar te zijn. Natuurlijk zou het zomaar kunnen dat die paar positieve beoordelingen, bij die ene kamer die minstens de helft goedkoper is dan alle andere opties, inderdaad kloppen. Een beetje geloof in de mensheid kan geen kwaad, hè! En leuke deals bestaan gewoon. Maar kijk in zo’n geval altijd verder dan je neus lang is. (Kan iemand jou beduvelen? Ja. Kan iemand heel het internet beduvelen? Mwoah.)

Voor ons bezoek aan Albanië boekten mijn BFF en ik een spotgoedkope kamer, die eenmaal ter plaatse niet beschikbaar bleek te zijn. Ook de busritten van en naar Vlöre wil ik nooit meer overdoen. Maar voor de rest was deze vakantie best oké. 😉

5. Het verschil tussen een avontuurlijke, onvergetelijke rit en een rit (of vlucht, of boottocht) from hell is soms erg vaag. Wakker worden bij zonsopkomst, in een bus die langzaam over een Oekraïense zandweg hobbelt? Yes please. Rillend van de kou staan te wachten bij een grenspost? Liever niet, natuurlijk. Het verschil zit ‘m vooral in het comfort, maar ook in de voorbereiding (extra trui meegenomen?) en in je houding.

6. Te veel meesjouwen. Soms maakt een extra trui een wereld van verschil, maar overdrijf niet. Alles wat je inpakt, moet je daarna meezeulen, betalen, uitpakken, opruimen… Terwijl een vakantie (volgens mij) bedoeld is om lekker licht en vrij te zijn!

7. Vieze beestjes tegenkomen. Kakkerlakken. Bedwantsen. Enzovoorts. Aan de “confrontatie” valt meestal niks te doen – die beestjes zijn er nou eenmaal – maar wel aan de mate waarin ze de pret bederven. Met andere woorden, flip je compleet de pan uit (inclusief eindeloze tirades richting onschuldige mensen, en een rothumeur voor de rest van je vakantie)? Of probeer je er alsnog het beste van te maken? Zodat je energie overhoudt voor prioriteit numero uno, namelijk ervoor zorgen dat je dat ongedierte niet mee naar huis neemt!

8. In een poging om deze valkuilen uit de weg te gaan, kun je tot slot jezelf helemaal uit het oog verliezen. Je doet de nodige research, gedraagt je voorbeeldig, houdt alles en iedereen in de gaten, maakt foto’s voor het thuisfront (en social media)… Maar aan het eind van de vakantie voel je je een beetje leeg en teleurgesteld. Want alle mooie momenten zijn voorbij, en je hebt ze niet opgemerkt of benut.

Weet jij nog manieren om je vakantie te verzieken? En wat je daartegen kunt doen?

8 Comments

  1. Te hoge verwachtingen hebben waardoor iets tegenvalt. Of je humeur laten verpesten als iets niet gaat zoals je wil (of niet zo snel). Ik denk dat dat bij mij wel 2 factoren zijn die mijn vakantie kunnen beïnvloeden. Verder niets toe te voegen aan je lijstje, dat lijken me allemaal heel legitieme vakantieverpesters.

  2. Ik kom uit een caravan familie maar kan je zeggen daar kan ook een hoop mis. Het weer niet in de gaten houden en dan hals over kop de berg af moeten sjezen en de weg achter je weg zien spoelen bijvoorbeeld. Tegen een berghelling staan in een bocht met een kapotte auto en dan na de Frans ANWB op een parkeerplaats uitkomen en wakker worden door koeien die de caravan aflikken. Iemand meenemen waarvan je nog niet begrijpt dat het een trol is en dat ze je dochter ziekt (heeft nog jaren geduurd maar mn vader heeft het door). Met iemand op vakantie gaan die graag foto’s maakt en dan geen geduld hebben. Die laatste kan ook een dagje weg zijn.

    1. Hahahaha, bedankt voor deze aanvullingen! Met caravans heb ik namelijk 0,0 ervaring. Ben wel een keer een weekendje weg geweest in een Volkswagenbusje, maar toen bleven we gewoon in Nederland en het rijdt ook heel anders dan met een caravan achter de auto.
      En wat die foto’s betreft: ik kan beide partijen zijn. Dus degene die (te?) veel foto’s maakt, of degene die vooral dóór wil naar het volgende. (Met name als er voortdurend selfies gemaakt moeten worden, die dan vervolgens ook nog eens zo snel mogelijk online moeten verschijnen. Aargh!) Maar doordat ik het allebei weleens heb, kan ik me op zo’n moment goed inleven in die ander, en proberen om de gulden middenweg te vinden.

    1. Kletterende ruzie heb ik gelukkig ook (nog?) nooit gehad op vakantie volgens mij, maar wel dat de ergernissen zo hoog opliepen dat ik dacht: “Dit nooit meer!” (Al bleek het jaren later, toen we geen pubers meer waren, toch wel te kunnen.)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *