zonsondergang aan zee, "Land's End"

40 Dagen Bloggen: de eindstreep

Jaaaaaaaa, het is me gelukt! Ik heb de eindstreep van de 40 Dagen Bloggen Challenge gehaald, met 40 blogposts op de teller.

Een pittige uitdaging, maar het heeft me veel meer opgeleverd dan ik had verwacht.

Ten eerste heb ik nu het gevoel dat ik deel uitmaak van een “blog community”. Ik lees tegenwoordig meer blogs dan voorheen, reageer vaker, en krijg (dus) ook meer reacties op mijn eigen blog. Dat maakt het bloggen een heel stuk leuker, dus daar ga ik zeker mee door. <3

Verder ben ik ook “achter de schermen” lekker aan het sleutelen geweest. Zo heeft mijn weblog nu een contactpagina. En ook de opmaak (kleuren, lettertypes, header) is er iets op vooruitgegaan, als je het mij vraagt.

En natuurlijk: 40 blogposts! Daardoor vloog het totale aantal berichten hier ineens over de 200 heen. Nog nét voor het vijfjarig bestaan van ‘Wendy Weet Waarom’.

Die twee mijlpalen samen gaven wel wat te denken, maar goed.

(Net zoals de Random Acts of Kindness, die helaas een stille dood stierven. De combinatie met 40 Dagen Bloggen werkte gewoon niet. En vriendelijkheid “omdat het moet”… Blegh.)

Zes, zeven dagen per week een bericht plaatsen, dat houd ik echt niet langer vol. Maar deze beproeving heeft me wel doen inzien dat een blog zoveel méér oplevert als je er regelmatig aandacht aan besteed. Die aandacht telt niet alleen, die vermenigvuldigt zich zelfs.

Dus daarom ga ik hier vanaf nu twee à drie keer per week iets publiceren. Althans, dat is het plan.

En daarnaast ben ik me steeds verder aan het verdiepen in webdesign, social media en online marketing. “To Be Continued”, dus.

Maar voordat ik 40 Dagen Bloggen echt afsluit, wil ik de bedenker even bedanken & de linklove geven die zij verdient. Dankjewel Kathleen!

En vrolijk Pasen, allemaal! -xxx-


Foto: “Land’s End” door Hauke Sandhaus, licentie CC BY-NC-SA 2.0

Nooit te oud (voor een celebrity crush)?

Oké, oké, ik ben vandaag een beetje gemakzuchtig, en gisteren ook al. Maar soms moet je het leven niet ingewikkelder maken dan het is.

In twee maanden 39 blogposts eruit persen is niet niks. Daarbij was ik gisteren de hele dag, van half acht ’s morgens tot tien uur ’s avonds, de hort op. En vandaag scheen het zonnetje nét iets te vrolijk om veel tijd bij mijn laptop door te brengen.

Al heb ik vanmorgen wel de laatste aflevering van ‘Godless’ bekeken.

Mijn god, wat ga ik die serie missen! Niet alleen vanwege de serie zelf – die komt absoluut aan bod in de eerstvolgende ‘Toffe Dingetjes’ – maar ook vanwege Jack O’Connell. Mijn nieuwste celebrity crush.

*Zucht.* 🙂

Tsja. Het gaat vast wel weer over. Maar tot die tijd keer ik het halve internet ondersteboven op zoek naar leuke filmpjes en foto’s van Jack.

Word je daar ooit te oud voor?

Ik dacht eigenlijk van wel. Maar dat dacht ik tien jaar geleden ook al…

Afijn. Jack O’Connell heeft een keer, samen met Judi Dench, in The Graham Norton Show gezeten.

Ik hou van Graham Norton. Een platonische liefde, uiteraard, maar ik vind het ronduit heerlijk hoe hij zijn gasten uithoort.

Ik hou ook van Judi Dench, als ze op de bank zit bij Graham Norton. Ik verbaas mij er telkens weer over hoe schattig en ondeugend Dame Judi Dench eigenlijk is, omdat ze meestal zo statig en serieus overkomt. (Sinds ik weet dat zij in Buckingham Palace stiekem op de troon ging zitten, kijk ik met totaal andere ogen naar haar.)

Dus een fragment van The Graham Norton Show, met Jack O’Connell én een sprakeloze Judi Dench… Waarin zij meteen laat zien dat je voor sommige dingen inderdaad nooit te oud wordt… Zalig!

Waarschuwing: bevat blote billen. Niet op je werk bekijken, dus. 😉

Bedwantsen 102: hoe houd je ze uit je eigen bed?

Wat is nóg vervelender dan op vakantie bedwantsen tegenkomen? Deze ongewenste souvenirs in je eigen huis aantreffen!

Ik kan het weten. De eerste bedwants die ik ooit zag, liep namelijk doodleuk bij mij thuis over het bureau. Toen ik in Polen woonde. En hij (of zij) bleek een hele familie te hebben.

Geen idee hoe ze bij ons terechtkwamen, maar wij zaten er ineens mee! Met als gevolg een heleboel jeuk, gedoe, paranoia en irritante maatregelen. Uiteindelijk – na een maandenlange strijd – kwamen wij als winnaars uit de bus. Maar toch. Ik wil dit nooit meer meemaken.

En aangezien ik niet van plan ben om nooit meer op reis te gaan, zit er maar één ding op.

Ervoor zorgen dat ze zich niet nog eens in mijn huis vestigen.

Zo houd je bed bugs uit je eigen bed

Voor het gemak heb ik deze informatie opgeknipt in drie delen: wat je kunt doen vóór je op vakantie gaat, tijdens je reis, en na afloop.

Lees ook “Bedwantsen 101: hoe herken je deze bee(s)tjes?“.

Voor

  • Neem goed afsluitbare plastic zakken mee. En – als je langer op reis gaat – ondergoed en nachtkleding die je op 60 graden kunt wassen.
  • Reis – indien mogelijk – met een harde koffer. Dat is (als je de koffer nooit geopend achterlaat) een onneembare vesting voor bedwantsen. In tegenstelling tot een koffer of backpack van stof.
  • Moet je toch met een zachte koffer of backpack op pad? Wees dan extra oplettend tijdens en na je vakantie! Of neem een grote vuilniszak mee, waar je de koffer/backpack in kunt doen als je op je kamer bent.

Tijdens

  • Hoe vervelend het ook klinkt: verdeel je kamer meteen in gevarenzones en veilige gebieden. Het bed is een gevarenzone, natuurlijk. Maar bedwantsen kunnen ook in andere zachte en poreuze materialen wegkruipen. In een bank bijvoorbeeld. Of in de onafgewerkte zijkant van een spaanplaat. (In Polen vond de ongediertebestrijder bedwantsenpoep in de achterkant van ons bureau. Ik bedoel maar.)
  • Check of de gevarenzones schoon zijn. Als je bedwantsen of verdachte donkere plekjes aantreft, of andere viezigheid, is dit hét moment om van locatie te wisselen.
  • Ziet het er schoon uit? Fijn! 😀 Maar om er zeker van te zijn dat je geen bedwantsen mee naar huis neemt, moet je het onderscheid tussen veilige en gevaarlijke zones blijven respecteren. (Sorry.)
De maatregelen waar wij ons thuis aan moesten houden om bedwantsen tegen te gaan
Zie hier een paar (!) van de maatregelen waar wij ons thuis aan moesten houden, om verdere verspreiding te voorkomen. In gebrekkig Engels. En heerlijk betuttelend. (“Don’t move bedbugs between beds.” O ja joh?!)
  • Houd zo veel mogelijk kleding en spullen uit de buurt van de gevarenzones. Zet bijvoorbeeld nooit een tas of (rug)zak op of pal naast een gevarenzone! Zelfs niet voor vijf seconden.
  • Ga ook niet zomaar op bed zitten. Als je toch in bed wil kruipen, trek dan eerst je nachtkleding aan. Of al je kleding uit, als dat je ding is, en je niet in een slaapzaal ligt. 😉
  • Zorg ervoor dat je koffer of backpack hoe dan ook een veilige zone blijft. (Dat scheelt me toch een boel kopzorgen!)
  • Moeten er kleren uit de gevarenzone gewassen worden? Of terug je koffer in? Stop ze dan in een aparte, goed afsluitbare plastic zak. Dat geldt uiteraard ook voor (zachte, poreuze) spullen.
  • Bedwantsen overleven een 60-gradenwas niet. Alles wat zo warm gewassen wordt, mag na afloop meteen oversteken naar de “veilige” kant.
Sinterklaasgedicht met een verwijzing naar onze bedwantsen-ellende
We ontdekten de bedwantsen in september. Op 5 december hield het onze gemoederen – en die van Sinterklaas – nog steeds bezig…
(Over dat zijden ondergoed schreef ik toen al een blogpost.)
  • Hef de gevarenzone(s) pas op als je na drie dagen nog steeds geen bedwantsen gespot hebt, of gebeten bent! Ze voeden zichzelf namelijk om de dag. Of nacht, eigenlijk. En het kan tot 24 uur duren voor een beet zichtbaar (en voelbaar) wordt.
  • Spot je na een tijdje toch bedwantsen(beten)? Shit… Probeer je hoofd koel te houden. Ga vooral niet met je beddengoed van hot naar her sjouwen! Dan maak je het die beestjes alleen maar makkelijker. Wat je wél moet doen: het personeel op de hoogte brengen. En besluiten of je je biezen pakt of niet.

Na

  • Als het goed is neem je nu een “veilige” koffer of backpack mee naar huis, met daarin één of meerdere zakken met “mogelijk gevaarlijk spul”. Het spreekt hopelijk voor zich dat je, eenmaal thuis, de inhoud van die zakken niet op je eigen bed moet gooien. 😉
  • Heb je zachte kleding/spullen uit de gevarenzones die je niet op 60 graden kunt wassen? Stop ze een paar dagen in de vriezer.
  • Of leg ze maandenlang op een warm plekje, in een hermetisch afgesloten plastic zak. (In een omgeving die koel is, maar niet ijskoud, kan het soms wel een jaar duren voor een bedwants het loodje legt.)

Zo. Op deze manier is de kans echt piepklein dat er bij thuiskomst stiekem een paar bedwantsen in je bed kruipen.

Het is een hoop tekst, maar eigenlijk valt het qua maatregelen best mee. Zeker als je het vergelijkt met wat je moet doen als ze je huis bezetten!

Toch bedwantsen in huis?

Vind je (desondanks) toch bedwantsen bij jou thuis, aarzel dan niet om de hulp van een gespecialiseerde ongediertebestrijder in te schakelen!

De eerste ongediertebestrijder die bij ons thuis kwam, kon nergens bedwantsen vinden, geloofde ons verhaal niet, en spoot vervolgens – “voor de zekerheid” – een halve tank met giftig gas leeg in onze kamer. De bedwantsen werden er pislink van en beten ons die nacht helemaal lek. En ik wil niet weten hoe schadelijk dat spul was voor onze eigen gezondheid.

De tweede man vond wél bedwantsenpoep, complimenteerde ons omdat we er vroeg bij waren, en had een hoop bruikbare (doch ietwat betuttelende) tips.

Ik hoop dat je nooit een ongediertebestrijder hoeft in te schakelen, maar als je het moet doen, doe het dan goed!

En voor nu: “Good night, sleep tight, and don’t let the bed bugs bite.”

(Wie dat ooit heeft verzonnen…)

Bedwantsen 101: hoe herken je deze bee(s)tjes?

Ik heb lang getwijfeld of ik hier iets zou schrijven over bedwantsen.

Wil ik mijn mooie, geliefde weblog serieus bevuilen met deze rotbeestjes? Die ik al twee keer in mijn leven ben tegengekomen – en da’s twee keer te veel?!

Maar het engeltje op mijn schouder bleef stug doorzagen. Over het risico op schuldgevoelens. Dat het zo vervelend is om achteraf te denken: “Tsja, ik had je kunnen waarschuwen.” En dat ik, door erover te zwijgen, die vervloekte bedwantsen eigenlijk ruim baan geef.

Ach ja. Na die andere dubieuze titel – expert in online daten – kan deze er ook nog wel bij.

Wat zijn bedwantsen?

Bedwantsen zijn bloedzuigende insecten. Ze worden hooguit 5 tot 6 mm lang en hebben een rode tot roodbruine kleur.

Bedwantsen gedijen overal waar mensen slapen. Hygiëne, of een gebrek daaraan, zegt bedwantsen niet zoveel. Net zomin als de prijs van een overnachting. (Ja, het risico op “besmetting” is groter in een hostel dan in een luxe hotel, maar alleen omdat daar op een jaar tijd meer reizigers passeren. Met backpacks in plaats van koffers. Maar daarover later meer.)

De beet van een bedwants doet geen pijn. Je kunt ’t niet voelen. Sommige mensen merken zelfs helemaal niets van de beten, ook niet na een tijdje. Mensen die gevoeliger zijn voor insectenbeten – that’s me – krijgen (veel) last van jeukende bultjes.

Oh, en nog één dingetje: in tegenstelling tot luizen en muggen, kunnen bedwantsen geen ziektes overbrengen. Maar da’s dan ook het enige positieve aan deze mormels.

Hoe herken je een bedwants(beet)?

Een volwassen bedwants is vrij makkelijk te herkennen, maar dat geldt niet voor de jongere nymfen. Die zijn soms zo klein dat je ze niet of nauwelijks kunt zien. Maar ook die baby-wantsjes bijten. (Bloody bastards!)

De verschillende groeistadia van bedwantsen
Volwassen bedwantsen zijn 5-6 mm groot. De jongste nymfen zijn dus niet groter dan een zandkorreltje. (Bron: bedbughunters.co.uk)

Verder herken je bedwantsen ook aan de donkere vlekjes die ze achterlaten, van bloed en bedwantsenpoep. Maar een kleine of beginnende plaag zul je op die manier niet gauw spotten. Vooral niet in een schoon ho(s)tel.

De tweede keer dat ik bedwantsen tegenkwam – in München – had ik van tevoren mijn matras geïnspecteerd. Dat doe ik altijd, sinds mijn eerste kennismaking met deze beestjes. Maar ik vond niks verdachts. En toch zat ik al snel onder de bultjes.

Hoe wist ik dat het wéér zover was? Waaraan herken je een bedwants-beet?

De eerste keer dacht ik dat ik last had van muggenbulten. Bedwantsen bijten echter op plekken waar een mug niet zo snel zal komen (zoals je benen, rug, en schouderbladen). En – let op – ze vormen paadjes.

Een bedwantsen-paadje op mijn knie, in München. (En ja, mijn benen zijn wit.)

Die paadjes vormen helaas de meest betrouwbare aanwijzing dat er bedwantsen in de buurt zijn. Het (vooraf!) spotten van bedwantsen of bloed-/poepvlekjes heeft uiteraard de voorkeur, maar dat lukt dus niet altijd.

“…Oftewel, ik kan op voorhand nooit zeker weten dat er GEEN bedwantsen in mijn ho(s)telkamer zitten?!”

Het spijt me, maar da’s precies wat ik je duidelijk probeer te maken. En daarom komen we nu bij dé cruciale vraag: “Hoe neem je bedwantsen NIET mee naar huis?”

Het antwoord op die vraag lezen jullie morgen, in Bedwantsen 102.

En daarna hou ik erover op. Brrr.

een mooie zonsondergang in Breda

Wendy’s week: krullen, creativiteit en een kapot hoortoestel

Een weekoverzicht! Da’s alweer even geleden. *kuch* (Bijna een jaar.)

Deze week was niet zo interessant als die waarin ik zowel in de Tweede Kamer plaatsnam als een vrijgezellenfeest had, maar goed. Ik ben ook maar een mens, he.

Maandag

Een dag zonder afspraken, dus alle tijd om vacatures te zoeken.

Mijn blog laat ik even met rust, zodat mijn 200-blogposts-blogpost één dag langer kan schitteren. 😉

Dinsdag

Een dag zoals maandag, totdat ’s avonds één van mijn gehoorapparaatjes uitvalt. Het linkertoestel heeft al een paar dagen kuren, maar nu is het echt mis. Het ding zuigt batterijen leeg, binnen een halve minuut.

Dat wordt morgenochtend een bezoekje aan de audicien.

Gelukkig heb ik geen oren nodig om te schrijven, of om na te denken, en dus kan ik gewoon op een rijtje zetten waarom solo reizen zo leuk is.

Woensdag

Om iets over negen stap ik binnen bij Beter Horen. Niet veel later luidt de conclusie dat mijn hoortoestel inderdaad kapot is – goh – en wel zodanig dat ‘ie naar de fabriek moet.

Da’s balen, want dat betekent dat ik de komende tijd met twee verschillende toestellen rondloop.

Het scheelt dat ik mijn vorige toestellen nog heb. Maar toch.

Twee bijna dezelfde hoortoestellen

De rest van de ochtend en een deel van de middag ben ik kwijt aan het schrijven van een motivatiebrief. Voor bij een sollicitatie.

Tegen de tijd dat ik eindelijk kan beginnen aan het vijfjarig bestaan van ‘Wendy Weet Waarom’, heb ik te weinig energie over om daar nog iets groots van te maken.

Dus dan maar iets kleins. En op tijd naar bed.

Donderdag

Ik moet naar de kapper! Of nou ja, “moet”… Ik wil krullen in mijn haar.

Het kost twee uur om mijn haar van een permanent te voorzien, en dus stap ik iets later dan gepland op de trein naar opa en oma, in Roosendaal. Maar ik ben wél hartstikke blij met mijn nieuwe kapsel. En ook opa en oma zijn erover te spreken.

Van daaruit reis ik – samen met mijn moeder – door naar mijn ouderlijk huis, om te zien of dat nog overeind staat. 😉

In de trein terug naar Breda ben ik (wederom) ontzettend moe. Gelukkig weet ik m’n overpeinzingen nog net in een senryu te persen, voor het licht uitgaat.

Vrijdag

Een dag zoals maandag en dinsdag, eigenlijk. Niks bijzonders.

Ik publiceer mijn groene lijstje. En vraag me af hoe niet-groen een permanent eigenlijk is. (Mijn haar ruikt nog steeds een beetje chemisch.)

Zaterdag

Ik heb zin om zomaar ergens heen te gaan, en ik heb een Weekend Vrij abonnement bij de NS. 1 + 1 = 2! 🙂

Dus reis ik (via Den Bosch) naar Eindhoven. In Eindhoven neus ik wat rond in een paar winkels – zonder iets te kopen – en daarna pak ik een trein terug naar Breda. De tijd onderweg gebruik ik om lekker te lezen.

Terug “thuis” loop ik nog even een rondje. Langs een ijssalon, uiteraard.

En ergens op de route krijg ik het briljante idee – al zeg ik het zelf – om mijn blogpost over de zeven zonden te voorzien van getekende appels.

Zondag

Het is deze week mijn beurt om de gemeenschappelijke ruimtes hier in huis te poetsen. Twee keer raden wat ik vanmorgen gedaan heb. 😉

’s Middags ga ik naar de sportschool, en daarna naar de supermarkt, en daarna naar Marché Hoezee. Een kleine markt in de Sint Janstraat (Breda), waar “creatieve makers, culturele doeners, vernuftige vlinders & andere ambachtslui” hun waren aanbieden. Leuke ansichtkaarten, bijvoorbeeld.

vijf ansichtkaarten

(Ook naar Marché Hoezee? Kom dan op 30 juni of 8 september naar Breda.)

En daarna vond ik het wel weer mooi geweest voor een zondag.

Hoe was jouw week?

Wendy en de zeven hoofdzonden

Nog één week te gaan tot het Pasen is, en de 40 Dagen Bloggen Challenge (eindelijk) ten einde komt. Een mooi moment voor een blogpost met een Rooms-Katholiek, religieus tintje.

Hoe zondig ben ik eigenlijk?

IJdelheid

Ik ga gerust zonder make-up over straat, en een puist of een bad hair day doet me weinig.

Desondanks geloof ik dat mensen die met plezier hun schrijfsels publiceren, stiekem – of niet zo stiekem – behoorlijk ijdel zijn. (Dat heb ik een keer ergens gelezen, maar wáár weet ik niet meer.)

Dus zo heel bescheiden ben ik nou ook weer niet. Blijkbaar.

Hebzucht

Ook mijn hebzucht (en gierigheid) is domeingebonden.

hebzucht - drie appels (in plaats van één)

Zo ben ik totaal niet gevoelig voor merkkleding en hippe gadgets, maar mooie kantoorartikelen en boeken kan ik héél moeilijk laten liggen.

En ik ben best gul voor mijn familie, vrienden en bepaalde goede doelen, maar verder houd ik mijn geld liever in eigen portemonnee.

Wellust

Tijdens mijn studie verbaasde ik me regelmatig over de manier waarop sommige studie- en flatgenootjes over seks praatten. Zo nonchalant, zo open, en vooral zo… gulzig.

Die verbazing is eigenlijk altijd gebleven. Ook in Polen, bijvoorbeeld.

Begrijp me niet verkeerd. Ik vind het een interessant onderwerp, en een fijne bezigheid. 😉 Maar ik voel niet vaak de behoefte om iemand de kleren van het lijf te scheuren. Openlijk te flirten. Tinder te installeren. Noem het maar op.

En dat is natuurlijk hartstikke prima, maar soms vraag ik me af in hoeverre mijn zelfvertrouwen (of eigenlijk het gebrek daaraan) me hier in de weg zit.

wellust - een appel met een rode blos

Jaloezie

Want ik kan best jaloers zijn op mensen die hun lichaam en hun seksualiteit volledig omarmen.

En op sommige andere mensen. (Lees “Op wie ben ik jaloers?”.)

Toch ga ik niet als een gifgroen monster door het leven. Jaloezie overvalt me af en toe, in een vlaag, maar zo’n bui waait ook altijd weer over. Niks bijzonders.

Gulzigheid

Als het op eten (en drinken) aankomt, lukt het me niet altijd om maat te houden.

Da’s een familietrekje, volgens mij. Bourgondisch bloed?

gulzigheid - een appel met een flinke hap eruit

Woede

Van deze hoofdzonde heb ik het minste last. Ik ben iemand die niet makkelijk boos wordt en áls ik boos word, laat ik dat niet snel merken.

Althans, niet luid en duidelijk.

Volgens mijn juf in groep zeven had zij niet meer geleefd als mijn blikken konden doden. Ik vrees dat ze daar een punt heeft.

Gemakzucht

Eerlijk is eerlijk: ik ben liever lui dan moe. Absoluut.

Gelukkig vind ik het ook fijn om behulpzaam en betrouwbaar te zijn, en om regelmatig nieuwe dingen te leren. Anders was ik allang vergroeid met één of ander bed.

gemakzucht - een plastic zakje met voorgesneden stukjes appel erin

En een voorgesneden appel zal ik ook niet snel kopen, vanwege die overbodige plastic verpakking.

Van welke hoofdzonde(n) heb jij het meest last?

Mijn groene lijstje

Ik <3 de wereld! En manieren om haar minder intensief te belasten!

Via Irene van ‘Tussen Mars en Jupiter’ kwam ik op het idee om hier mijn “groene lijstje” te plaatsen. Een overzicht van verbeteringen die ik (nog niet) toepas om groener / duurzamer te leven.

Het oorspronkelijke idee komt trouwens van ‘Last Days of Spring’.

Goed om te zien dat ik al aardig op weg ben, én dat er nog steeds heel wat winst te behalen valt!

Fashion

✓ Minder shoppen
□ Investeer in items van goede kwaliteit, materialen die langer meegaan
✓ Bewuster shoppen: tijdlozere items, zodat je ze lang kan dragen
✓ Vintage en tweedehands shoppen – soms
□ Alleen maar eco en fair fashion kleding kopen – work in progress
□ Kleding ruilen met vriendinnen – één keer gedaan, maar ik vind niet dat het dan al telt
✓ Kleding op een andere manier gebruiken (vermaken of ‘recyclen’)
✓ Eigen tas meenemen om aankopen in te doen

Beauty

✓ Wasbare ‘wattenschijfjes’ aanschaffen – sterker nog, ik heb zelf schijfjes gemaakt van een oude handdoek!
✓ Duurzame wattenstaafjes aanschaffen – die met een houten stokje, van Etos
□ Eco-friendly gezichts(reinigings)producten gebruiken – één crème van Weleda (gekocht bij Holland & Barrett). Maar de rest is nog niet eco-friendly.
✓ Eco-friendly deodorant gebruiken – een ‘Pure Aura’ deo-roller van Salt of the Earth (via Etos). Ruikt goed!
□ Eco-friendly haarproducten gebruiken – één shampoo bar van Lush, de rest volgt zodra mijn voorraad op is.
□ Biologische tampons gebruiken
✓ Menstruatiecup gebruiken – oh yeah, die van Organicup
□ Producten zonder plastic verpakking gebruiken (shampoo bar i.p.v. fles)
□ Neem een besparende douchekop

Food

✓ Altijd een eigen tas meenemen/bij me hebben voor boodschappen
✓ Herbruikbare waterfles en koffiebeker gebruiken – ik heb geen herbruikbare waterfles of koffiebeker, maar ik koop (bijna) nooit coffee-to-go en ik hergebruik plastic flesjes als waterflessen.
□ Geen onnodig in plastic verpakte producten kopen (krop sla vs zak sla)
✓ Zo min mogelijk plastic verpakte producten kopen
□ Plastic-vrij shoppen
✓ Groente en fruit van het seizoen kopen – ik koop elke week een box van Boerschappen
□ Koop lokaal (dus geen avocado’s vanuit de andere kant van de wereld) – zie vorige punt, maar avocado’s koop ik nog steeds…
□ Koop ‘buitenbeentjes’: groente en fruit dat er misvormd uitziet, maar hetzelfde smaakt – soms (via Boerschappen), maar niet via de supermarkt want dan krijgt de boer er vaak geen eerlijke prijs voor en ook dat vind ik belangrijk
□ Leftovers invriezen i.p.v. weggooien of kleine verpakkingen kopen
□ Alleen nog maar biologische producten kopen
✓ Minder vlees eten – ik eet 3 à 4 dagen per week vlees of vis, bij het avondeten
□ 100% vegetarisch eten
□ Thuis veganistisch eten
□ Eigen moestuin beginnen – er staat munt en basilicum op mijn vensterbank, maar dat is nog lang geen eigen moestuin…
□ Een eigen composthoop beginnen

Lifestyle

✓ Afval scheiden: papier, GFT, plastic en glas apart
□ Eco-friendly schoonmaakmiddelen gebruiken – work in progress
□ Zelf schoonmaakproducten maken
□ Eco-friendly wc-papier gebruiken (dat niet als schuurpapier aanvoelt)
✓ Kleding die niet extreem vuil is koud wassen
✓ Zo min mogelijk de droger gebruiken: was ophangen – ik heb in de drie jaar dat ik in Breda woon, nog maar één keer de droger gebruikt
✓ Eco-friendly wasmiddel gebruiken – van Ecover (te koop bij de Albert Heijn)! Die met kamperfoelie en jasmijn ruikt zó lekker! :O
□ Ecologisch toiletpapier kopen
✓ Zo veel mogelijk digitaal werken i.p.v. op papier
✓ Zo veel mogelijk het openbaar vervoer gebruiken
□ Stekkers uit stopcontacten trekken als je het apparaat niet gebruikt
✓ Licht uit doen als je de ruimte niet gebruikt
□ Gebruik daglicht i.p.v. kunstlicht
✓ Zo min mogelijk de verwarming aan. Trek een trui aan!
✓ Switchen naar een duurzame bank – ASN Bank om precies te zijn
□ Refurbished elektronica kopen – dat nog niet, wel een keer ‘Tweedekans’ bij Coolblue
✓ Plak een nee/nee sticker op je brievenbus om reclame te weren
□ Gebruik metalen rietjes i.p.v. plastic rietjes. Vraag om ‘zonder rietje’ in een restaurant
✓ Leen producten van anderen (bijvoorbeeld boeken) i.p.v. het nieuw te kopen – <3 de bieb! En mijn familie!

Travel

□ Maximaal een keer per jaar vliegen – ik mik op maximaal twee vluchten per jaar, maar vorige jaar werden dat er drie…
✓ Zo duurzaam mogelijk op reis: met de trein, bus of carpoolen
✓ Geen wegwerpartikelen meenemen (waterflesje, tassen)
✓ (Thuis) zoveel mogelijk te voet of per fiets voortbewegen
□ Bamboe tandenborstel kopen voor op reis
□ Neem je eigen bestek mee i.p.v. wegwerpbestek te gebruiken

Welke tips heb jij voor mij, op het gebied van duurzaamheid?

Later, als ik groot ben… [5 jaar ‘Wendy Weet Waarom’!]

Later, als ik groot ben, schrijf ik een mooi boek.

Dan ben ik een Bekende Schrijver / Dichter / Blogger. En ook een adviseur, grimeur, masseur, fotograaf, (interieur)designer, banketbakker, danseres…

Misschien ben ik dan ook wel moeder.

Later, als ik groot ben, heb ik een goede (dans)partner gevonden.

Dan wonen we samen in een huisje, met een eigen tuin.

In die tuin geven we af en toe een feest voor onze vrienden en familie, en die feestjes zijn stuk voor stuk legendarisch. (Want grote mensen weten natuurlijk precies hoe dat moet.)

En in de garage staat een oud Volkswagenbusje, waar ik overal mee naartoe durf te rijden.

Dan is geen avontuur te groot en geen schat te ver weg.

Later, als ik écht groot ben.