Boekenweek 2019: stom thema, mooi gedicht

Een ander leuk neveneffect van mijn blog meer aandacht geven dan normaal, is dat ik ineens een stuk beter op de hoogte ben van (inter)nationale themadagen en -weken.

Had ik zonder 40 Dagen Bloggen iets geschreven over Internationale Vrouwendag? Of de Dag van het Geluk? Waarschijnlijk niet.

Ook de Boekenweek – die zaterdag al begonnen is – biedt een hoop inspiratie.

Om te beginnen: “de moeder de vrouw”. Niet echt een thema waar ik mij in kan vinden (en met mij een hoop anderen).

In eerste instantie wou ik het thema dan ook negeren. Gewoon een paar blogposts schrijven over boeken die ik gelezen heb en die ik nog wil lezen.

Tot ik op de website van de boekenweek keek en daar het boekenweekgedicht las.

Moeder

Zoals ze in je praat en dingen vindt, dwars door je eigen woorden
klinkt, vaak ongevraagd, doe je haar nou wat opzij, je hebt toch
ogen, waarom moet dat nou zo open, die mouwen staan
je raar en doe een das om als het waait.

Zoals ze in je borstkas zucht wanneer je iets onnodigs dreigt te kopen,
zegt dat suiker, vet, voor je bloed, je hart, je lever slecht, door
drank en sigaretten is gekwetst, als je slordig oversteekt
of fietst door rood – je mag van haar niet dood,
niet eens geschud, geschaafd.

Als een achtervolgingsscène die een leven lang vertraagd
wordt afgespeeld. Ze loopt je na. Dit voortbewegen,
één en twee, in hetzelfde beeld.

Zo vaak val je tegen, zo vaak val je mee. Steeds ongevraagd
gered. Bij hond, stoep, hek en noodlot weggegrist.
Je kijkt naar haar. Je weet niet wie ze is.

Ester Naomi Perquin

*slik*

Mama, ik hou van je. <3

Random Act of Kindness: Breng een ode aan je moeder (of een andere belangrijke vrouw in je leven).

40 Dagen Bloggen – mijn tussenstand

Vanmiddag ging ik met mijn ouders een stukje wandelen, op en rond de Kraaijenberg in Bergen op Zoom.

Sinds ik zonder werk zit, probeer ik mijn weekenden heel bewust zo sociaal mogelijk in te vullen. Doordeweeks komt het daar niet zo van, want dan heeft iedereen het druk-druk-druk natuurlijk. (…Natuurlijk?)

Daarom vind ik het ook zo tof om aan de 40 Dagen Bloggen Challenge mee te doen. En pittig en tijdrovend en GODZIJDANK zijn we morgen op de helft, maar vooral heel tof.

Het voelt goed om met iets concreets bezig te zijn. Om bijna elke dag iets van mezelf de buitenwereld in te slingeren.

En ik ben heel blij dat ik steeds meer leuke blogs en bloggers ontdek – en zij mij!

Het moeilijkst aan deze 40 dagen vind ik het vinden van de juiste vorm. Vooral wat de Random Acts of Kindness betreft. Ik vind het idee nog steeds heel leuk, maar én blogposts schrijven én RAKS uitvoeren… Die combinatie werkt niet altijd even goed. Voor mij niet, althans.

Misschien omdat ik – naar ’t schijnt – ook nog een leven heb. 😉 Deze blog-challenge mag bijvoorbeeld niet ten koste gaan van mijn zoektocht naar een nieuwe baan.

En ik heb nog maar twee van de zes skipdagen over.

Vandaag had ik er bijna weer één ingezet, vanwege het bezoek aan mijn ouders en een sollicitatie die vóór morgen ingediend moest zijn.

Maar met wat nootjes en Pukka-thee houd ik het nog wel even vol.

Voor de andere deelnemers: wat vinden jullie van deze tussenstand? Gaat het jullie beter af, of juist minder goed?

“Hallo” in tien talen die ik (een beetje) spreek

Ik ben best wel een nerd.

Een computernerd. (Ik heb vandaag het design van deze site een beetje aangepast. Tips & schouderklopjes zijn welkom!)

Een geitenwollensokkennerd. (Gisteren die plantjes. Vandaag een retourtje Rotterdam, voor duurzame panty’s van Swedish Stockings – gekocht bij de Bijenkorf.)

En een taalnerd.

Toen ik onderstaande RAK zag, kreeg ik spontaan zin in een tour door mijn geheugen (en een klein taallesje voor jullie?).

Random Act of Kindness: Leer hoe je “hallo” zegt in tien verschillende talen.

1 – heuj

‘Hallo’ klinkt in Brabant meestal als ‘heuj’. Of iets wat daarop lijkt.

“Eh, sorry, maar het Brabants is geen taal!” Ja, dat klopt. Maar aangezien een taal niet meer is dan een officieel erkend dialect, “met een leger en een vloot“, mag ‘heuj’ er van mij bij.

2 – hello

En toen ging ik naar school, en bleken er nog meer talen te zijn! :O

Anno 2019 heeft mijn Nederlands te lijden onder mijn Engels. Ik heb daar geen problemen mee, al vind ik het soms wel wat gênant. (Vooral als ik niet op een Nederlandse vertaling kan komen.)

3 t/m 5 – salut, hallo, ave

Ook redelijk gênant: dat ik op de middelbare school jarenlang les gehad heb in Frans, Duits en Latijn – naast Engels en Oud-Grieks – en dat ik er nu nog maar een tiental woordjes en zinnetjes van ken.

(Mocht het Oud-Grieks een woord hebben voor ‘hallo’: dat ben ik vergeten.)

6 t/m 8 – ciao, hola, merhaba

Een paar hallootjes die ik op vakantie opgepikt heb. In het Italiaans, Spaans en Turks.

Op de universiteit leerde ik ondertussen NGT (Nederlandse Gebarentaal), en dus ook het gebaar voor ‘hallo’. Maar omdat er geen geschreven versie van NGT is, heb ik dat weggelaten uit het overzicht. Bekijk onderstaand filmpje als je een paar begroetingen in NGT wilt zien.

Wordt het al wat moeilijker?

9 – cześć

Alles wat ik dacht te weten over het leren van een taal, kwam in Polen onder hoogspanning te staan.

“Bo język jest bardzo, bardzo trudny.” Want de taal is vreselijk moeilijk.

De eerste maand dat ik in Polen woonde, ging mijn taalniveau desondanks wel met sprongen vooruit. (Men neme een hospita die geen woord Engels spreekt, en een goede docent.)

10 – здраво (“zdravo”)

Na die maand verhuisde ik naar een appartement vol jonge mensen en had ‘Pools leren’ ineens geen prioriteit meer.

Wel leerde ik – dankzij die internationale bende thuis – een paar andere landen (en talen) wat beter kennen. Mijn kamergenootje uit Macedonië werd mijn BFF uit Macedonië, en inmiddels ben ik twee keer bij haar en haar familie langs geweest.

En, trouwens, ook in Slovenië, Kroatië en Servië betekent ‘zdravo’ ‘hallo’.

Daar heb je dus meer aan dan het Oud-Grieks. 😉

In hoeveel talen ken jij het woord voor ‘hallo’?

Over groene vingers en spider plants

Op de kast naast mijn bureau lagen al maanden drie chilipeper-zaadjes te drogen. Niet omdat ze zeiknat waren ofzo. Ik was ze gewoonweg vergeten.

Gelukkig dacht ik er vanmorgen ineens aan.

Hoewel, “ineens”… De lente is begonnen, de dagen worden langer, en de zon scheen. Ik had deze groene-vingers-manie dus eigenlijk wel kunnen zien aankomen.

En mijn spider plant heeft baby’s / mijn graslelie vormt nieuwe plantjes. Dus als ik dan toch aan de slag ga met potgrond en stekpotjes, kan ik het net zo goed meteen grondig aanpakken. (Yesssss!)

Ligt het trouwens aan mij, of is de naam spider plant veel leuker en treffender dan graslelie?

Bij het woord graslelie denk ik namelijk aan een teer, veeleisend plantje. Niet aan het stevige “ik-vermaak-me-overal-wel” van een spider plant.

In mijn studententijd woonde ik op de 15e verdieping van een flat. De enige beestjes die zich duidelijk niets aantrokken van die hoogte, waren spinnen. En de enige plant die het daar van begin tot eind volhield, was mijn spider plant.

Mijn respect hebben ze.

Vooral de planten dan hè. Echte spinnen… Mwoah.

Afijn. De chilipeper en basilicum kan nu ontkiemen, en de jonge spider plants kunnen wortels gaan vormen.

Voor een paar van die spider plant baby’s is de toekomstige adoptie zelfs al geregeld. Twee van mijn huisgenootjes willen ook wel zo’n bikkel op hun kamer.

Random Act of Kindness: Geef een plant aan een huisgenoot (of buurman/-vrouw).

“I want to be a part of it…” – drie jaar Bredanaar!

Precies drie jaar geleden, op 21 maart 2016, kwam ik officieel in Breda wonen.

Bron: GIPHY

En hoewel ik niet kan zeggen dat ik hier al volledig gesetteld ben, toch is en blijft Breda de eerste woonplaats waar ik me echt thuis voel.

Hoe komt dat?

Breda is groot en klein

Ik hou van steden die een maatje groter zijn dan “zomaar”. Amsterdam bijvoorbeeld, en Wrocław, Londen, Berlijn

Maar ik kom van ’t platteland. Ik ben opgegroeid met rust en ruimte om me heen.

Die twee samen, dat wringt. In grote steden voel ik me op mijn gemak, maar nooit VOLLEDIG op mijn gemak. Nooit echt thuis.

In Breda heb ik geen last van die innerlijke tweestrijd. Het is groot genoeg om alles in de buurt te hebben, en klein genoeg om ’n bietje rustig te blijven.

uitzicht op de singel

Breda is oud en jong

Waar ik woon, hang ik graag de gids uit. Ik wil weten wat er in mijn woonplaats te zien is, wat de mooiste routes zijn, en wat erover te vertellen valt. (Ook dat is trouwens iets dat ik best beroepsmatig zou willen doen.)

En dan helpt het natuurlijk enorm als de plek een boeiende geschiedenis heeft.

Maar ergens wonen – en mensen rondleiden – wordt pas écht leuk als de stad nog steeds volop leeft. Als er straatkunst te vinden is, en eettentjes uit alle hoeken van de wereld, en een volle agenda, en nog veel meer.

Deze foto, die ik een jaar geleden gemaakt heb, is nog steeds één van mijn favoriete foto’s van Breda. Ik wou eigenlijk een foto maken van de graffiti op de muur, maar soms loopt het leven niet zoals gepland.

Breda is eigen en anders

Breda – en mijn thuisgevoel – is niet compleet zonder knettergekke prettig gestoorde mensen.

Zonder de massale begaai-time tijdens carnaval (en als NAC promoveert en bij andere feesten en, nou ja, wel vaker).

Lekker vertrouwd, maar toch ook nieuw.

Omdat het allemaal net wat groter en diverser is dan in de rest van West-Brabant. Omdat er meer gebeurd. En omdat ik de stad nog véél beter wil leren kennen.

“Right through the very heart of it.”

Dag van het Geluk (?) + 4 daden die ons gelukkiger kunnen maken

Vandaag viert de wereld de Internationale Dag van het Geluk.

In het World Happiness Report van dit jaar staat Nederland nóg hoger dan vorig jaar. Op de vijfde plaats.

Of dat terecht is of niet, daar valt over te discussiëren. Het leek mij in elk geval een uitstekend moment voor een RAK-boeket. Een mooie verzameling van bewezen geluksbrengers.

Random Acts of Kindness: Wees vandaag extra behulpzaam. Bezoek vrienden of familie. Neem wat tijd voor jezelf. En ga even sporten.

Toen de wekker vanmorgen ging, voelde ik me niet lekker. Een beetje zwaar. Somber. Trillerig. Alsof ik elk moment koorts kon krijgen. En kan krijgen, want dat gevoel is nog niet over.

Maar ik heb geen zin om wéér een dag overgeleverd te zijn aan mijn gepieker. En een beetje geluk kan wonderen doen voor de gezondheid.

Dus, daar ga ik.

1. Vrienden (of familie) opzoeken

12:26 uur. Ik pak de trein naar Rotterdam. Om twee uur word ik in Utrecht verwacht, voor een bijeenkomst van de Nederlandse EuroPeers.

De meeste aanwezigen ken ik al jaren. En ook al zijn het eigenlijk geen (naaste) vrienden van me, toch vind ik het leuk om ze weer te zien en even bij te praten.

2. Iemand helpen

Zowel in Utrecht als op de heen- en terugreis ben ik extra alert. Het zal mij vandaag niet gebeuren dat ik een kans om behulpzaam te zijn mis, omdat ik in gedachten (of in mijn telefoon) verzonken ben!

En dus help ik aan het einde van de bijeenkomst met het afruimen van de tafel, maar daar blijft het bij. Ik let wel degelijk goed op, maar ik zie nergens mensen die hulp nodig hebben. Niemand die de weg zoekt. Niemand aan wie ik mijn zitplaats af kan staan.

Wel zie ik een knappe vent in de trein zitten, die een boek over Duitse literatuur leest. Het heeft niets met “iemand helpen” te maken, maar het is een geluksmomentje. Absoluut.

Eenmaal terug in Breda ga ik nog langs het stemlokaal. Veel verschil zal het niet maken, maar toch. Elk zetje in de juiste richting helpt.

19:45 uur. Ik ben thuis. Mail van Nick. “Bedankt voor jullie hulp.”

3. Tijd nemen voor jezelf

Daarna kan het “moment voor mijzelf” beginnen. Voor vandaag betekent dat: blogposts schrijven.

Ik voel me inmiddels stukken beter. Maar om te voorkomen dat ik – net als gisteren – te laat op bed lig, neem ik mezelf voor om niet langer door te gaan dan 21:30 uur.

Genoeg slapen is immers ook een vorm van tijd nemen voor mezelf. Toch?

4. Sporten

Eigenlijk was ik van plan om vanmorgen te gaan sporten, maar toen voelde ik me niet bekwaam.

En dus blijft het bij een korte yoga-sessie voor het slapengaan. En het voornemen om morgen wél naar de sportschool te fietsen.

Aan het eind van de dag voel ik me wel degelijk iets gelukkiger dan toen ik vanmorgen opstond. Het kostte hier en daar wat moeite, en het zat vooral in de onverwachte momenten. Maar sinds wanneer is geluk makkelijk en voorspelbaar? 🙂


Foto: “Happiness” van Selvaggia Santin, licentie CC BY-NC 2.0

Maar ik weet niet wat

Het duizelt me van alle goedbedoelde adviezen.

“Zorg voor een heldere boodschap. Een goede elevator pitch. Dan komt die leuke baan vanzelf naar je toe.”

“Maak gebruik van je netwerk.”

“Als ik jou was, zou ik je vorige werk helemaal loslaten. Ja, echt. Vergeet je cv en ga iets totaal anders doen.”

“Zoek een baan die goed bij je past. Iets dat je leuk vindt. Koste wat het kost. Anders verlies je een hoop tijd, en moet je uiteindelijk weer terug naar de tekentafel.”

“Doe iets. Het maakt niet uit wat.”

Niet dat die adviezen elkaar per se uitsluiten, maar het is nogal… veel.

“INFPs often wish that they could just be,
doing what they love without the stress and rigor of professional life.”

16personalities.com

Misschien heb ik een luxeprobleem. Stel ik te veel of te hoge eisen. Misschien moet ik van mijn toekomstige baan niet méér verwachten dan dat het geld in het laatje brengt.

Dat zou goed kunnen.

En een bijbaan om mezelf te bedruipen – en daarnaast dingen te kunnen doen die wél voldoening geven – is wat mij betreft ook een optie.

Ook. Met andere woorden: nóg meer keuzestress. (Zei iemand ‘luxeprobleem’?)

Ik weet waarom ik werk nodig heb. En ik weet waarom sommige werkzaamheden en organisaties beter bij mij passen dan andere.

Maar ik weet niet wat ik precies zoek.

De leukste vacatures die ik tegenkom vragen om kennis die ik niet heb. Of eigenlijk: om twee verschillende opleidingen die ik niet heb. ‘Online marketing en communicatie’ en ‘Maatschappelijk werk en dienstverlening’. Ik weet niet wat ik daarmee aanmoet.

Ik weet niet wat wijsheid is. Een baan die aansluit bij mijn cv, of juist niet? Een baan die goed voelt, of een baan die goed verdient? Een opleiding volgen of niet? En zo ja, welke dan?

En ik weet niet wat de meeste kans van slagen heeft. Want uiteindelijk bepaalt iemand anders of ik ergens aangenomen word.

Tenzij ik voor mezelf zou beginnen natuurlijk. Nóg een optie. Oh, f*ck.

Random Act of Kindness: Laat anderen zien waar je op dit moment mee worstelt.

Allerlei soorten stilte

Er is de stilte van afwezigheid. Van “ik ben er even tussenuit“. De stilte na de piep.

Serene stilte. De stilte van de natuur.

Stilte in je hoofd. Zeldzame momenten waarin je niet piekert, analyseert, oordeelt, enzovoorts.

Opgelegde stilte. Een verplicht zwijgen.

De stilte van ingehouden adem. Broeierig, geladen, vlak voor de storm.

De stilte tussen mensen die elkaar al jarenlang kennen. Acceptatie zonder woorden.

En er is beduusde stilte. Stilte uit verbazing. Uit respect. Een gevoel van verlatenheid, onwetendheid. De stilte van de dood.

(Vandaag geen Random Act of Kindness. Vandaag sta ik stil bij de slachtoffers van de aanslag in Utrecht.)

Vijf grappige feitjes over edelherten (en één over Bambi)

Vanaf morgen zit ik lekker een paar dagen op de Veluwe. Het huisje heeft geen WiFi en ligt zo afgelegen, dat er regelmatig edelherten in de tuin zouden verschijnen.

Dat lijkt me zo vet.

Mijn allereerste werkstukje ooit ging over edelherten. Naja, over Bambi, en ik heb altijd gedacht dat Bambi een edelhert is. Niet zozeer vanwege Bambi zelf, trouwens. Vanwege zijn vader. De Prins.

Maar blijkbaar is Disney’s Bambi gebaseerd op twee verschillende herten, en niet één daarvan is het edelhert.

…WTF?!

Maar goed. Voor een Nederlands meisje is “Bambi, het edelhert” volkomen logisch. In Amerika – however – komt het edelhert van nature niet voor, en de Engelse naam (red deer) klinkt lang niet zo koninklijk.

Random Act of Kindness: Ga op zoek naar grappige feitjes over een dier waar je nog niet veel vanaf weet.

Terug naar het edelhert. Welke grappige feitjes heb ik verder nog ontdekt?

  • De wetenschappelijke naam is cervus elaphus, wat zoveel betekent als “gehoornd hert”. Hoe lang zou Linnaeus daarover nagedacht hebben?
  • Het gewei van een edelhert is gemiddeld zo’n 70 centimeter lang, en weegt tussen de vier en tien(!) kilo.
  • De vorm van een gewei is genetisch bepaald en dus even uniek als een vingerafdruk.
  • In de paartijd raken de actiefste mannelijke edelherten behoorlijk uitgeput. Zij verliezen door het vele paren, vechten en burlen (zie volgende punt), in combinatie met weinig eten, soms wel 30 procent van hun lichaamsgewicht. Vermoeid en vermagerd vallen ze in de periode daarna makkelijk ten prooi aan roofdieren. (“Maarrrr ik heb me voortgeplant…”)
  • Tsja, dat burlen. Het klinkt als keihard hijgen en boeren tegelijkertijd. Edelhert-mannetjes doen het om vrouwtjes aan te trekken en concurrenten af te schrikken. (Vooral dat laatste, denk ik.) Sommige mensen doen het omdat je er Nederlands kampioen in kunt worden.

Ik hoop nog steeds dat ik dit weekend een edelhert van dichtbij te zien krijg. Al ben ik héél blij dat het nu geen bronsttijd is.

Wakker worden van een burlend hert onder m’n raam? No, thank you.

Foto: “Young Red Deer Stag” door The Wasp Factory, licentie CC BY-NC-SA 2.0

Hier is mijn favoriete snelle recept: een vega wokschotel

Niet lang nadat ik besloot minder vlees te gaan eten, vond ik op internet een vegetarische wokschotel met cashewnoten. Snel en makkelijk te bereiden, met volop groente, en – zo bleek al snel – ronduit geurig en smaakvol.

Het was zover. Ik had mijn favoriete snelle recept gevonden. Een cruciale stap op de weg naar volwassenheid. *pinkt traantje weg*

Nu – zo’n zes jaar later – koop ik nog maar zelden vegetarisch vlees en voorgesneden groente. Maar soms, als ik geen tijd heb om lang in de keuken te staan en geen zin in diepvriespizza… Dan graai ik met liefde zo’n zakje Chinese wokgroente uit het koelvak.

(Voor de Nederlanders: het is deze week de Nationale Week Zonder Vlees. Misschien een mooi moment om óók minder vlees te gaan eten?)

Random Act of Kindness: Deel je favoriete recept met iemand.

De originele versie van mijn favoriete snelle recept komt uit de Allerhande, maar ik heb het een beetje aangepast. (Vier eetlepels olie voor twee personen?! Beetje overdreven, niet?)

Sowieso leent dit gerecht zich goed voor allerlei aanpassingen. Heb je bijvoorbeeld geen verse gember in huis? (Dat gebeurt mij dikwijls.) Gebruik dan gembersiroop, of gemberpoeder, of vergeet de gember gewoon.

Recept: vega wokschotel met cashews

IngrediëntenBereiden
voor 2 personen
200 g (pandan) snelkookrijst
2 el zonnebloemolie
175 g (pittige) vegetarische roerbakblokjes
400 g (voorgesneden) wokgroente
1/2 cm verse gember of een scheutje gembersiroop
1 el Japanse sojasaus
2 el (ongezouten) cashewnoten
1. Kook de rijst gaar volgens de aanwijzingen op de verpakking. Verhit de olie in een wok en bak de roerbakblokjes 2 minuten op hoog vuur. Schep de blokjes uit de wok. (De olie moet achterblijven.)
2. Gooi de wokgroente in de wok en bak, al omscheppend, in 4-6 minuten beetgaar. Gebruik je verse gember? Pers de gember uit boven het gerecht met behulp van een knoflookpers.
3. Doe de roerbakblokjes in de wok bij de groente, even omscheppen, en op smaak brengen met sojasaus. (En gembersiroop, als je geen verse gember gebruikt.)
4. Eet smakelijk! Serveer de cashewnoten erbij.

Jammer dat we via het internet nog geen geur kunnen verspreiden, want geloof me, die mag er ook zijn. 🙂

Wat is eigenlijk jouw favoriete snelle recept?

Lees ook: “golden milk (en een recept voor golden oatmeal)”