Ik heb een haat-liefdeverhouding met scholen. Aan de ene kant vind ik het fantastische plekken: je kunt er een hoop kennis opdoen en dat wordt dan ook nog eens beloond met punten. Geweldig! Als ik ergens kan uitblinken, dan is het wel op zo’n plek… Maar helaas heb ik ook veel nare herinneringen aan mijn schooltijd. Mishandeling, angst, eenzaamheid… Als ik ergens flink beschadigd ben, dan is het daar wel.

Om die reden heb ik nog steeds gemengde gevoelens als ik een school binnenloop, en dat heb ik de afgelopen maanden vaak moeten doen. Weliswaar niet meer als leerling, maar een school blijft nu eenmaal een school. Hier en daar staat tegenwoordig een digibord of een laptop, en vrijwel alle leerlingen hebben een smartphone, maar voor de rest zien de scholen er anno 2015 nog vrijwel hetzelfde uit als in mijn tijd. (God, wat klinkt dat oud.) Dezelfde geur, dezelfde klaslokalen, dezelfde groepjes, dezelfde popiejopies, meelopers en buitenbeentjes.

Toch voel ik me niet onprettig als ik voor de klas sta. Integendeel. Een lokaal vol luidruchtige tieners? Ik lust ze rauw. Soms moet ik op één ochtend vijf keer dezelfde presentatie geven, maar – hoe saai het ook mag lijken – ik doe het met plezier. Zelfs voor die paar etterbakjes die voortdurend door mijn verhaal heen tetteren. (Het is heel leuk om één van hen te vragen “Wil jij mijn presentatie misschien overnemen?”, en dan even te luisteren naar de stilte die daarop volgt.)

Maar dat betekent nog niet dat ik nu van plan ben om lerares te worden. Ik heb de afgelopen maanden namelijk óók gemerkt dat school en slechthorendheid geen goede combinatie vormen. Al dat rumoer, en die hoge kinderstemmetjes… Geen wonder dat ik het sociaal gezien moeilijk had op school.

Daarbij, als doodgewone lerares ben je nog niet half zo interessant dan als bezoeker uit een ander land. Mijn handtekening prijkt al in tientallen schriftjes – tijdens zo’n handtekeningensessie voel ik me echt een cultureel ambassadrice – en de meeste leerlingen zijn één en al oor als ik aan het vertellen ben. Volgens mij moet een lerares heel wat meer moeite doen om diezelfde hoeveelheid aandacht te krijgen.

Zolang voor de klas staan slechts een deel uitmaakt van mijn dagelijkse werkzaamheden, zoals nu, vind ik het prima. Die schoolbezoekjes werken lekker relativerend, vooral op basisscholen. Na veertig minuten over Nederland gepraat te hebben, is de eerste vraag die ik krijg meestal zoiets als: “Heb jij een kat?”… Als lerares zou ik waarschijnlijk moedeloos worden van zo’n vraag, maar nu werkt het voornamelijk op mijn lachspieren. En als er iets therapeutisch werkt, dan is het dat wel.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *