Nu mijn scriptie langzaam maar zeker vorm krijgt, moet ik ineens denken aan de bergwandeling die ik afgelopen september in Slowakije maakte. Of nou ja, ‘wandeling’…

Ik had onbewust een route uitgekozen die niet echt geschikt bleek te zijn voor beginnende bergwandelaars. Soms was er geen ‘pad’, eerder een verzameling rotsblokken waar je op moest klauteren… Alle mensen die ik tegenkwam (of die mij inhaalden) hadden zich grondig voorbereid, maar ik klauterde daar in mijn spijkerbroek en nepleren jasje!

Voor de mensen die mij niet kennen: qua grove motoriek en evenwichtsgevoel ben ik allesbehalve een berggeit. Eerder een pinguïn. Na een half uurtje klimmen hoopte ik dan ook vurig dat het pad vrij snel naar beneden zou gaan lopen, omdat ik bij een meer wou overstappen op een andere route, en meren liggen doorgaans in een dal… Maar een half uur later liep het pad nog steeds, doodleuk, behoorlijk stijl omhoog. Wat natuurlijk prachtige vergezichten oplevert, en achteraf was het alle moeite meer dan waard, maar op dat moment – hijgend, zwetend de berg op, over allerlei gladde rotsblokken, meestal vlak naast een afgrond – kon ik er niet altijd van genieten.

WP_000340 (1)

‘s Morgens, op mijn kamertje in Poprad, had ik berekend dat ik minstens twee uur zou moeten wandelen voordat ik bij dat meer zou zijn, maar na een uur stuntelen besefte ik me dat het op deze manier véél langer zou duren. Omkeren was toen echter geen optie meer. Klauterend de berg af vind ik nóg enger dan de berg op. Staren naar de stenen of naar de afgrond, nou, dan weet ik het wel… Dus klom ik steeds maar weer hoger. Op sommige stukken was bijna elke stap een overwinning.
Totdat ik, na anderhalf uur klimmen en nog maar op de helft van de route naar het meer, op een rotsformatie stuitte die zo belachelijk groot en hoog en (in mijn optiek) levensgevaarlijk was, dat ik dacht: “……*moment van stomme verbazing*…… Oké, finito, basta, schluss, dit was het dan, non plus ultra, we gaan gewoon terug”. En dat deed ik dus. (Na een lunchpauze op één van die rotsblokken.)

WP_000345

De berg af was inderdaad iets enger dan omhoog, maar ik had alles al eens getrotseerd dus dat scheelde een hoop, en daarbij werkte de zwaartekracht nu in mijn voordeel dus het kostte veel minder energie. En achteraf is het maar goed dat ik die rotsen tegenkwam, want ik was nog niet zolang aan de terugweg bezig toen ik mijn benen voelde verzuren… In eerste instantie was ik van plan om terug te klauteren naar het skiresort Hrebienok, startpunt van de wandeling, om daar plaats te nemen in het kabeltreintje naar Starý Smokovec.  Maar na drie kwartier dalen kon ik overstappen op de blauwe route, en het leek me toch wel zo stoer om Starý Smokovec lopend te bereiken. ‘Bovendien’, zo redeneerde ik, ‘is de blauwe route vast makkelijker dan de rode route’. Dat bleek niet helemaal waar te zijn, want stijl de berg af over wegen van zand en kiezeltjes vraagt een behoorlijke krachtsinspanning van je remspieren…

Afijn, na drie uur lopen was ik terug in Starý Smokovec. Mijn hart bonste in mijn benen, maar wat was ik blij en trots! En dankzij deze wandeling heb ik niet alleen maar ‘stadse’ dingen gezien tijdens die reis, maar ook fantastisch mooie natuur, dus het was de tussenstop in Poprad meer dan waard.

WP_000353

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *