Je zou verwachten dat er in een grote stad meer dan genoeg te doen is, zelfs als de meeste winkels gesloten zijn in verband met Pasen. Krakau trekt elk jaar miljoenen toeristen. Er valt hier dus absoluut genoeg te beleven – en toch had ik gisterenmiddag, zo rond een uur of vier, helemaal nergens zin in.

‘s Ochtends had ik al proefondervindelijk ontdekt dat de temperatuur buiten zich niet leende voor lange wandelingen. Ik voelde me ook niet geroepen om een film te gaan kijken of een boek te lezen (“Dat kun je overal, dus waarom hier en nu?”). De boodschappen voor de volgende ochtend stonden al in de koelkast, en ik had de afgelopen dagen veulsteveul gegeten om zonder schuldgevoel in een restaurant te kunnen gaan zitten. Een museum dan? Te laat. Een Poolse mis? Te vroom. Een pub crawl? Te gevaarlijk…

Een paar uur later had ik er ineens schoon genoeg van. Dit kon zo niet langer. Hier zat ik dan, 26 jaar jong, in Krakau, het culturele centrum van Polen, de op-één-na grootste stad van het land, met genoeg geld in mijn portemonnee en zeeën van tijd, te kniezen op bed. Dat moest verdorie anders, en snel ook. Mijn eer, en die van mijn voorouders, stond op het spel.

Dus trok ik mijn laarsjes aan, stiftte mijn lippen, rechtte mijn rug en verliet – onder een goedkeurend gegrinnik van mijn hospita – het gebouw. Om nog geen tien seconden later weer terug binnen te staan, omdat ik mijn paraplu was vergeten. Een kleine hobbel op mijn zegetocht.

Na een korte rit met de tram en een ‘blokje om’ door de stad, ging ik in het gezelligste café van het blokje zitten, pal naast de Planty, het park dat het oude stadscentrum omringd. In een hoekje van het café was gelukkig nog een plaatsje vrij, met prima zicht op zowel het park als de mensen binnen. Ik bestelde een glas warme grog. Een atletisch gebouwde Pool ging tegenover mij zitten en we hadden een diepgaand gesprek over de essentie van het leven… Nee, die laatste zin zuig ik uit mijn duim. Was het maar waar.

Neemt niet weg dat de avond op deze manier toch nog een voldoende scoorde – en ik nu weet dat grog minstens even lekker is als glühwein. Na zdrowie! (Proost!)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *