Gaten in de weg, pittig volk, een schijnbaar ongeorganiseerd zootje: ik hou van de Balkan!

In Boedapest valt goed te merken dat je dit gebied nadert, maar geografisch gezien begint de Balkan pas ten zuiden van de Sava: een rivier die in Slovenië begint en bij Belgrado de Donau bereikt.

Niet iedereen houdt van de Balkan, en dat snap ik wel. Wie een perfect georganiseerde bestemming zoekt, of eentje waar de mensen gul zijn met hun glimlach, kan beter een andere richting kiezen.

Maar toch… Toch kan ik het (bijna?) iedereen aanraden om het op zijn minst eens uit te proberen.

Vrijdag begon de Balkan al op het busstation van Boedapest-Népliget. Daar wilde ik net mijn koffer in de bagageruimte van de (Servische) bus stoppen, toen een deel van de groep – waaronder ik – ineens zonder verdere uitleg naar een andere bus geleid werden. Bij het openen van de bagageruimte bleek ook die bus naar Belgrado te rijden – “Novi Sad or Beograd?” – maar niemand hoefde zijn of haar ticket te laten zien en onze bagage werd ook niet gelabeld ofzo… Pas na twintig minuten rijden – waarin ik te weten kwam dat mijn Amerikaanse buurman evenmin wist of hij in de juiste bus zat (da’s toch al iets) – kwam er iemand langs voor onze tickets…

We mochten blijven zitten, dus blijkbaar was het in orde.

En hoe! Even los van de roerige start: ik heb nog nooit in zo’n comfortabele bus gezeten. Gigantisch veel beenruimte, en een tafeltje dat omgeklapt kon worden tot een soort poef. En dat terwijl de rit – die van 12:00 uur tot 16:45 uur zou duren – maar 25 euro kost…

Ja, de rit zou bijna vijf uur duren. Uiteindelijk hebben we er drie uur langer over gedaan, vanwege de enorme drukte bij de grens. Sommige mensen moesten hun auto de grens over duwen – in de brandende zon – omdat ze te lang stil hadden gestaan met draaiende motor. (Wat een ellende!) Ook bleek één van onze medepassagiers niet over de juiste papieren te beschikken om Servië in te mogen, dus hij werd tussen de twee grensposten uit de bus gezet… (Ook een ellende!!)

Nog geen twintig minuten nadat we Servië eindelijk binnenreden, stopte de bus bij een lelijk tankstation, voor een pauze van een half uur. Alsof we nog niet genoeg stilgestaan hadden…

Het klinkt misschien gek, maar ik begon er lol in te krijgen. Als de zaken maar lang genoeg niet gaan zoals je verwacht, dan komt er onvermijdelijk een punt waarop je denkt: “Oké dan, we zien wel hoe dit afloopt. Laat maar waaien!”

Juist omdat het niet vlekkeloos verloopt, juist omdat het niet perfect onderhouden is, krijg ik hier het gevoel dat er fouten gemaakt mogen worden. Ook door mij.

“There’s a crack in everything,

that’s how the light gets in.”

– Leonard Cohen

En ook dan komt het uiteindelijk meestal goed – en soms zelfs méér dan goed. Tegen half negen was ik in het (prima) hostel, en Belgrado blijkt – wederom juist vanwege dat contrast tussen fraaie en minder fraaie dingen – een boeiende stad te zijn. En vriendelijk geprijsd! Een cappuccino in één van de allerbeste en -hipste koffietentjes van de stad kost omgerekend maar 2 euro…

Ik hou van de Balkan!

One Comment

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *