Wat is mijn grootste valkuil? [25 vragen in 52 weken, deel 4]

Vandaag, in de ’25 vragen’-serie, het antwoord op de vraag “Wat is mijn grootste valkuil?”.

Wéér geen leuke vraag om te beantwoorden. Maar als het lot vindt dat ik het deze keer over mijn “favoriete” valkuil moet hebben… Dan bewaren we de lekkere dingen gewoon voor later. 🙂

En eigenlijk sluit het best mooi aan op de vraag wat me boos of verdrietig maakt.

Want toen had ik het al even over mijn “allergieën”. Eigenschappen (van andere mensen) die mij flink irriteren.

Het tegenovergestelde van die allergieën zijn mijn zogeheten kernkwaliteiten. En mijn valkuilen zijn dan weer het “teveel” van die kwaliteiten.

Elk nadeel heb dus echt z’n voordeel. En andersom.

(Benieuwd hoe dit systeem werkt? Op de website van Carrièretijger vind je meer informatie over kernkwadranten. Naast je kwaliteiten, valkuilen en allergieën kun je daarmee ook inzicht krijgen in je persoonlijke uitdagingen.)

Een tabel met vier vakken. Rechtsboven mijn grootste valkuil: teveel nadenken. Daarnaast mijn kernkwaliteit: goed kunnen nadenken. In de onderste twee vakken de bijbehorende uitdaging (minder nadenken en meer doen / voelen / praktisch handelen) en allergie (dingen doen of zeggen zonder daarbij na te denken).
Mijn grootste valkuil (teveel nadenken) is het “teveel” van een kernkwaliteit. Bij die valkuil hoort ook een uitdaging (meer voelen & handelen) en een allergie (hersenloos, onverantwoord gedrag). Alle rechten voorbehouden.

Die pientere bovenkamer van mij is dus zowel een zegen als een vloek.

Verstrooide professor? Check! Te lang en te veel over dingen nadenken? Check! Meer met het verleden en de toekomst bezig zijn, dan met het (praktische) hier en nu? Dubbel check!

Afijn. Het is natuurlijk handig om je valkuilen te kennen. Maar het is nóg handiger als je die weet te omzeilen.

Door middel van meditatie-oefeningen probeer ik me meer bewust te worden van dat vele nadenken. Met de nadruk op “probeer“, want het valt nog niet mee. Mijn verstand is namelijk zó gewend om het woord te voeren, dat zij (zij? hij? het?) het ronduit gruwelijk vindt om ineens in de gaten gehouden te worden.

Met als gevolg dat ik mezelf al snel voor gek verklaar – “Mens, doe normaal!” – maar ook dat is een gedachte. Een oordeel van mijn verstand.

En zo leer ik haar verraderlijke trucjes steeds beter kennen. Maar of die valkuil al iets kleiner wordt… Dat weet ik niet.

Wat is jouw grootste valkuil? En hoe ga je daarmee om?

De volgende keer: “Waar ben ik het meest trots op?”
En twee weken geleden: “Wat maakt me boos of verdrietig?”

Wat maakt me boos of verdrietig? [25 vragen in 52 weken, deel 3]

De eerste maand van het jaar 2019 zit erop! Hoog tijd voor weer één van de 25 vragen die ik dit jaar ga beantwoorden. Deze keer vraag 12: “Wat maakt me boos? Verdrietig? Gefrustreerd?”

Hm. Lastig. Ik ben namelijk niet zo vaak uit mijn hum. (Opgewekt en veerkrachtig, weet je nog?)

En als ik wél uit mijn hum ben, laat ik dat niet snel merken. Meestal probeer ik het voor mijzelf te houden. In te slikken. En als dat niet gaat, als ik echt stoom af moet blazen, dan doe ik dat eigenlijk alleen bij mensen die ik vertrouw.

(Op zulke momenten is het ongetwijfeld fantastisch om een vriend of familie van mij te zijn. Ahem. Sorry, lieverds.)

Kortom, ik vind het moeilijk om hier te zeggen wat me boos of verdrietig maakt. Op een openbare blog. Waar vaag blijven eigenlijk geen optie is, want dat levert een onpersoonlijk – dus oninteressant – verhaal op. En wie zit daarop te wachten?!

Een close-up van een paard. Het oog is goed te zien. Er is iets aan de onschuld van paarden, wat mij makkelijk boos of verdrietig maakt.
Die ogen… Paarden hebben iets wat mij snel emotioneel maakt. Vooral als ze slecht behandeld worden. Daar kan ik echt niet tegen.

Dus. Als ik van slag ben, komt dat meestal door één van de volgende thema’s:

  • problemen met familie / vrienden / sociale contacten – maar bijvoorbeeld ook een emotioneel weerzien bij All You Need Is Love.
  • onbegrip / gebrek aan kennis – als ik iets niet begrijp, of niet begrepen word, kan ik me daar mateloos aan ergeren.
  • angst / wantrouwen – voor iets of iemand anders of, nog erger, voor mijzelf. (“Dat klinkt geweldig, maar ’t lukt me vast niet.”)
  • onverantwoord / ondankbaar gedrag – zoals toeristen die foto’s maken op een plek waar dat overduidelijk niet mag. Argh!

Combinaties hiervan vormen al helemaal dé manier om mij boos of verdrietig te krijgen. (De film Black Beauty doet dat bijvoorbeeld vreselijk goed.)

Volgens mij zijn dit mijn vier grootste “allergieën”. En dat zou kunnen kloppen, want als ik ze omdraai komen er een paar herkenbare kwaliteiten naar boven. (Een slim en loyaal persoon, die veel belang hecht aan vertrouwen en rechtvaardigheid… Hm, klinkt bekend.)

Wat maakt jou boos of verdrietig? Waar heb je dan eigenlijk behoefte aan?

De volgende keer: “Wat is mijn grootste valkuil?”
En twee weken geleden: “Hoe kom ik over op anderen?

Foto: “A Nod Is As Good As a Wink… to a Blind Horse” door Fernando Henrique C. de Oliveira, licentie CC BY-NC-ND 2.0

Hoe kom ik over op anderen? [25 vragen in 52 weken, deel 2]

Goede voornemens zijn er om je niet aan te houden. Daarom deze week vraag 19: “Hoe kom ik over op anderen? Past dat bij hoe ik mezelf zie?”

Ik weet niet of de vraag “Hoe kom ik over op anderen?” gericht is op de eerste indruk, of op de algemene indruk die ik achterlaat. Want daar zit wel een verschil in. Denk ik.

De eerste indruk die ik maak, is meestal dat ik rustig ben – of verlegen, of stil, of iets in die richting – maar ook stoer/stevig en open/vriendelijk. Dus niet rustig in de zin van “och gut, die blazen ze zó omver” of “nou, zij zegt ook niks terug”. Meer in de zin van een grote vriendelijke reus.

Maar dan niet reusachtig groot. Gewoon groot, voor een vrouw (1m80).

Is dat te veel voor een eerste indruk? Moeilijk te zeggen. Maar volgens mij zijn dit de eigenschappen die het meest opvallen.

Mensen die mij iets beter leren kennen, omschrijven me daarnaast ook als oprecht, idealistisch, opgewekt/grappig, en als iemand die (te) veel en goed kan nadenken.

Dit heb ik trouwens niet zelf bedacht. De afgelopen jaren heb ik regelmatig te horen gekregen hoe ik overkom op anderen. Met name van andere trainees. Want hoe je van nature overkomt zegt iets over je kwaliteiten én over je valkuilen.

Allerlei kleuren post-itjes waarop medetrainees antwoord geven op de vraag "Hoe kom ik over op anderen?".
Wie kan de vraag “Hoe kom ik over op anderen?” beter beantwoorden dan een heleboel anderen?

Het woord dat de trainees het vaakst gebruikten om mij te omschrijven, is trouwens ‘veerkracht’.

Maar volgens mij is veerkracht het resultaat van een aantal andere eigenschappen, die ik eerder genoemd heb. Ik bedoel, ik denk niet dat ik ‘veerkrachtig’ overkom. Maar wel sterk, slim en opgewekt.

Wat ik natuurlijk niet altijd ben. Er zijn genoeg momenten waarop ik helemaaaal niet opgewekt ben, of slim, of rustig. Of noem maar op.

Maar over het algemeen klopt het met hoe ik mijzelf zie. 🙂

Welke indruk maak jij op anderen?

De volgende keer: “Wat maakt me boos? Verdrietig? Gefrustreerd?
En twee weken geleden: “Hoe ontspan ik het best?

Hoe ontspan ik het best? [25 vragen in 52 weken, deel 1]

Gelukkig nieuwjaar, allemaal! 😀

Voor 2019 heb ik mezelf een uitdaging opgelegd: in 52 weken deze 25 vragen beantwoorden. Gevonden in een Santé Magazine, maar vraag me niet welke precies.

Vandaag de aftrap, met vraag 4: ‘Hoe ontspan ik het best?’

Waarom vraag 4? Puur toeval. Ik heb “random number generator” ge-Google-d, en uit een rijtje van 1 t/m 25 kreeg ik de 4 als eerste. Tadaaa!

Maar goed. Hoe ontspan ik het best?

Natuurlijk heb ik meerdere favoriete manieren om te ontspannen. Een boek lezen, naar de sauna gaan, een yogasessie, bladeren door een (reis)tijdschrift, een biertje drinken met vrienden of familie, wandelen over het strand…

Maar één manier steekt daar met kop en schouders bovenuit.

Golfbrekers op het strand
Wandelen over het strand én foto’s maken… Heerlijk.

Zelfs een boottocht of treinrit haalt het niet bij mijn meest favoriete vorm van ontspanning.

En dat wil wat zeggen, want op een boot of in een trein voel ik me al snel kiplekker. Senang. Ook op de achterbank van een auto, trouwens.

Ik weet niet wat dat gevoel veroorzaakt. De wereld rustig aan mij voorbij zien trekken?

Hoe dan ook: toen ik mijn rijbewijs haalde, wist ik niet eens hoe ik van mijn ouders naar opa en oma moest rijden. (De achterbank is voor ontspanning, mensen, niet voor het in de gaten houden van de route.)

Dus een stukje reizen per boot, trein of auto is een goede tweede.

Maar ik heb nog geen boot, trein of auto. Dat maakt het voor mij niet de beste manier om te ontspannen.

Hoe ik dan wél het best ontspan? Als ik dans.

Tijdens de Zumba word ik regelmatig overvallen door een flinke geeuw. Staan we daar allerlei sexy danspasjes te doen, trekt mijn mond ineens wagenwijd open… Ronduit gênant natuurlijk – “$#&%, waarom moet ik uitgerekend NU half in slaap vallen?!” – totdat iemand tegen me zei dat het gewoon een teken is dat mijn lichaam zich dan ontspant.

Zo is het maar net.

En godzijdank hoef ik er niet altijd schandalig bij te geeuwen.

Dat zou wat zijn. Tijdens de Zumba, maar vooral op feestjes. Stel je voor! Het zou dan nog steeds de beste manier zijn om te ontspannen. Maar de lol zou er uiteindelijk wel vanaf gaan.

Hoe ontspannen jullie het best? Nog tips voor mij?

Over twee weken vraag 19: “Hoe kom ik over op anderen?