Mijn groene lijstje

Ik <3 de wereld! En manieren om haar minder intensief te belasten!

Via Irene van ‘Tussen Mars en Jupiter’ kwam ik op het idee om hier mijn “groene lijstje” te plaatsen. Een overzicht van verbeteringen die ik (nog niet) toepas om groener / duurzamer te leven.

Het oorspronkelijke idee komt trouwens van ‘Last Days of Spring’.

Goed om te zien dat ik al aardig op weg ben, én dat er nog steeds heel wat winst te behalen valt!

Fashion

✓ Minder shoppen
□ Investeer in items van goede kwaliteit, materialen die langer meegaan
✓ Bewuster shoppen: tijdlozere items, zodat je ze lang kan dragen
✓ Vintage en tweedehands shoppen – soms
□ Alleen maar eco en fair fashion kleding kopen – work in progress
□ Kleding ruilen met vriendinnen – één keer gedaan, maar ik vind niet dat het dan al telt
✓ Kleding op een andere manier gebruiken (vermaken of ‘recyclen’)
✓ Eigen tas meenemen om aankopen in te doen

Beauty

✓ Wasbare ‘wattenschijfjes’ aanschaffen – sterker nog, ik heb zelf schijfjes gemaakt van een oude handdoek!
✓ Duurzame wattenstaafjes aanschaffen – die met een houten stokje, van Etos
□ Eco-friendly gezichts(reinigings)producten gebruiken – één crème van Weleda (gekocht bij Holland & Barrett). Maar de rest is nog niet eco-friendly.
✓ Eco-friendly deodorant gebruiken – een ‘Pure Aura’ deo-roller van Salt of the Earth (via Etos). Ruikt goed!
□ Eco-friendly haarproducten gebruiken – één shampoo bar van Lush, de rest volgt zodra mijn voorraad op is.
□ Biologische tampons gebruiken
✓ Menstruatiecup gebruiken – oh yeah, die van Organicup
□ Producten zonder plastic verpakking gebruiken (shampoo bar i.p.v. fles)
□ Neem een besparende douchekop

Food

✓ Altijd een eigen tas meenemen/bij me hebben voor boodschappen
✓ Herbruikbare waterfles en koffiebeker gebruiken – ik heb geen herbruikbare waterfles of koffiebeker, maar ik koop (bijna) nooit coffee-to-go en ik hergebruik plastic flesjes als waterflessen.
□ Geen onnodig in plastic verpakte producten kopen (krop sla vs zak sla)
✓ Zo min mogelijk plastic verpakte producten kopen
□ Plastic-vrij shoppen
✓ Groente en fruit van het seizoen kopen – ik koop elke week een box van Boerschappen
□ Koop lokaal (dus geen avocado’s vanuit de andere kant van de wereld) – zie vorige punt, maar avocado’s koop ik nog steeds…
□ Koop ‘buitenbeentjes’: groente en fruit dat er misvormd uitziet, maar hetzelfde smaakt – soms (via Boerschappen), maar niet via de supermarkt want dan krijgt de boer er vaak geen eerlijke prijs voor en ook dat vind ik belangrijk
□ Leftovers invriezen i.p.v. weggooien of kleine verpakkingen kopen
□ Alleen nog maar biologische producten kopen
✓ Minder vlees eten – ik eet 3 à 4 dagen per week vlees of vis, bij het avondeten
□ 100% vegetarisch eten
□ Thuis veganistisch eten
□ Eigen moestuin beginnen – er staat munt en basilicum op mijn vensterbank, maar dat is nog lang geen eigen moestuin…
□ Een eigen composthoop beginnen

Lifestyle

✓ Afval scheiden: papier, GFT, plastic en glas apart
□ Eco-friendly schoonmaakmiddelen gebruiken – work in progress
□ Zelf schoonmaakproducten maken
□ Eco-friendly wc-papier gebruiken (dat niet als schuurpapier aanvoelt)
✓ Kleding die niet extreem vuil is koud wassen
✓ Zo min mogelijk de droger gebruiken: was ophangen – ik heb in de drie jaar dat ik in Breda woon, nog maar één keer de droger gebruikt
✓ Eco-friendly wasmiddel gebruiken – van Ecover (te koop bij de Albert Heijn)! Die met kamperfoelie en jasmijn ruikt zó lekker! :O
□ Ecologisch toiletpapier kopen
✓ Zo veel mogelijk digitaal werken i.p.v. op papier
✓ Zo veel mogelijk het openbaar vervoer gebruiken
□ Stekkers uit stopcontacten trekken als je het apparaat niet gebruikt
✓ Licht uit doen als je de ruimte niet gebruikt
□ Gebruik daglicht i.p.v. kunstlicht
✓ Zo min mogelijk de verwarming aan. Trek een trui aan!
✓ Switchen naar een duurzame bank – ASN Bank om precies te zijn
□ Refurbished elektronica kopen – dat nog niet, wel een keer ‘Tweedekans’ bij Coolblue
✓ Plak een nee/nee sticker op je brievenbus om reclame te weren
□ Gebruik metalen rietjes i.p.v. plastic rietjes. Vraag om ‘zonder rietje’ in een restaurant
✓ Leen producten van anderen (bijvoorbeeld boeken) i.p.v. het nieuw te kopen – <3 de bieb! En mijn familie!

Travel

□ Maximaal een keer per jaar vliegen – ik mik op maximaal twee vluchten per jaar, maar vorige jaar werden dat er drie…
✓ Zo duurzaam mogelijk op reis: met de trein, bus of carpoolen
✓ Geen wegwerpartikelen meenemen (waterflesje, tassen)
✓ (Thuis) zoveel mogelijk te voet of per fiets voortbewegen
□ Bamboe tandenborstel kopen voor op reis
□ Neem je eigen bestek mee i.p.v. wegwerpbestek te gebruiken

Welke tips heb jij voor mij, op het gebied van duurzaamheid?

Later, als ik groot ben… [5 jaar ‘Wendy Weet Waarom’!]

Later, als ik groot ben, schrijf ik een mooi boek.

Dan ben ik een Bekende Schrijver / Dichter / Blogger. En ook een adviseur, grimeur, masseur, fotograaf, (interieur)designer, banketbakker, danseres…

Misschien ben ik dan ook wel moeder.

Later, als ik groot ben, heb ik een goede (dans)partner gevonden.

Dan wonen we samen in een huisje, met een eigen tuin.

In die tuin geven we af en toe een feest voor onze vrienden en familie, en die feestjes zijn stuk voor stuk legendarisch. (Want grote mensen weten natuurlijk precies hoe dat moet.)

En in de garage staat een oud Volkswagenbusje, waar ik overal mee naartoe durf te rijden.

Dan is geen avontuur te groot en geen schat te ver weg.

Later, als ik écht groot ben.

40 Dagen Bloggen – mijn tussenstand

Vanmiddag ging ik met mijn ouders een stukje wandelen, op en rond de Kraaijenberg in Bergen op Zoom.

Sinds ik zonder werk zit, probeer ik mijn weekenden heel bewust zo sociaal mogelijk in te vullen. Doordeweeks komt het daar niet zo van, want dan heeft iedereen het druk-druk-druk natuurlijk. (…Natuurlijk?)

Daarom vind ik het ook zo tof om aan de 40 Dagen Bloggen Challenge mee te doen. En pittig en tijdrovend en GODZIJDANK zijn we morgen op de helft, maar vooral heel tof.

Het voelt goed om met iets concreets bezig te zijn. Om bijna elke dag iets van mezelf de buitenwereld in te slingeren.

En ik ben heel blij dat ik steeds meer leuke blogs en bloggers ontdek – en zij mij!

Het moeilijkst aan deze 40 dagen vind ik het vinden van de juiste vorm. Vooral wat de Random Acts of Kindness betreft. Ik vind het idee nog steeds heel leuk, maar én blogposts schrijven én RAKS uitvoeren… Die combinatie werkt niet altijd even goed. Voor mij niet, althans.

Misschien omdat ik – naar ’t schijnt – ook nog een leven heb. 😉 Deze blog-challenge mag bijvoorbeeld niet ten koste gaan van mijn zoektocht naar een nieuwe baan.

En ik heb nog maar twee van de zes skipdagen over.

Vandaag had ik er bijna weer één ingezet, vanwege het bezoek aan mijn ouders en een sollicitatie die vóór morgen ingediend moest zijn.

Maar met wat nootjes en Pukka-thee houd ik het nog wel even vol.

Voor de andere deelnemers: wat vinden jullie van deze tussenstand? Gaat het jullie beter af, of juist minder goed?

Maar ik weet niet wat

Het duizelt me van alle goedbedoelde adviezen.

“Zorg voor een heldere boodschap. Een goede elevator pitch. Dan komt die leuke baan vanzelf naar je toe.”

“Maak gebruik van je netwerk.”

“Als ik jou was, zou ik je vorige werk helemaal loslaten. Ja, echt. Vergeet je cv en ga iets totaal anders doen.”

“Zoek een baan die goed bij je past. Iets dat je leuk vindt. Koste wat het kost. Anders verlies je een hoop tijd, en moet je uiteindelijk weer terug naar de tekentafel.”

“Doe iets. Het maakt niet uit wat.”

Niet dat die adviezen elkaar per se uitsluiten, maar het is nogal… veel.

“INFPs often wish that they could just be,
doing what they love without the stress and rigor of professional life.”

16personalities.com

Misschien heb ik een luxeprobleem. Stel ik te veel of te hoge eisen. Misschien moet ik van mijn toekomstige baan niet méér verwachten dan dat het geld in het laatje brengt.

Dat zou goed kunnen.

En een bijbaan om mezelf te bedruipen – en daarnaast dingen te kunnen doen die wél voldoening geven – is wat mij betreft ook een optie.

Ook. Met andere woorden: nóg meer keuzestress. (Zei iemand ‘luxeprobleem’?)

Ik weet waarom ik werk nodig heb. En ik weet waarom sommige werkzaamheden en organisaties beter bij mij passen dan andere.

Maar ik weet niet wat ik precies zoek.

De leukste vacatures die ik tegenkom vragen om kennis die ik niet heb. Of eigenlijk: om twee verschillende opleidingen die ik niet heb. ‘Online marketing en communicatie’ en ‘Maatschappelijk werk en dienstverlening’. Ik weet niet wat ik daarmee aanmoet.

Ik weet niet wat wijsheid is. Een baan die aansluit bij mijn cv, of juist niet? Een baan die goed voelt, of een baan die goed verdient? Een opleiding volgen of niet? En zo ja, welke dan?

En ik weet niet wat de meeste kans van slagen heeft. Want uiteindelijk bepaalt iemand anders of ik ergens aangenomen word.

Tenzij ik voor mezelf zou beginnen natuurlijk. Nóg een optie. Oh, f*ck.

Random Act of Kindness: Laat anderen zien waar je op dit moment mee worstelt.

Ceci n’est pas ma vie

Ik heb logische wensen, en onlogische wensen.

Logische wens: een leuke baan vinden. Een wereldreis maken. Eindelijk het volgende seizoen van Peaky Blinders kunnen bekijken. Dat soort zaken.

Onlogische wens: een paar Louboutins hebben.

Waarom is dat onlogisch? Omdat ik helemaal niet kan lopen op naaldhakken. Of graag tien centimeter bij mijn huidige lengte op zou willen tellen. (Op hakken van zeven centimeter voel ik me al reusachtig groot.)

Een tekening van een pump, de Pigalle Follies Patent van Louboutin. Daaronder de woorden "ceci n'est pas un escarpin".
“Ceci n’est pas un escarpin”: dit is geen pump. Het is een tekening van een pump, die te duur is om in mijn kast te hebben staan. Alle rechten voorbehouden.

Daarbij draag ik überhaupt geen dure merken, tenzij het tweedehands is, of een duurzaam / fairtrade merk. En zelfs dan zit er een bovengrens aan wat het mag kosten. (De tassen van Matt & Nat vind ik bijvoorbeeld nog best oké geprijsd, maar ik kan me niet voorstellen dat ik ooit het dubbele zou neertellen. Voor een tas.)

Dus is het op z’n zachtst gezegd onlogisch dat ik al jarenlang een paar véél te hoge, véél te dure, véél te wiebelige naaldhakken wil hebben.

…Misschien doet die vuurrode zool een beroep op mijn oerbrein?

Hoe dan ook, ik fantaseer graag over het leven dat ik zou leiden met Louboutins in m’n kast. Of beter gezegd: in mijn inloopkast. In mijn superdeluxe penthouse. In het centrum van Parijs.

Natuurlijk zou ik ze dan ook af en toe dragen. Want de taxi stopt toch voor mijn deur. En zowel mijn man als mijn minnaar zijn er dol op. 😉

Ach ja. “Ceci n’est pas ma vie.” Dit is mijn leven niet.

Mijn laatste week als twintiger (met 20 vragen waarop ik het antwoord al had willen weten)

Gisteren is mijn laatste week als twintiger officieel van start gegaan! En dat voelt, eh, een tikje verwarrend…



via GIPHY

Tja. Dat dus allemaal, tegelijkertijd.

En waarom eigenlijk? Volgende week zondag ben ik gewoon een weekje ouder dan vandaag. Want in tegenstelling tot wat sommige mensen lijken te denken: het leven houdt niet op zodra je 30 wordt. Daarbij: “30” is (a) ook maar een getal en (b) een leeftijd die gevierd mag worden, nee, gevierd moet worden. Want vroeg of laat kunnen we onze verjaardagen niet meer vieren, en dat is pas écht een drama…

Tegelijkertijd: als ik mij inbeeld wat “de maatschappij” zo’n beetje verwacht van 30-jarigen… Of als je mij vroeger had gevraagd hoe mijn leven eruit zou zien op mijn 30e… En als we dat beeld eventjes vergelijken met mijn leven nu… Dat is óók een drama. Een kleiner drama, misschien, maar toch.

Daarom, in het kader van “gedeelde smart is halve smart”, hieronder 20 vragen waarop ik het antwoord verwacht had te hebben, of gewoon graag had willen hebben, vóór mijn laatste week als twintiger.

  1. Wat is mijn signature dish? (Oftewel: welk gerecht is “typisch Wendy”?)
  2. Hoe ziet mijn eerste eigen oven eruit?
  3. Op welk adres ga ik (voor het eerst) samenwonen?
  4. Hoe voelt het om langer dan drie maanden een relatie te hebben?
  5. Is op vakantie gaan met je partner anders dan met vrienden of familie?
  6. Hoe is het om een geheel eigen appartement te hebben (zonder woonruimtes te moeten delen met huisgenoten)?
  7. Hoe heet mijn eerste kat?
  8. Welke kleur heeft mijn eerste auto?
  9. Hoe ziet mijn droombaan eruit?
  10. Wat is de titel van mijn eerste boek?
  11. Is een reis met de Transsiberië (of Transmongolië) Express echt zo tof als het klinkt?
  12. Wil ik kinderen?
  13. Waar staat mijn eerste koopwoning?
  14. Wil ik eigenlijk wel een (koop)woning? Of toch liever een vrijer bestaan?
  15. Zou ik een dakterras / balkon / tuintje goed onderhouden?
  16. Hoe speel je hét nummer van Pirates of the Caribbean op piano?
  17. Wanneer ben ik voor het eerst officieel getuige bij een huwelijk?
  18. Hoe ziet mijn (eerste) trouwjurk eruit?
  19. Wie is mijn (eerste) Grote Liefde?
  20. Hoe is het om niet te twijfelen aan mijn eigenwaarde en het gevoel dat ik erbij hoor?

…Zo, dat is een flinke lijst. Maar ik ben vast niet de enige bijna-dertiger die af en toe het idee heeft dat ze hopeloos achterloopt op “de rest”. Wie “de rest” dan ook moge zijn, want werkelijk niemand van de (bijna-)dertigers die ik ken heeft het antwoord op alle bovenstaande vragen.

Herkenbaar?

een geel doosje met vraagtekens erop

Funemployment?

Nog maar anderhalve week tot het einde van mijn huidige baan en het begin van mijn vakantie / funemployment (een samentrekking van “fun” – plezier – en “unemployment” – werkeloosheid).

Heb ik er zin in? Ja, verschrikkelijk! 😀

Vind ik het eng? Ja, verschrikkelijk….

Met dat laatste doel ik niet zozeer op de reis, want die wordt vast onwijs gaaf. Nee, waar ik tegenop zie is die volstrekt onduidelijke periode daarna… Omdat ik werkelijk geen idee heb hoe die tijd eruit gaat zien, en hoe lang unemployment funemployment kan blijven.

Die stress leidt tot bijzondere, ehm, uitwassen. Zo kan ik ineens geen “normale” prioriteiten meer stellen. Echt waar. Zaken die in feite volstrekt onbelangrijk zijn, krijgen nu om de haverklap voorrang. Een blogpost schrijven over de kleren die meegaan in mijn koffer? Doe ik! Het slaapgedeelte van mijn zolder voorzien van een geverfde lambrisering? Check! Alle reisinformatie op een rijtje zetten?  Me verdiepen in de plaatsen waar ik heenga? De tickets uitprinten? Moet nog gebeuren. En een keer goed poetsen? Al weken niet gedaan… (In plaats daarvan ben ik mijn kasten aan het uitruimen. Wat ook weleens mag gebeuren, maar om nou te zeggen dat het nodig is… Nee.)

Ondertussen probeer ik driftig te achterhalen – bij mezelf en anderen – wat ik moet doen als ik straks terugkom. Welke functie past bij mij? Wat voor werkomgeving? Waar ben ik eigenlijk naar op zoek? Kortom: hoe zorg ik ervoor dat die funemployment leuk blijft zolang het duurt – en dat de fun daarna behouden blijft (maar de unemployment niet)?

Het Antwoord

Gelukkig ken ik mensen die wijzer zijn dan ik. Zij beantwoorden die stortvloed aan vragen met zoiets als: “Wendy, maak je toch niet zo druk. Focus eerst maar eens op het hier en nu, op de vakantie, en op die therapie van je, en dan komt de rest vanzelf wel.” … O ja, da’s waar ook.

Dus af en toe gaat die wanhoop héél eventjes de kast in, maar een dag of twee later draaien mijn hersenen weer constant hetzelfde liedje.

Maar – heujjj, nieuw inzicht – wat nou als er gewoon nog geen antwoord is? Althans, geen ultiem antwoord? Wat als ik hooguit een paar aanwijzingen bij elkaar kan verzamelen, en af kan gaan op mijn gevoel, maar meer niet? Wat als al die vraagtekens er gewoon zijn?

Hoe eng is dat dan? Natuurlijk, onduidelijkheid is eng, en vaag, en moeilijk uit te leggen, en confronterend, enzovoorts, en een beetje de richting voor ogen hebben is wel zo fijn… Maar onduidelijkheid biedt ook mogelijkheden. Onduidelijkheid betekent dat er speelruimte is – ruimte om naar eigen inzicht in te vullen, iets te leren of nieuwe dingen uit te proberen. En dat klinkt helemaal niet eng. Sterker nog: speelruimte klinkt als fun!

Dus misschien moet ik helemaal niet proberen om voorafgaand aan of tijdens mijn funemployment die ultieme baan te vinden. Misschien kom ik een stuk verder – en met meer plezier – als ik accepteer dat er op dit moment nog veel onduidelijk is, en dat die vragen zich niet laten oplossen door er eindeloos over na te denken, maar alleen door er iets mee te doen. Gissen en missen, en dan nog een keer gissen, en iets minder hard missen, en nog een keer, en nog een keer… Dat idee.

Mijn koffer en kamer zijn er nog lang niet klaar voor, maar ik wel!

Foto: “Question Mark Block” door Jared Cherup, licentie CC BY-NC-ND 2.0

tien zomerse kledingstukken, meer dan vijfentwintig mogelijke combinaties

Mijn koffer-capsule (10 kledingstukken, 25+ combinaties)

Over iets meer dan drie weken ben ik een maand weg! Dat gaat gepaard met een hoop vragen. Kan ik het nog wel, alleen reizen? (De laatste keer was in 2014…) Klopt mijn begroting? Ga ik het (financieel gezien) redden? Is het wel verstandig om zo lang op reis te gaan, zonder vooruitzicht op een nieuwe baan? En zonder therapie? Plus natuurlijk die ene, ongelooflijk belangrijke vraag: WAT TREK IK AAN?! Om die vraag als eerste te beantwoorden, presenteer ik jullie nu mijn zomerse koffer-capsule!

Capsule wardrobe

Voor wie de capsule wardrobe nog niet kent: een kledingcapsule is een set van 10 à 13 kledingstukken en accessoires – al worden er ook andere getallen genoemd – waarmee je diverse combinaties kunt maken. Binnen een capsule moeten alle kledingstukken bij elkaar passen: niet alleen qua kleur, maar ook qua dessin(s) en stijl. Voor wie hier meer over wil weten: Anja van Minimalist Dutchie schrijft regelmatig over de capsule wardrobe. (Via haar kwam ik ook op het idee om iets over mijn eigen zomerse “koffer-capsule” te schrijven.)

Mijn kledingkast bevat ongeveer drie capsules. Eentje voor werk, eentje voor op feestjes en eentje voor thuis. Niet alle capsules zijn helemaal compleet en ik heb een aantal kledingstukken die de capsules overstijgen (omdat ze bijna overal of bijna nergens bij passen), maar het idee is er en wordt steeds verder uitgewerkt. 😉

Koffer-capsule

En die koffer-capsule dan? Die bevat kledingstukken uit alle drie de capsules die ik eerder noemde, plus wat losse items. Nu ik erover nadenk, vind ik dat trouwens best veelzeggend. Blijkbaar vervagen die “hokjes” gewoon als ik op vakantie ben…

tien zomerse kledingstukken, meer dan vijfentwintig mogelijke combinaties

Met de tien kledingstukken (en drie paar schoenen) op de foto kan ik meer dan 25 combinaties maken. De groenblauwe / smaragd top op de foto, van organisch katoen, kan andersom gedragen worden en dan is het een jurkje. Heel fijn!

Voor de zekerheid neem ik nog één lange broek extra mee – die lichte broek is binnen de kortste keren vuil – en ik ben al heel lang op zoek naar nette zomerschoenen / sandalen. Met een hak, voor op mijn werk maar liefst óók om mee te nemen op vakantie… (In plaats van de pumps: die zouden ook mee kunnen, maar lopen niet zo lekker meer.)

Dat is meteen een groot nadeel aan die kledingcapsules: omdat alles bij elkaar moet passen, kost het meer tijd om iets nieuws te vinden… (Daar komt nog eens bij dat ik een aantal winkelketens mijd die op een oneerlijke manier kleding produceren, dus ik kan niet overal zoeken.) Maar – elk nadeel heb z’n voordeel – die speurtocht kan wél heel gericht zijn, want je weet precies wat voor kleding / schoeisel / accessoire je zoekt, en in welke kleur & stijl. Met als gevolg: minder kans op het kopen van dingen die je niet nodig hebt, of die niet bij je eerdere aankopen passen!

Maar goed, met deze koffer-capsule kom ik een heel eind. Bijna 5000 kilometer, als het goed is. 😉

Quote Nelson Mandela

Over (on)mogelijkheden en beperkingen

Nog even over die quote van vorige week. “Het lijkt altijd onmogelijk tot het gedaan wordt”. Daar wil ik graag wat dieper op ingaan.

(Mocht Nelson Mandela nog geen held van me geweest zijn, dan was ‘ie het nu.)

Omdat ik werk aan de uitvoering van het VN-verdrag voor de Rechten van Mensen met een Beperking, kom ik de laatste tijd iets te veel verhalen tegen over de barrières waar gehandicapte mensen (al dan niet letterlijk) tegenaan lopen.

Barrières die, bedoeld of onbedoeld, bepalen wat zij wel en niet kunnen doen met en in hun levens, relaties en werk.

Zoals jullie misschien al wel weten, raakt dit onderwerp mij persoonlijk, omdat ik regelmatig ervaar hoe hardnekkig (en onnodig!) deze obstakels kunnen zijn.

Mijn gehoor is minder goed dan dat van anderen, minder goed dan nodig is om er geen hinder van te ondervinden, en minder goed dan tien jaar geleden (toen ik ook al slechthorend was). Dus ja, ik weet wat het is om beperkt te zijn, beperkt gevonden te worden, en mij beperkt te voelen.

Maar ik ben méér dan mijn oren.

Er zijn genoeg momenten waarop ik geen last heb van mijn slechthorendheid, en er helemaal niets van merk.

Er zijn ook genoeg momenten waarop ik minder beperkt ben dan anderen. Als ik met het openbaar vervoer reis, ben ik minder beperkt dan iemand in een rolstoel. Als ik een boek lees, ben ik minder beperkt dan iemand met dyslexie. Enzovoorts.

Dat ik slechthorend ben, wil dus niet zeggen dat ik altijd en overal hindernissen tegenkom. (Sterker nog: het kan soms een voordeel zijn. Wat dacht je bijvoorbeeld van mijn nachtrust?)

En andersom hebben de hindernissen die ik wél tegenkom lang niet altijd te maken met die ene officieel erkende beperking…

Zijn er eigenlijk onbeperkte mensen? Nee, toch?

En natuurlijk, de ene beperking brengt veel meer (on)mogelijkheden met zich mee dan de andere.

Maar waarom erkennen we niet wat vaker dat iedereen bepaalde gebreken heeft? Dat het hebben van een beperking ons niet minder mens maakt?  En dat we ondanks én dankzij die gebreken ook heel veel mogelijkheden hebben?

Bereiken we langs die weg niet veel meer, en veel mooiere dingen, dan wanneer wij – of “de maatschappij” – ervan uitgaan dat we perfect (dus onbeperkt) moeten zijn om iets te kunnen bereiken, en dat onze beperkingen per definitie onwenselijk zijn en dus behandeld, gemaskeerd of genegeerd moeten worden? Dat bepaalde zaken nooit zullen veranderen omdat “het nu eenmaal zo werkt”? En dat er een wezenlijk verschil is tussen mensen met en zonder een beperking? (Voor zover er überhaupt sprake kan zijn van “zonder”…)

Volgens mij hebben we sowieso al één beperking met elkaar gemeen – onze tijd op aarde – dus laten we die tijd alsjeblieft een beetje slim doorbrengen. Iedereen is gelijk. Ieder mens heeft beperkingen en (on)mogelijkheden. En als je die twee bij elkaar optelt: het is niet aan een ander om te bepalen wat iemands (on)mogelijkheden zijn.

Nogmaals: “het lijkt altijd onmogelijk tot het gedaan wordt”. Laten we dat onthouden.