Bedwantsen 102: hoe houd je ze uit je eigen bed?

Wat is nóg vervelender dan op vakantie bedwantsen tegenkomen? Deze ongewenste souvenirs in je eigen huis aantreffen!

Ik kan het weten. De eerste bedwants die ik ooit zag, liep namelijk doodleuk bij mij thuis over het bureau. Toen ik in Polen woonde. En hij (of zij) bleek een hele familie te hebben.

Geen idee hoe ze bij ons terechtkwamen, maar wij zaten er ineens mee! Met als gevolg een heleboel jeuk, gedoe, paranoia en irritante maatregelen. Uiteindelijk – na een maandenlange strijd – kwamen wij als winnaars uit de bus. Maar toch. Ik wil dit nooit meer meemaken.

En aangezien ik niet van plan ben om nooit meer op reis te gaan, zit er maar één ding op.

Ervoor zorgen dat ze zich niet nog eens in mijn huis vestigen.

Zo houd je bed bugs uit je eigen bed

Voor het gemak heb ik deze informatie opgeknipt in drie delen: wat je kunt doen vóór je op vakantie gaat, tijdens je reis, en na afloop.

Lees ook “Bedwantsen 101: hoe herken je deze bee(s)tjes?“.

Voor

  • Neem goed afsluitbare plastic zakken mee. En – als je langer op reis gaat – ondergoed en nachtkleding die je op 60 graden kunt wassen.
  • Reis – indien mogelijk – met een harde koffer. Dat is (als je de koffer nooit geopend achterlaat) een onneembare vesting voor bedwantsen. In tegenstelling tot een koffer of backpack van stof.
  • Moet je toch met een zachte koffer of backpack op pad? Wees dan extra oplettend tijdens en na je vakantie! Of neem een grote vuilniszak mee, waar je de koffer/backpack in kunt doen als je op je kamer bent.

Tijdens

  • Hoe vervelend het ook klinkt: verdeel je kamer meteen in gevarenzones en veilige gebieden. Het bed is een gevarenzone, natuurlijk. Maar bedwantsen kunnen ook in andere zachte en poreuze materialen wegkruipen. In een bank bijvoorbeeld. Of in de onafgewerkte zijkant van een spaanplaat. (In Polen vond de ongediertebestrijder bedwantsenpoep in de achterkant van ons bureau. Ik bedoel maar.)
  • Check of de gevarenzones schoon zijn. Als je bedwantsen of verdachte donkere plekjes aantreft, of andere viezigheid, is dit hét moment om van locatie te wisselen.
  • Ziet het er schoon uit? Fijn! 😀 Maar om er zeker van te zijn dat je geen bedwantsen mee naar huis neemt, moet je het onderscheid tussen veilige en gevaarlijke zones blijven respecteren. (Sorry.)
De maatregelen waar wij ons thuis aan moesten houden om bedwantsen tegen te gaan
Zie hier een paar (!) van de maatregelen waar wij ons thuis aan moesten houden, om verdere verspreiding te voorkomen. In gebrekkig Engels. En heerlijk betuttelend. (“Don’t move bedbugs between beds.” O ja joh?!)
  • Houd zo veel mogelijk kleding en spullen uit de buurt van de gevarenzones. Zet bijvoorbeeld nooit een tas of (rug)zak op of pal naast een gevarenzone! Zelfs niet voor vijf seconden.
  • Ga ook niet zomaar op bed zitten. Als je toch in bed wil kruipen, trek dan eerst je nachtkleding aan. Of al je kleding uit, als dat je ding is, en je niet in een slaapzaal ligt. 😉
  • Zorg ervoor dat je koffer of backpack hoe dan ook een veilige zone blijft. (Dat scheelt me toch een boel kopzorgen!)
  • Moeten er kleren uit de gevarenzone gewassen worden? Of terug je koffer in? Stop ze dan in een aparte, goed afsluitbare plastic zak. Dat geldt uiteraard ook voor (zachte, poreuze) spullen.
  • Bedwantsen overleven een 60-gradenwas niet. Alles wat zo warm gewassen wordt, mag na afloop meteen oversteken naar de “veilige” kant.
Sinterklaasgedicht met een verwijzing naar onze bedwantsen-ellende
We ontdekten de bedwantsen in september. Op 5 december hield het onze gemoederen – en die van Sinterklaas – nog steeds bezig…
(Over dat zijden ondergoed schreef ik toen al een blogpost.)
  • Hef de gevarenzone(s) pas op als je na drie dagen nog steeds geen bedwantsen gespot hebt, of gebeten bent! Ze voeden zichzelf namelijk om de dag. Of nacht, eigenlijk. En het kan tot 24 uur duren voor een beet zichtbaar (en voelbaar) wordt.
  • Spot je na een tijdje toch bedwantsen(beten)? Shit… Probeer je hoofd koel te houden. Ga vooral niet met je beddengoed van hot naar her sjouwen! Dan maak je het die beestjes alleen maar makkelijker. Wat je wél moet doen: het personeel op de hoogte brengen. En besluiten of je je biezen pakt of niet.

Na

  • Als het goed is neem je nu een “veilige” koffer of backpack mee naar huis, met daarin één of meerdere zakken met “mogelijk gevaarlijk spul”. Het spreekt hopelijk voor zich dat je, eenmaal thuis, de inhoud van die zakken niet op je eigen bed moet gooien. 😉
  • Heb je zachte kleding/spullen uit de gevarenzones die je niet op 60 graden kunt wassen? Stop ze een paar dagen in de vriezer.
  • Of leg ze maandenlang op een warm plekje, in een hermetisch afgesloten plastic zak. (In een omgeving die koel is, maar niet ijskoud, kan het soms wel een jaar duren voor een bedwants het loodje legt.)

Zo. Op deze manier is de kans echt piepklein dat er bij thuiskomst stiekem een paar bedwantsen in je bed kruipen.

Het is een hoop tekst, maar eigenlijk valt het qua maatregelen best mee. Zeker als je het vergelijkt met wat je moet doen als ze je huis bezetten!

Toch bedwantsen in huis?

Vind je (desondanks) toch bedwantsen bij jou thuis, aarzel dan niet om de hulp van een gespecialiseerde ongediertebestrijder in te schakelen!

De eerste ongediertebestrijder die bij ons thuis kwam, kon nergens bedwantsen vinden, geloofde ons verhaal niet, en spoot vervolgens – “voor de zekerheid” – een halve tank met giftig gas leeg in onze kamer. De bedwantsen werden er pislink van en beten ons die nacht helemaal lek. En ik wil niet weten hoe schadelijk dat spul was voor onze eigen gezondheid.

De tweede man vond wél bedwantsenpoep, complimenteerde ons omdat we er vroeg bij waren, en had een hoop bruikbare (doch ietwat betuttelende) tips.

Ik hoop dat je nooit een ongediertebestrijder hoeft in te schakelen, maar als je het moet doen, doe het dan goed!

En voor nu: “Good night, sleep tight, and don’t let the bed bugs bite.”

(Wie dat ooit heeft verzonnen…)

Bedwantsen 101: hoe herken je deze bee(s)tjes?

Ik heb lang getwijfeld of ik hier iets zou schrijven over bedwantsen.

Wil ik mijn mooie, geliefde weblog serieus bevuilen met deze rotbeestjes? Die ik al twee keer in mijn leven ben tegengekomen – en da’s twee keer te veel?!

Maar het engeltje op mijn schouder bleef stug doorzagen. Over het risico op schuldgevoelens. Dat het zo vervelend is om achteraf te denken: “Tsja, ik had je kunnen waarschuwen.” En dat ik, door erover te zwijgen, die vervloekte bedwantsen eigenlijk ruim baan geef.

Ach ja. Na die andere dubieuze titel – expert in online daten – kan deze er ook nog wel bij.

Wat zijn bedwantsen?

Bedwantsen zijn bloedzuigende insecten. Ze worden hooguit 5 tot 6 mm lang en hebben een rode tot roodbruine kleur.

Bedwantsen gedijen overal waar mensen slapen. Hygiëne, of een gebrek daaraan, zegt bedwantsen niet zoveel. Net zomin als de prijs van een overnachting. (Ja, het risico op “besmetting” is groter in een hostel dan in een luxe hotel, maar alleen omdat daar op een jaar tijd meer reizigers passeren. Met backpacks in plaats van koffers. Maar daarover later meer.)

De beet van een bedwants doet geen pijn. Je kunt ’t niet voelen. Sommige mensen merken zelfs helemaal niets van de beten, ook niet na een tijdje. Mensen die gevoeliger zijn voor insectenbeten – that’s me – krijgen (veel) last van jeukende bultjes.

Oh, en nog één dingetje: in tegenstelling tot luizen en muggen, kunnen bedwantsen geen ziektes overbrengen. Maar da’s dan ook het enige positieve aan deze mormels.

Hoe herken je een bedwants(beet)?

Een volwassen bedwants is vrij makkelijk te herkennen, maar dat geldt niet voor de jongere nymfen. Die zijn soms zo klein dat je ze niet of nauwelijks kunt zien. Maar ook die baby-wantsjes bijten. (Bloody bastards!)

De verschillende groeistadia van bedwantsen
Volwassen bedwantsen zijn 5-6 mm groot. De jongste nymfen zijn dus niet groter dan een zandkorreltje. (Bron: bedbughunters.co.uk)

Verder herken je bedwantsen ook aan de donkere vlekjes die ze achterlaten, van bloed en bedwantsenpoep. Maar een kleine of beginnende plaag zul je op die manier niet gauw spotten. Vooral niet in een schoon ho(s)tel.

De tweede keer dat ik bedwantsen tegenkwam – in München – had ik van tevoren mijn matras geïnspecteerd. Dat doe ik altijd, sinds mijn eerste kennismaking met deze beestjes. Maar ik vond niks verdachts. En toch zat ik al snel onder de bultjes.

Hoe wist ik dat het wéér zover was? Waaraan herken je een bedwants-beet?

De eerste keer dacht ik dat ik last had van muggenbulten. Bedwantsen bijten echter op plekken waar een mug niet zo snel zal komen (zoals je benen, rug, en schouderbladen). En – let op – ze vormen paadjes.

Een bedwantsen-paadje op mijn knie, in München. (En ja, mijn benen zijn wit.)

Die paadjes vormen helaas de meest betrouwbare aanwijzing dat er bedwantsen in de buurt zijn. Het (vooraf!) spotten van bedwantsen of bloed-/poepvlekjes heeft uiteraard de voorkeur, maar dat lukt dus niet altijd.

“…Oftewel, ik kan op voorhand nooit zeker weten dat er GEEN bedwantsen in mijn ho(s)telkamer zitten?!”

Het spijt me, maar da’s precies wat ik je duidelijk probeer te maken. En daarom komen we nu bij dé cruciale vraag: “Hoe neem je bedwantsen NIET mee naar huis?”

Het antwoord op die vraag lezen jullie morgen, in Bedwantsen 102.

En daarna hou ik erover op. Brrr.

Boekenweek 2019: deze vijf boeken raad ik aan!

Het afgelopen jaar heb ik niet veel boeken gelezen – tsssss – maar toch genoeg om vijf mooie titels met jullie te kunnen delen.

1. The Unbearable Lightness of Being – Milan Kundera

‘The unbearable lightness of being’ (Nederlandse titel: ‘De ondraaglijke lichtheid van het bestaan’) is een heuse klassieker.

Dit boek heb ik in een moordend tempo uitgelezen. Deels uit noodzaak – ik heb het boek van iemand geleend toen ik in Macedonië was – maar vooral omdat het verhaal me volledig in beslag nam.

Een boek om je tanden in te zetten.

2. The Curious Incident of the Dog in the Night-Time – Mark Haddon

‘The curious incident of the dog in the night-time’ – over een autistische jongen die een mysterie oplost – stond al jaren op mijn lijst met boeken die ik graag wou lezen. En terecht, zo bleek.

Een boek dat een beroep deed op bijna al mijn emoties, én mijn lachspieren. Prima leesvoer voor in een park.

3. The Subtle Art of Not Giving a F*ck – Mark Manson

Een boek om cadeau te geven aan je vriend(in) die 30 wordt. En aan jezelf.

Lees ook: “Vijf lessen uit The Subtle Art of Not Giving a F*ck”

4. DIT IS EEN GOEDE GIDS – Marieke Eyskoot

De titel zegt het eigenlijk al. Dit is eerder een gids (of een keukentafelboek) dan een normaal boek. Natuurlijk kun je het in één keer van voor tot achter uitlezen, om er vervolgens jarenlang niet meer in te kijken, maar dan mis je een hoop.

Nee, daarvoor bevat dit boek deze gids te veel goede, bruikbare informatie en handige adresjes voor mensen die willen weten wat goed is (als in: duurzaam, sustainable, fair trade, etc.) – en wat niet.

5. Hoe word je ALLES? – Emilie Wapnick

Om heel eerlijk te zijn ben ik ‘Hoe word je ALLES?’ nog aan het lezen. (Nogmaals bedankt, Irene, voor de tip.)

Maar als je – net zoals ik – moeite hebt om één duidelijke richting aan te nemen en te houden, qua carrière, dan vind je dit boek waarschijnlijk – net zoals ik – heel tof.

Of bekijk eerst even de TED-talk van Emilie, om te horen of je jezelf in haar verhaal herkent.

Hopelijk heb ik volgend jaar een iets grotere voorraad boeken om uit te putten. En staan er dan niet wéér vier namen die met een “M” beginnen. (Ik heb namelijk helemaal geen “M” in mijn naam, en ik wil ook eens in zo’n rijtje staan. Ooit.)

Welk boek spreekt jou aan? En wat zijn jouw favorieten van het afgelopen jaar?

(Als je een boek koopt via de links in deze blogpost, ontvang ik een klein percentage van de opbrengst. Dat kost jou niets extra’s. Ik ben niet betaald om deze blogpost te schrijven, en ik raad alleen boeken aan die ik met veel plezier gelezen heb. Ook krijg ik geen gegevens door van eventuele kopers. Wat jij met deze informatie doet, is – zoals altijd – geheel aan jou.)

Dag van het Geluk (?) + 4 daden die ons gelukkiger kunnen maken

Vandaag viert de wereld de Internationale Dag van het Geluk.

In het World Happiness Report van dit jaar staat Nederland nóg hoger dan vorig jaar. Op de vijfde plaats.

Of dat terecht is of niet, daar valt over te discussiëren. Het leek mij in elk geval een uitstekend moment voor een RAK-boeket. Een mooie verzameling van bewezen geluksbrengers.

Random Acts of Kindness: Wees vandaag extra behulpzaam. Bezoek vrienden of familie. Neem wat tijd voor jezelf. En ga even sporten.

Toen de wekker vanmorgen ging, voelde ik me niet lekker. Een beetje zwaar. Somber. Trillerig. Alsof ik elk moment koorts kon krijgen. En kan krijgen, want dat gevoel is nog niet over.

Maar ik heb geen zin om wéér een dag overgeleverd te zijn aan mijn gepieker. En een beetje geluk kan wonderen doen voor de gezondheid.

Dus, daar ga ik.

1. Vrienden (of familie) opzoeken

12:26 uur. Ik pak de trein naar Rotterdam. Om twee uur word ik in Utrecht verwacht, voor een bijeenkomst van de Nederlandse EuroPeers.

De meeste aanwezigen ken ik al jaren. En ook al zijn het eigenlijk geen (naaste) vrienden van me, toch vind ik het leuk om ze weer te zien en even bij te praten.

2. Iemand helpen

Zowel in Utrecht als op de heen- en terugreis ben ik extra alert. Het zal mij vandaag niet gebeuren dat ik een kans om behulpzaam te zijn mis, omdat ik in gedachten (of in mijn telefoon) verzonken ben!

En dus help ik aan het einde van de bijeenkomst met het afruimen van de tafel, maar daar blijft het bij. Ik let wel degelijk goed op, maar ik zie nergens mensen die hulp nodig hebben. Niemand die de weg zoekt. Niemand aan wie ik mijn zitplaats af kan staan.

Wel zie ik een knappe vent in de trein zitten, die een boek over Duitse literatuur leest. Het heeft niets met “iemand helpen” te maken, maar het is een geluksmomentje. Absoluut.

Eenmaal terug in Breda ga ik nog langs het stemlokaal. Veel verschil zal het niet maken, maar toch. Elk zetje in de juiste richting helpt.

19:45 uur. Ik ben thuis. Mail van Nick. “Bedankt voor jullie hulp.”

3. Tijd nemen voor jezelf

Daarna kan het “moment voor mijzelf” beginnen. Voor vandaag betekent dat: blogposts schrijven.

Ik voel me inmiddels stukken beter. Maar om te voorkomen dat ik – net als gisteren – te laat op bed lig, neem ik mezelf voor om niet langer door te gaan dan 21:30 uur.

Genoeg slapen is immers ook een vorm van tijd nemen voor mezelf. Toch?

4. Sporten

Eigenlijk was ik van plan om vanmorgen te gaan sporten, maar toen voelde ik me niet bekwaam.

En dus blijft het bij een korte yoga-sessie voor het slapengaan. En het voornemen om morgen wél naar de sportschool te fietsen.

Aan het eind van de dag voel ik me wel degelijk iets gelukkiger dan toen ik vanmorgen opstond. Het kostte hier en daar wat moeite, en het zat vooral in de onverwachte momenten. Maar sinds wanneer is geluk makkelijk en voorspelbaar? 🙂


Foto: “Happiness” van Selvaggia Santin, licentie CC BY-NC 2.0

Hier is mijn favoriete snelle recept: een vega wokschotel

Niet lang nadat ik besloot minder vlees te gaan eten, vond ik op internet een vegetarische wokschotel met cashewnoten. Snel en makkelijk te bereiden, met volop groente, en – zo bleek al snel – ronduit geurig en smaakvol.

Het was zover. Ik had mijn favoriete snelle recept gevonden. Een cruciale stap op de weg naar volwassenheid. *pinkt traantje weg*

Nu – zo’n zes jaar later – koop ik nog maar zelden vegetarisch vlees en voorgesneden groente. Maar soms, als ik geen tijd heb om lang in de keuken te staan en geen zin in diepvriespizza… Dan graai ik met liefde zo’n zakje Chinese wokgroente uit het koelvak.

(Voor de Nederlanders: het is deze week de Nationale Week Zonder Vlees. Misschien een mooi moment om óók minder vlees te gaan eten?)

Random Act of Kindness: Deel je favoriete recept met iemand.

De originele versie van mijn favoriete snelle recept komt uit de Allerhande, maar ik heb het een beetje aangepast. (Vier eetlepels olie voor twee personen?! Beetje overdreven, niet?)

Sowieso leent dit gerecht zich goed voor allerlei aanpassingen. Heb je bijvoorbeeld geen verse gember in huis? (Dat gebeurt mij dikwijls.) Gebruik dan gembersiroop, of gemberpoeder, of vergeet de gember gewoon.

Recept: vega wokschotel met cashews

IngrediëntenBereiden
voor 2 personen
200 g (pandan) snelkookrijst
2 el zonnebloemolie
175 g (pittige) vegetarische roerbakblokjes
400 g (voorgesneden) wokgroente
1/2 cm verse gember of een scheutje gembersiroop
1 el Japanse sojasaus
2 el (ongezouten) cashewnoten
1. Kook de rijst gaar volgens de aanwijzingen op de verpakking. Verhit de olie in een wok en bak de roerbakblokjes 2 minuten op hoog vuur. Schep de blokjes uit de wok. (De olie moet achterblijven.)
2. Gooi de wokgroente in de wok en bak, al omscheppend, in 4-6 minuten beetgaar. Gebruik je verse gember? Pers de gember uit boven het gerecht met behulp van een knoflookpers.
3. Doe de roerbakblokjes in de wok bij de groente, even omscheppen, en op smaak brengen met sojasaus. (En gembersiroop, als je geen verse gember gebruikt.)
4. Eet smakelijk! Serveer de cashewnoten erbij.

Jammer dat we via het internet nog geen geur kunnen verspreiden, want geloof me, die mag er ook zijn. 🙂

Wat is eigenlijk jouw favoriete snelle recept?

Lees ook: “golden milk (en een recept voor golden oatmeal)”

Bloggers in de bloemetjes: deze vier volg ik met plezier

Door mee te doen aan de 40 Dagen Bloggen Challenge, hoop ik ook andere blogs en bloggers te leren kennen. Maar welke blogs vind ik nu al leuk?

De namen van vier blogs (Tales from the Crib, Hoste Sarah, Renske de Greeff en Minimalist Dutchie) in vier getekende bloemetjes

Renske de Greeff

Waar ik bij de andere namen in dit rijtje zoiets heb van “heel tof wat jullie doen”, heb ik bij Renske zoiets van “heel tof wat jij doet, EN IK WIL DAT OOK!”.

Terwijl zij technisch gezien niet eens een blog heeft, volgens mij. Eerder een online verzameling tekencolumns.

Hoe dan ook, ik wil ook zo goed kunnen tekenen. En zo grappig zijn. Scherp. En schaamteloos. (Over die ene woonrubriek waar je je zo heerlijk aan kan ergeren: “Thijmen kan me nu zien poepen, inderdaad, maar dat creëert wel een fantastische open sfeer.”)

Zie hier het ‘waarom’ achter mijn besluit om aan een cursus Illustreren te beginnen. 🙂

Tales from the Crib

Kelly Deriemaeker – yep, uit België – is niet alleen de blogger achter Tales from the Crib, maar ook de schrijfster van Het Blogboek.

Erg fijn om te lezen dat zelfs iemand die twee boeken geschreven heeft en maandelijks duizenden bezoekers op haar weblog ontvangt – oh my gawd – af en toe ook gewoon met de handen in het haar zit.

Minimalist Dutchie

De weblog van Anja (Minimalist Dutchie) kwam hier al eens eerder voorbij, toen ik schreef over de kledingkapsule voor mijn koffer.

Minimalist Dutchie gaat vooral over minimalisme (du-uh), maar ook – op dezelfde geen-flauwekul manier – over andere persoonlijke dingen, zoals een verbouwing die niet gaat zoals gepland.

Hoste Sarah

Hoste Sarah – ook uit België – volg ik pas sinds een maandje.

Ze heeft naar eigen zeggen een “lifestyle & travel blog”. Dat klinkt trendy, en haar lijst met reisbestemmingen ziet er inderdaad nét even anders uit dan die van mij. Maar ondertussen vinden we blijkbaar allebei dat ’t leven niet zo loopt zoals het zou moeten. Herkenning!

Dit zijn momenteel mijn vier favorieten, maar er passen nog heel wat bloemetjes bij. Dus, welke blogs moet ik ook zeker eens bekijken?

Random Act of Kindness: Zet eens iemand in de bloemetjes! Bijvoorbeeld door een (soort) liefdesbrief naar die persoon te schrijven.

Toffe Dingetjes 4

Wat doe je als de (blog)inspiratie nergens te vinden is en je dringend behoefte hebt aan wat energie en positiviteit?

Dan zet je alle toffe dingetjes van de afgelopen tijd op een rijtje. 🙂

En dan maar hopen dat het helpt.

Dansen

Zumba staat tegenwoordig op een laag pitje. Ik ga nu ongeveer om de week, in plaats van elke week.

Wat trouwens niet wil zeggen dat ik het ineens minder leuk vind dan voorheen. Ik ben wat aan het schuiven met mijn fitness-schema, en Zumba is daar de dupe van.

Misschien heeft dat een weerslag op mijn energieniveau?

Lezen & luisteren

Kennen jullie het YouTube-kanaal SBSK (Special Books by Special Kids) al?

SBSK is bedacht door Chris. Een Amerikaan die gerust modellenwerk zou kunnen doen voor één of ander sportmerk, maar die in plaats daarvan kinderen en jongeren met een beperking of ongeneeslijke ziekte interviewt. “To normalize the diversity of the human condition.”

De manier waarop hij dat doet, is zó mooi. Zó leerzaam. En ja, af en toe zó hartverscheurend… Maar ook die verhalen horen erbij. Ze negeren zou pas echt ziek zijn.

Via SBSK leerde ik trouwens ook Squirmy and Grubs (oftewel Hannah en Shane) kennen. Hij heeft een progressieve spierziekte. Zij niet. Samen vormen ze een goed stel, met een minstens even goed gevoel voor humor.

En over “goed” gesproken: ondertussen lees ik DIT IS EEN GOEDE GIDS van Marieke Eyskoot. Over hoe je duurzamer kunt leven.

Eten

Ook mijn flexitarisme / deeltijd vegetarisme staat de laatste tijd op een laag pitje – één woord: carnaval – maar dat ga ik vanaf morgen weer goedmaken.

Da’s ook niet zo moeilijk, want de lijst met prima vegetarische opties blijft maar groeien.

Zo maakte ik laatst een lekkere vega stoofschotel met spruitjes in kokosmelk. (“Lekker”, “vega”, en “spruitjes” in één zin. Het moet niet gekker worden. 😉 )

En bij Loods 5 – waar ik vorig jaar voor het eerst kwam – heb ik inmiddels de vegetarische tosti met paddenstoelen ontdekt. Jammie!

Ontdekken

Ik woon nu bijna drie jaar officieel in Breda, maar vorige week ging ik voor ’t eerst naar het Stedelijk Museum.

Deels uit nieuwsgierigheid, en deels omdat mijn CJP-pas die dag verliep en ik (nu ik 30 ben) niet in aanmerking kom voor een nieuwe pas – en de bijbehorende leuke kortingen.

Dit kunstwerk maakt deel uit van de tentoonstelling “Ik &”, die nu helaas alweer voorbij is. “Ik &” was te zien in NEXT, de (gratis toegankelijke) projectruimte van het Stedelijk Museum.

Jammer dat ik zo lang gewacht heb met het bezoeken van dit museum. Hoewel, beter laat dan nooit.

Dat geldt (vooralsnog?) ook voor de tattoo die ik twee weken geleden heb laten zetten, maar dat verhaal vertel ik jullie nog wel eens. Qua pijn viel het in elk geval reuze mee.

Wat voor toffe dingetjes hebben jullie de laatste tijd meegemaakt?

Een jonge vrouw zit op de stoep en kijkt naar haar smartphone.

Deze dingen moet je weten voor je begint met online daten

Vorige week, op een verjaardagsfeestje, kreeg ik plotseling de titel van “expert” op het gebied van online daten.

Een dubieuze eer, en zwaar overdreven, als je het mij vraagt. Maar het bracht me óók op een idee. Want waarom zou ik die hard bevochten kennis eigenlijk voor mijzelf houden?

Wat zijn de dingen die je moet weten voor je begint met online daten?

En hee, dat rijmt. Als daar geen leuke blogpost in zit… 😉

1. “Wees geen dwaas,
blijf het algoritme de baas.”

Als je mij vraagt wie ik een expert vind op het gebied van online daten, zeg ik Amy Webb. Bekijk haar TED-talk, “How I hacked online dating”, als je dat nog niet gedaan hebt. Informatief én hilarisch.

De manier waarop zij het daten heeft aangepakt is veuls te cijfermatig voor mij, maar op een aantal punten heeft ze absoluut gelijk.

Zoals deze: “While the algorithms work just fine, you and I don’t, when confronted with blank windows”.

De website/app die ik gebruik, OKCupid, biedt bijvoorbeeld de mogelijkheid om vragen te beantwoorden. Niet zomaar een paar vragen, nee, véél vragen. Honderden vragen.

En daar is niks mis mee, maar er staan ook vragen tussen zoals “How do you feel about documentaries?”. En “which superpower would you rather have?”. Vragen waarvan het mij, eerlijk gezegd, geen drol uitmaakt wat iemand erop antwoordt.

Ik kijk graag naar documentaires, maar moet dat mijn partnerkeuze beïnvloeden? Knap ik af op iemand die een hekel heeft aan documentaires? Zijn documentaires zo belangrijk voor me, dat het deel uit zou moeten maken van mijn toekomstige relatie(s)? …Nee.

Denk dus goed na over wat je op je profiel zet. Wat vind je belangrijk, en wat niet?

Hoe minder ruis, hoe beter.

2. “Reageert er geen ziel?
Verander je profiel!”

Amy Webb heeft nog een ander goed punt.

Als er weinig leuke mensen op je reageren, dan ligt dat niet alleen aan de concurrentie, maar ook aan jou. Of beter gezegd: aan jouw profiel.

Ik zal je een voorbeeld geven uit mijn eigen praktijk.

Sinds een paar maanden heb ik een kort kapsel. En aangezien ik mezelf niet vaak op de foto zet – of laat zetten – heb ik vooralsnog maar één leuke foto van mezelf met kort haar.

Als ik die foto gebruik als profielfoto, levert dat bijna niets op.

Zet ik daarentegen een oudere foto vooraan, waarin ik lang haar heb en een iets zichtbaarder decolleté, dan komen er “ineens” een hoop berichtjes binnen.

Daar kun je van alles en nog wat van vinden – dat doe ik ook – maar het toont in elk geval aan dat kleine, oppervlakkige profielwijzigingen een groot verschil maken in de wondere wereld van het online daten.

En dat je daar zelf de hand in hebt.

Een paar tips (van Amy Webb):

  • Gebruik niet te veel tekst, maar ook niet te weinig. Populaire profielen bevatten gemiddeld 97 woorden.
  • Hoe specifieker de beschrijving, hoe groter de kans dat iemand (te) snel op je afknapt. “Ik hou van films” werkt beter dan “mijn favoriete film is Pirates of the Caribbean“.
  • Gebruik positieve woorden. Maak een profiel dat uitnodigt en benaderbaar is, in plaats van afschrikt.
  • Als je een leuk berichtje krijgt van iemand, reageer dan niet te gretig. Ook dat schrikt af. Echt, één reactie per 12-24 uur is genoeg.
  • En ja, de foto’s doen ertoe. Kies of maak dus een paar foto’s van jezelf waarop je er aantrekkelijk uitziet.

Tot zover over je profiel. Nu wordt het tijd voor het echte werk. 😀

3. “Klikt het in de app? Spreek af vóór je vlinders heb!”

(Ja, ik weet dat het eigenlijk “hebt” moet zijn. Maar dan rijmt het niet.)

Heb je iemand gevonden die je wel leuk lijkt? En wijzen de eerste berichtjes erop dat jullie aardig op dezelfde golflengte zitten? Spreek dan zo snel mogelijk in het echt af.

Als er één ding is wat je moet weten voor je begint met online daten, is dit het. Ook al heeft Amy Webb het er niet over. (Expert-punten voor Wendy!)

Zo snel mogelijk, in het echt.

Want stel dat je in het echt geen klik voelt met die ander. Waarom zou je dan je kostbare tijd aan die persoon blijven besteden?

En als die ander in het echt juist wél even leuk is als online – of zelfs nog leuker – waar wacht je dan nog op?! Straks word je genadeloos ingehaald door een concurrent!

Dan heb ik het nog niet gehad over de (kleine) kans dat je met een catfish te maken hebt. Een nepprofiel. Maar de enige manier om erachter te komen of de persoon waarmee je contact hebt degene is die je op de foto’s ziet, is door – je raadt het al – in het echt af te spreken.

Dus, kortom, elkaar zo snel mogelijk in het echt ontmoeten is helemaal geen slecht idee. Integendeel.

Liefst vóórdat je gevoelens voor de ander krijgt. Dat kan je een hoop hartzeer besparen.

Spreek gewoon ergens af – op een openbare plek (!!!) – en ga samen iets drinken ofzo. Meer hoeft dat niet te zijn. Christina Wallace – van een andere leuke TED-talk over online daten – noemt dit de “zero date“. De date vóór een (eventuele) eerste date.

De zero date. Knoop het in je oren.

4. “Wie iets goed wil leren,
moet vooral veel repeteren.”

Die zero dates brengen me bij het laatste punt. Oefening baart kunst.

Volgens Christina Wallace kun je gerust drie zero dates in één avond proppen. Wat mij betreft een prima plan, al word ik behoorlijk scheef aangekeken als ik vertel dat ik drie van dat soort afspraakjes heb op twee weken tijd(!). Dus of het slim is om daar open over te zijn, is een tweede.

Maar goed. Laat je daardoor vooral niet tegenhouden. Regel zoveel zero dates als je wilt. Leer wat nieuwe mensen kennen. En als je merkt dat een bepaalde datingsite of -app niet bij je past, probeer dan gewoon een ander.

Ik ben na een maandje Pepper (mwoah) overgestapt op OKCupid. Ook heb ik Once eventjes uitgeprobeerd maar dat was één groot drama. Voor mij althans.

Het duurt misschien even voordat je je draai gevonden hebt. Maar als het goed is brengt elke (zero) date je dichter bij iemand met wie het heel goed klikt. En het levert je sowieso een pak mensenkennis en leuke verhalen op.

En dat is volgens mij alles wat je moet weten voor je begint met online daten. Dus, waar wacht je nog op? 😉

Heb je nog vragen voor deze “expert”? En voor de ervaren online daters: mis ik iets?

Foto:  Communicating from the Gutter” door Michael Coghlan, licentie CC BY-SA 2.0

Lessen uit 'The Subtle Art of Not Giving a F*ck': "The desire for more positive experience is itself a negative experience. And, paradoxically, the acceptance of one's negative experience is itself a positive experience"

Vijf lessen uit ‘The Subtle Art of Not Giving a F*ck’

Zoals ik al schreef heb ik de afgelopen weken niet alleen ‘Het Huis met de Geesten’ uitgelezen. Een ander boek – ‘The Subtle Art of Not Giving a F*ck‘ van Mark Manson – vond ik zo inspirerend, dat het een eigen blogpost verdient.

De Nederlandse titel is ‘De Edele Kunst van Not Giving a F*ck. Juist ja. Ik ben blij dat ik de originele, Engelstalige variant gelezen heb.

In het boek legt Mark uit waarom we – en “we” zijn vooral mensen van zijn/mijn generatie – vaker zouden moeten denken (en zeggen): “Daar geef ik geen hol om.”

Dat lijkt misschien grof, maar wie het goed aanpakt beoefent een subtiele levenskunst. Want te veel f*cks geven is ongezond, maar te weinig f*cks geven ook. (Alleen psychopaten geven nergens om.)

Hoe je de juiste balans vindt? Lees het hele boek, of neem eerst even deze vijf belangrijke lessen uit ‘The Subtle Art of Not Giving a F*ck‘ tot je.

1. Je kunt niet winnen als je niet wilt spelen

Waar denk jij aan bij woorden zoals “lijden”, “pijn” en “ontevredenheid”?

Met onze hoge levensstandaard in het achterhoofd, klinken die woorden ronduit vies. We willen een gelukkig leven, vol blije Facebookupdates en fotofilters. Wat we niet willen zijn problemen, harde waarheden, negatieve emoties en ongemak.

Maarreh, dat zal niet gaan. Leven is niet alleen het meervoud van lef, het is ook een vorm van lijden. Onze worstelingen bepalen onze successen – en ons geluk.

Heej het alles meigemakt, het ’t allemoal gehad
Verhaale over vrouwe met champagne in ’n bad

— Rowwen Hèze, “Koning Hay”


Vraag jezelf daarom af welke pijn je in je leven wilt. Waar wil je mee worstelen? Een leven zonder problemen gaat ‘m sowieso niet worden, maar een leven vol goede problemen… Daar mag je op hopen.

2. Je bent niet speciaal

Ja, je leest het goed. Je bent niet speciaal. Niet. Speciaal.

Dat is waarschijnlijk even slikken.

Want we willen zo graag speciaal zijn. We horen en zien voortdurend verhalen van bijzondere mensen, en als we onszelf niet bijzonder genoeg vinden, gaan we keihard op zoek naar onze talenten. Onze “unique selling points“. That special gift that only you have.

Maar als we allemaal proberen te bewijzen dat we speciaal zijn, dan zijn we wat dat betreft sowieso al niet uitzonderlijk bezig.

Natuurlijk, niemand heeft exact hetzelfde levensverhaal als jij – of ik. Maar er leven bijna 8 miljard mensen op aarde, dus de kans dat je de enige bent met een bepaald talent (of probleem) is vrij klein.

Toen ik nog hiel klein waas
En van ’t leave niks begreep
Allien mar speulde, oot en sleep

— Rowwen Hèze, “De Peel in Brand”


Als je accepteert dat je “maar gewoon” bent, haal je een enorme last en bewijsdrang van je schouders. En je krijgt meer waardering voor de basiservaringen van het leven. De dingen die (bijna?) iedereen meemaakt.

Het smaakt lang niet zo zoet als de boodschap dat je speciaal bent, maar het werkt wel.

3. Je weet niets en je kiest altijd

Nog zo’n vervelende boodschap.

Veel van onze overtuigingen zijn fout. Want ons brein is slim, maar (a) niet perfect en (b) als we iets zeker denken te weten, is het ongelooflijk moeilijk om ons daar weer vanaf te brengen.

Die “zekerheid” kan onze persoonlijke groei aardig in de weg staan.

Als je vaker erkent dat je het misschien niet bij het rechte eind hebt, kun je langer – en met een open houding – blijven zoeken. Tot je een iets betere oplossing voor je probleem vindt. En als je dat blijft doen, ga je van ‘fout’ naar ‘een beetje beter’, naar ‘nog minder fout’, naar ‘nog iets beter’…

Niemand di wet wie verluust of wie wint.
Ge komt op ’t end beej ow zelf terecht.

— Rowwen Hèze, “Blieve Loepe”


Misschien denk je nu: “Maar dit probleem is mijn schuld niet!” / “Ik heb hier niet voor gekozen!” / “Ik kan er niks aan doen!” / “Mijn probleem is zo groot, dat is niet op te lossen!”

Je kunt inderdaad niet altijd kiezen wat je overkomt. En misschien heb je er helemaal geen schuld aan.

Maar alleen jij bent verantwoordelijk voor jouw (on)geluk. Net zoals een rechter verantwoordelijk is voor een zaak, ook al is hij/zij geen misdadiger, getuige of betrokkene.

En jij bepaalt hoe je op een situatie reageert. Altijd. Of je het nu leuk vindt of niet. Zelfs “ik doe niets” is een keuze.

4. Mislukkingen en afwijzingen zijn cruciaal

Want iederien haj alt gezagd,
D’r is in dit land gen mins din op ow liedjes wacht

— Rowwen Hèze, “En Dan Is ’t Mar Dom”


Ja, we blijven nog even op de zonnige toer. Ahem. 😉

Om een goede ruiter te worden, moet je eerst honderd keer van je paard vallen. Dat maakt het nog steeds niet leuk om van een paard te vallen. Of minder pijnlijk, of minder eng. Maar het hoort er gewoon bij.

Hoe je het ook wendt of keert: vallen – falen – maakt deel uit van een groeiproces.

Hetzelfde geldt voor afwijzingen.

Het kan ronduit pijnlijk zijn om iets of iemand af te wijzen, of afgewezen te worden. Maar als we niets afwijzen, kunnen we ons nergens aan verbinden. En dan missen we de focus op wat ons effectief gezond en gelukkig maakt.

5. We gaan allemaal dood

Tot slot deze vrolijke uitsmijter. We gaan allemaal dood.

Vooral bedoeld om de andere lessen uit ‘The Subtle Art of Not Giving a F*ck’ in het juiste licht te plaatsen. Met de dood voor ogen maak je immers minder oppervlakkige (en vaak betere) keuzes.

Angst is zonde van je tijd. Het slachtoffer uithangen is zonde van je tijd. Om te veel dingen geven is zonde van je tijd.

Vur aaltied saame, de kaarten versteurd
Lang zujje ze leave, toen is ’t gebeurd

— Rowwen Hèze, “De Neus Umhoeg”


Hopelijk was het lezen van deze samenvatting niet zonde van je tijd! 🙂 Welke van deze lessen uit ‘The Subtle Art of Not Giving a F*ck’ vond je het leerzaamst?

Als je deze vorm van zelfhulp net zo kunt waarderen als ik, lees dan vooral het hele boek.

(Als je het boek koopt via de links in deze blogpost, ontvang ik een klein percentage van de opbrengst. Dat kost jou verder niets. Ik ben niet betaald om deze blogpost te schrijven, en ik raad alleen boeken aan die ik met veel plezier gelezen heb. Ook krijg ik geen gegevens door van eventuele kopers. Wat jij met deze informatie doet, is – zoals altijd – jouw eigen keuze.)

Foto: “Mark Manson” door SharonaGott, licentie CC BY 2.0

Toffe Dingetjes 3

Van die dingetjes die te klein zijn om een hele blogpost aan te wijden, maar te groot om onopgemerkt voorbij te laten gaan. 🙂

Dansen

Het grootste kleine nieuws van de afgelopen maand? Ik volg geen therapie meer.

Toen ik het nummer ‘Mayores’ voor het eerst hoorde, een maand of vier geleden, wist ik niet zo goed wat ik ervan moest denken. Ik zat om de week bij een psycholoog, en ondertussen moest ik bij de Zumba dansen op dit nummer? Waarvan het enige woord dat ik versta “loca” is?!

Inmiddels weet ik dat de zangeres loca wordt van oudere mannen. Een vorm van gekheid waar ik gelukkig geen last van heb. 😉

Lezen & Luisteren

Ik heb de afgelopen weken veul boeken gelezen en Netflix gekeken. ‘Het huis met de Geesten‘ heb ik nu uit, evenals vier(!) seizoenen van ‘Peaky Blinders‘. Het vijfde seizoen verschijnt later dit jaar, als ’t goed is.

In afwachting daarvan volg ik nu iets totaal anders. ‘RuPaul’s Drag Race‘ draait namelijk om… drag queens.

(Het woord “travestieten” vind ik hier niet op zijn plaats. Bij dat woord denk ik eerder aan een man met een rommelige blonde pruik en twee opgeblazen ballonnen onder zijn shirt, dan aan de allure en de professionaliteit van een échte drag queen.)

Van gewelddadige macho’s naar homo’s op hoge hakken. Moet kunnen. 😀

Eten

En er was gelukkig nog tijd genoeg voor een beetje ‘Chef’s Table‘. Nog altijd even gelardeerd met heerlijke verhalen en wijsheden

Over culinaire toestanden gesproken: onlangs zat er voor het eerst – en hopelijk ook voor het laatst – crosne in mijn Boerschappenpakket. Deze knolletjes zijn niet alleen lastig schoon te maken, maar ze lijken ook nog eens op groot uitgevallen maden. En de smaak laat te wensen over. Dus mocht je het ooit tegenkomen in een winkel: lekker laten liggen!

Ontdekken

Gelukkig deed ik ook een paar positieve ontdekkingen.

Zo ben ik (vooralsnog) heel blij met de apps 1 Second Everyday – waarmee je, precies, elke dag één seconde filmt – en Daylio. Twee manieren om bij te houden wat ik zoal doe op een dag, en daarmee (hopelijk) ook twee manieren om mij te helpen voluit te leven.

Al zijn die inzichten soms best pijnlijk. “Vaak Netflixen” klinkt toch anders dan “onomstotelijk bewijs hebben dat ik op 12 van de afgelopen 13 dagen minstens een uur naar films en series gekeken heb”.

Maar goed, als ik mijn tijd beter / leuker / waardevoller ga invullen door dit soort schoppen onder m’n kont, dan heb ik die pijn er wel voor over.

De cursus Creatief Schrijven die ik volg, zit er helaas bijna op. Maar ik ga over een paar weken verder met een cursus Illustreren. Zo komt dat boek van mij misschien weer een stapje dichterbij.

En tot slot: China Light, in de Zoo van Antwerpen. Niet de eerste keer dat ik erheen ging, maar wel de mooiste. Een aanrader, al zijn de kaartjes best prijzig. Nog te zien tot en met zondag!