Halverwege

Twee weken in Krakau zitten erop; nog maar twee weken te gaan. Hopelijk gaat de tijd vanaf nu iets langzamer, want anders heb ik Krakau straks niet echt leren kennen. Waarschijnlijk kan dat ook helemaal niet, binnen 28 dagen, maar het zou zo tof zijn… Al kan ik gelukkig wel zeggen dat ik hier inmiddels aardig de weg weet in twee verschillende werelden – die van de toerist en die van de inwoner. Lees verder

Quote VII

De enige getuigen

van de vergoten tranen

en de gang van zaken hierbinnen

zijn deze vier muren

en de alwetende Jezus.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog deed het ‘Silezische Huis’ (Dom Śląski) dienst als hoofdkantoor van de Gestapo in Krakau. Duizenden mensen werden hier op brute wijze verhoord en gemarteld. In drie cellen onder het gebouw zijn de originele inscripties (ca. 600) van gevangenen bewaard gebleven. Bovenstaande tekst is (in het Pools) door een onbekende gevangene in een celmuur gekerfd.

Hopelijk heb ik binnenkort meer tijd om over Dom Śląski en mijn belevenissen van de afgelopen dagen te schrijven, maar mijn taalcursus komt de belofte intensief te zijn heel goed na, dus ik beloof niets…

Wawel kathedraal

Lente in Krakau

Dames en heren, panie i panowie, de lente draait eindelijk op volle toeren! De zon liet zich hier de afgelopen dagen steeds vaker zien, maar gisteren en vandaag liep de temperatuur dan eindelijk hoog genoeg op om zonder jas naar buiten te kunnen. Alleluja!

In Nederland valt dan al snel de term ‘rokjesdag’, maar volgens mij komt dat fenomeen in Polen niet voor. Ik heb althans de indruk dat voor Poolse (jonge)dames iedere dag rokjesdag kan zijn, ongeacht de temperatuur. Hele-korte-rokjesdag zelfs. Onder die rok dragen ze dan wel minstens een panty – terwijl rokjesdag ook (of misschien wel ‘juist’) draait om blote vrouwenbenen. Maar het is nog vroeg, 11 april, dus wie weet… Misschien verdwijnen de panty’s over een week of twee als sneeuw voor de zon.

Rokjesdag of niet, de meeste vrouwen – mijzelf inclusief – blijven niet graag binnen zitten tijdens die eerste warme dagen van het jaar. Ik heb donderdag – toen de zon al volop scheen maar nog niet veel warmte gaf – de Koninklijke Route (Droga Królewska) afgelegd en gisteren de Foods of Krakow wandeltocht gedaan. (Toen heb ik onder andere geleerd dat wodka ‘watertje’ betekent. Mijn docent Pools zal maandag wel trots zijn.) Tijdens die wandelingen, vanmorgen tijdens het hardlopen en vanmiddag in het park: overal hing de lente in de lucht.

In de Planty worden de bankjes van een nieuw laagje verf voorzien. Voor de Krakovianen vormt dat een extra reden om het bankje van hun keuze eerst uitgebreid te betasten voordat ze erop durven te gaan zitten. Het lijkt wel een ritueel: eerst halen ze hun hand over de zitting, dan over de rugleuning en als ze het dan nog niet helemaal vertrouwen, komt er een plastic zakje tevoorschijn waar ze op gaan zitten. Of ze lopen naar het volgende bankje, waar het ritueel zich herhaalt. Ik geef ze trouwens geen ongelijk: op de onderkant van mijn jas zaten gisteren ineens een paar vlekjes vogelpoep.

Terwijl de kauwen hoog in de bomen vechten om het mooiste plekje en het beste nestmateriaal, vliegen de ijsjes over de toonbank. Op deze manier mag de zomer van mij nog wel even wegblijven. Dan doet de winter dat namelijk ook…

Rękawka

Giza heeft de Piramide van Cheops, en Krakau heeft de Grafheuvel van Krakus. Iets minder hoog (16 in plaats van 139 meter), iets ronder en groener, en – last but not least – je mag er gewoon op gaan staan. Dan heb je een fantastisch uitzicht over de stad en omstreken, want het graf van weilen koning Krakus (als we de overlevering mogen geloven) ligt op een hoogte van 271 meter. Desondanks trekt de heuvel doorgaans maar weinig bezoekers, behalve op de dinsdag na Pasen. Dan is het namelijk… Rękawka!

grafheuvel van Krakus

Oorspronkelijk een heidens ritueel, waarbij eten en geld van de heuvel afgegooid werd om de doden te herdenken. Later, toen het katholieke geloof de overhand nam, werden er – hoe braaf – paaseieren naar beneden gerold. Die traditie vond men (uiteraard) niet spannend genoeg, en inmiddels kun je Rękawka met recht een folk-festival noemen. Al dekt ‘eclectisch folk-feest’ de lading misschien beter. Hoe verklaar ik anders die doedelzak, de didgeridoos en de vampier? En dat er – naast enorme shashliks, hammen en braadworsten – ook hotdogs te krijgen waren?

kip aan t spit

Ook het middeleeuwse gevecht was een mix van vroeger en nu, en dat vond ik echt een misser. In mijn belevenis gingen gevechten vroeger namelijk als volgt: “Mannen – aanvallûûûûh!”, gevolgd door een hoop gebrul en ledematen die in het rond vlogen, al dan niet met het lijf er nog aan… Lekker wild, weet je wel. Maar de soldaten op Rękawka moesten zich eerst een kwartiertje opwarmen. Opwarmen, daar deden ze vroeger toch niet aan?! Of heb ik het mis? Had elk leger destijds een Carlos Lens, die ervoor zorgde dat de mannen steeds goed warm aan een gevecht begonnen? “Benen, billen, buik, alles gaan we doen!”

warming-up voor soldaten

Achja, ik heb me in ieder geval bijzonder goed vermaakt tijdens Rękawka – en ik heb er zelfs tot tien leren tellen in het Pools. “Jeden, dwa, trzy, …!” Waar een warming-up al niet goed voor kan zijn…

muziek op Rękawka

Grog

Je zou verwachten dat er in een grote stad meer dan genoeg te doen is, zelfs als de meeste winkels gesloten zijn in verband met Pasen. Krakau trekt elk jaar miljoenen toeristen. Er valt hier dus absoluut genoeg te beleven – en toch had ik gisterenmiddag, zo rond een uur of vier, helemaal nergens zin in.

’s Ochtends had ik al proefondervindelijk ontdekt dat de temperatuur buiten zich niet leende voor lange wandelingen. Ik voelde me ook niet geroepen om een film te gaan kijken of een boek te lezen (“Dat kun je overal, dus waarom hier en nu?”). De boodschappen voor de volgende ochtend stonden al in de koelkast, en ik had de afgelopen dagen veulsteveul gegeten om zonder schuldgevoel in een restaurant te kunnen gaan zitten. Een museum dan? Te laat. Een Poolse mis? Te vroom. Een pub crawl? Te gevaarlijk…

Een paar uur later had ik er ineens schoon genoeg van. Dit kon zo niet langer. Hier zat ik dan, 26 jaar jong, in Krakau, het culturele centrum van Polen, de op-één-na grootste stad van het land, met genoeg geld in mijn portemonnee en zeeën van tijd, te kniezen op bed. Dat moest verdorie anders, en snel ook. Mijn eer, en die van mijn voorouders, stond op het spel.

Dus trok ik mijn laarsjes aan, stiftte mijn lippen, rechtte mijn rug en verliet – onder een goedkeurend gegrinnik van mijn hospita – het gebouw. Om nog geen tien seconden later weer terug binnen te staan, omdat ik mijn paraplu was vergeten. Een kleine hobbel op mijn zegetocht.

Na een korte rit met de tram en een ‘blokje om’ door de stad, ging ik in het gezelligste café van het blokje zitten, pal naast de Planty, het park dat het oude stadscentrum omringd. In een hoekje van het café was gelukkig nog een plaatsje vrij, met prima zicht op zowel het park als de mensen binnen. Ik bestelde een glas warme grog. Een atletisch gebouwde Pool ging tegenover mij zitten en we hadden een diepgaand gesprek over de essentie van het leven… Nee, die laatste zin zuig ik uit mijn duim. Was het maar waar.

Neemt niet weg dat de avond op deze manier toch nog een voldoende scoorde – en ik nu weet dat grog minstens even lekker is als glühwein. Na zdrowie! (Proost!)

Sprakeloos

Stel, je gaat naar het buitenland. Niet voor een vakantie, nee, je gaat er een tijdje wonen. Je kent de stad waar je gaat wonen een beetje, want je bent er twee jaar geleden al eens geweest. Drie nachtjes, om precies te zijn, dus je kent 99% van de stad nog niet. Hetzelfde geldt, in nog sterkere mate, voor de rest van het land, voor zijn inwoners, voor de cultuur en voor de taal. Kortom: je bent eigenlijk een absolute beginner. Na aankomst blijkt dat de stad nog net zo mooi is als de vorige keer, maar dat je niet kunt praten met je hospita, omdat jullie geen gemeenschappelijke taal hebben. Hoe lastig is dat?

Knap lastig, kan ik jullie vertellen. Nu hebben mijn hospita en ik allebei redelijk veel geduld en de beste bedoelingen, dus met handen en voeten en een woordenboekje komen we er meestal wel uit, maar dan nog… Vooralsnog ken ik niemand anders in deze stad, en in verband met Pasen zijn de gemeentelijke informatiebalies gesloten. Natuurlijk kun je op internet ook veel vinden, maar ik kan echt niet wachten om iemand hier te bestoken met vragen.

Al moet ik wel zeggen dat mijn Poolse woordenschat de afgelopen dagen gigantisch gegroeid is: van een paar woordjes naar een stuk of twintig. De basiscommunicatie – ‘goedemorgen’, ‘dankuwel’, ‘tot ziens’ enzovoorts – leer ik nu vooral via mijn hospita en via een online cursus Pools op Memrise. Dankzij het herhalingssysteem van die website onthoud ik de woorden beter dan wanneer ik ze uit mijn woordenboekje zou halen. Dat boekje helpt me vooralsnog alleen als ik bijvoorbeeld te weten wil komen waar de dichtstbijzijnde pinautomaat te vinden is.

Gelukkig draait Krakau vanaf morgen weer ‘normaal’ en leer ik uiterlijk donderdag meer mensen kennen, als de taalcursus begint. Pasen in Polen smaakt goed – mijn hospita schotelt me al drie dagen minstens twee gebakjes per dag voor – maar ik krijg steeds meer zin in een onderhoudend gesprek. Of een potje slap ouwehoeren. Over domme mensen die ergens gaan wonen zonder de taal te spreken, ofzo…

4 april: EIN -> KRK

En toen was ik ineens in Krakau. Of nou ja… Er ging natuurlijk een hele reis aan vooraf, en ik heb dit alles maanden geleden al gepland. Niet bepaald ‘ineens’, eigenlijk. Maar 24 uur geleden zat ik nog in Nederland, aan de ontbijttafel, en wist ik nog niet hoe Eindhoven Airport en mijn kamer in Krakau eruit zouden zien. In vergelijking met die maandenlange voorbereiding stelt één dag niet zoveel voor, maar er kan ontzettend veel in veranderen. Dus toch ‘ineens’.

Mijn avondeten bestond gisteren uit één paasei en twee stukken cake, dus mijn buik geeft luid en duidelijk aan dat het dringend eten nodig heeft. (Bij het inpakken van mijn rugzak en koffer heb ik me zodanig gefocust op de dingen die ik de komende maanden nodig heb, dat ik één van de meest primaire zaken ben vergeten.) De eigenaresse van dit appartement is heel vriendelijk, maar spreekt geen woord Engels, dus ik hoop maar dat ze mijn steenkolen-Pools begrijpt (‘waar-eten-kopen?’), of anders mijn buik. In het allerbeste geval staat er een heus paasontbijt op mij te wachten. Dat zou helemaal fantastisch zijn, maar daar durf ik haast niet op te hopen.

Ben benieuwd!