Reisschema en tips: 32-daagse reis naar Albanië en terug [deel 2]

In deel 1 van mijn reisbeschrijving kon je lezen hoe ik over land naar Belgrado reisde. Bij deze het verdere verloop van die 32-daagse reis: van Belgrado via Skopje (Macedonië) en Vlorë (Albanië) terug naar Nederland, met tussenstops in Ljubljana, Salzburg en Frankfurt am Main.

Dag 11 t/m 14

Skopje

Hoe?

Hoewel er een (nacht)trein rijdt tussen Belgrado en Skopje, gaf ik hier de voorkeur aan een busrit. De trein doet er ruim tien uur over en kost 34 euro, met Flixbus ben je 22 euro kwijt en binnen zeven uur in Skopje. Tel uit je winst.

Waar?

In Skopje logeerde ik bij mijn beste vriendin. Veel meer dan een verwijzing naar websites zoals Booking.com en Airbnb kan ik hier dus niet geven…

Tips?

  • Loop zeker even over de oude bazaar, de Stenen Brug en het Macedonië-plein, waar Alexander de Grote – of, zoals ze hier zeggen, “Aleksander Makedonski” – hoog boven iedereen uittorent.
  • De berg Vodno biedt een mooi uitzicht over de stad, en een verkoelend briesje op dagen dat het “beneden” haast niet uit te houden is… Je hoeft de berg niet zelf te beklimmen: er loopt een kabelbaan naar het kruis (Millennium Cross) op de top. Dit kruis geeft ’s nachts trouwens licht – wat mega kitsch aandoet, maar daardoor is het óók 24 uur per dag een handig oriëntatiepunt in de stad.
  • Ga lekker uit eten. Gewoon, ergens. Ik heb nog niet kunnen ontdekken welk restaurant het beste is, maar waar ik ook at: het smaakte goed!

Dag 15 t/m 19

Vlorë (en Karaburun)

Hoe?

Bustickets van Skopje naar Vlorë in Albanië (en terug) zijn niet online te koop. Je moet ze op het busstation van Skopje of telefonisch zien te bemachtigen. Inderdaad ja, “zien te bemachtigen”… Dit deel van de reis raad ik soloreizigers (en vooral soloreizigSTers) NIET aan, tenzij je een Macedonisch- of Albanisch-sprekende reisgenoot kunt vinden.

De busmaatschappij had ons ervan verzekerd dat we een paar dagen van tevoren nog tickets konden boeken, maar toen puntje bij paaltje kwam bleek de hele bus al vol te zitten, waardoor wij pas een dag later konden vertrekken. Een ticket kostte 40 euro voor een retourtje (per persoon), en daarvoor kregen we twee helse busritten die allebei ongeveer 9 uur duurden. Eentje van 21 uur ’s avonds tot 6 uur de volgende ochtend – waardoor we op tijd waren voor een zonsopkomst aan zee (dat dan weer wel… ) – en de terugrit van 19 uur tot 4 uur ’s morgens.

Neem van mij aan: dit wil je niet. Althans, niet op deze manier.

Waar?

Wat je ook niet wilt: vooraf een kamer boeken én betalen, en dan bij aankomst horen dat er geen plek is. Het geld zou de eigenaar zo snel mogelijk terugstorten, beloofde hij, maar die belofte bleek uiteindelijk niets waard te zijn. (Op mijn laatste betalingsverzoek reageerde hij onder andere met I have more of what you have en you were not and you will not be able to be our hotel guest… Alsof ik dat nog zou willen!)

Gelukkig heeft Airbnb wél verstand van klantvriendelijkheid. Het geld van de boeking heb ik teruggekregen en – nog mooier – de accommodatie van onze “vriend” is uit hun bestand verwijderd. (Al kun je zijn hotel, aan de Rruga Avdul Shara, nog wel boeken via andere kanalen…)

Niet ver daarvandaan vonden we trouwens Hotel Erjuma, waar ze gelukkig wél heel vriendelijk waren en plaats voor ons hadden (voor vier nachten à €30,- per nacht).

Tips?

  • Het strand van Vlorë zelf is een tikje grijs, maar niet getreurd: voor een paar tientjes word je per boot naar mooiere stranden en een kristalheldere zee gebracht – bijvoorbeeld bij het schiereiland Karaburun (zie foto hierboven).
  • Ter hoogte van de DejaVu Lounge staat een uitkijkpost op het strand die heel wat bescherming biedt tegen de felle zon. Een prima hang out voor wie geen geld wil besteden aan ligbedden met parasol…
  • Ik denk dat Vlorë een prima vakantiebestemming is voor (jonge) gezinnen en ouderen. Voor een bruisend nachtleven kun je beter een andere bestemming opzoeken.

Dag 20 t/m 23

Na vier nachten Vlöre keerden we terug naar Skopje. Daar heb ik nog een paar nachten gelogeerd, en toen was het tijd om (in mijn eentje) door te reizen naar Ljubljana.

Dag 24 t/m 26

Ljubljana

Hoe?

Voor 3190 Macedonische denars – ongeveer 52 euro – koop je op het station van Skopje een ticket naar Ljubljana, bij busmaatschappij Radika. (Online boeken niet mogelijk.) De bus vertrekt om 15:30 uur en arriveert de volgende ochtend rond 06:45 uur in Ljubljana. Dat duurt vreselijk lang en ik weet dus niet zeker of ik het nog eens zou doen, maarrrr ik vond deze rit hoe dan ook minder vervelend dan het retourtje Albanië. (Voor zonsondergang valt er genoeg te zien onderweg, en één van de buschauffeurs sprak Engels.)

Waar?

Ik overnachtte in het Fluxus Hostel. Prima plek, behalve dan dat de verhouding tussen het aantal wc’s (1), douches (1) en bedden (14) nóg schever was dan in Belgrado… Voor twee nachten betaalde ik 44 euro.

Tips?

  • Op zonnige dagen is bijna niets zo leuk als zomaar een beetje ronddwalen door deze stad. Ljubljana is een kleine stad waar een rivier doorheen stroomt, en ook het kasteel van Ljubljana vormt een handig baken. Dat maakt dat je hier niet snel compleet verloren zult lopen. Trek je (stoute) wandelschoenen aan en zie maar waar je uitkomt.
  • Je bent hier in de buurt van Italië, en dat betekent: gelato! 😀 Bij ijssalon Cacao hadden ze onder andere de heerlijke combi van pure chocolade met frambozen, en bij Zvezda Café heb ik ook een mindblowing lekker ijsje besteld – zo lekker dat ik me nu niet meer kan herinneren welke smaak het precies had…
  • Voor een welverdiend ontbijt kan ik Le Petit Cafe van harte aanbevelen. (Je zou er bijna een 15-uur durende busrit door vergeten…)

Dag 26 t/m 29

Salzburg

Hoe?

Met de trein! Op de website van de ÖBB (Österreichische Bundesbahnen – oftewel de NS van Oostenrijk) kocht ik een ticket met zitplaatsreservering, voor 37 euro. De trein vertrekt om 09:23 uur uit Ljubljana en komt om 13:48 uur aan in Salzburg.

Enneh, een zitplaatsreservering (apart bij te boeken) kan eigenlijk nooit kwaad, maar in deze trein al helemaal niet. Een deel van de trein rijdt namelijk niet verder dan Villach, dus als je een zitplaats reserveert heb je meteen een plekje in het deel van de trein dat wél doorrijdt naar Salzburg.

Waar?

Het Sishaus View at Mozarts Hostel bevindt zich in een monumentaal pand in hartje Salzburg. Het voordeel daaraan is dat het hostel een charmante (onlogische) “kruip-door-sluip-door” indeling heeft. Het nadeel daaraan is dat het niet alle gemakken heeft van een modern hostel, zoals nachtkastjes voor de mensen die bovenin een stapelbed slapen. Ook heeft het hostel geen gedeelde keuken, maar een ontbijtbuffet (of lunchpakket) is bij de prijs inbegrepen.

Voor drie nachten – inclusief ontbijt – betaalde ik €117,-.

Tips?

  • Het DomQuartier van Salzburg lijkt één museum, maar het zijn er eigenlijk vijf. Dikke, vette aanrader – al wil je na afloop waarschijnlijk snel terug naar je ho(s)tel. “Genoeg kunst (en geslenter) voor vandaag!”
  • In Salzburg kun je bijna overal Mozartkugeln kopen. Dat viel me pas op toen een Italiaanse vriendin erover begon. Ik móést deze bonbonnetjes proeven, en ik begrijp nu waarom. In het Italiaans noemen ze Mozartkugeln trouwens Palle di Mozart (“ballen van Mozart”)… Typisch. 😉
  • Bezoek het kasteel Hohensalzburg, te voet. Een behoorlijke klim voor mensen uit een “pannenkoeklandje”, maar dat maakt de ervaring juist leuk – om van de euforie als je eenmaal bovenop de uitkijktoren staat, nog maar te zwijgen.

Dag 29 t/m 32

Hoe?

Ook tussen Salzburg en Frankfurt am Main rijdt een directe trein. Voor €34,40 kocht ik een ticket (met zitplaatsreservering) op de website van Deutsche Bahn – goedkoper dan via ÖBB. Vertrek om 10:00 uur, aankomst om 15:40 uur.

Waar?

Omdat ik vooraf eigenlijk niets wist over Frankfurt, boekte ik onbewust een hostel (Five Elements) middenin de beruchte rosse buurt van de stad. En dat bleek heel tof en veilig te zijn, al kan ik me goed voorstellen dat niet iedereen daar rustig zou kunnen slapen… De prijs-kwaliteitverhouding is (waarschijnlijk juist vanwege de locatie) in orde – €95,97 voor drie nachten – en als je 3 nachten of langer blijft is het ontbijt bij de prijs inbegrepen.

Tips?

  • De Frankfurt Free Alternative Walking Tour brengt je langs allerlei interessante plekken in de stad, en begint – hoe handig – één kruispunt verwijderd van het Five Elements Hostel.
  • In het Bahnhofsviertel (oftewel de rosse buurt) kun je op een aantal plekken prima eten: hamburgers bij Good Guys, Indiaas bij eatDOORi en sushi bij Sushiedo.
  • Loop zeker even door de Neue Altstadt (het oude, onlangs gerenoveerde stadshart) en langs de Mainkai, de kade van de Main. Vanaf de zuidkant heb je een mooi zicht op de skyline van Mainhattan”.

Dag 32

“Tijd om dag te zeggen!” Er rijdt een trein van Frankfurt Hauptbahnhof naar Amsterdam. Ik stapte in Arnhem over op een trein richting Breda. Al met al duurde deze laatste rit ongeveer vijf uur, inclusief een half uur overstaptijd. Ook dit ticket kocht ik via bahn.de, en het kostte €64,40.


Zo, dat was het wel zo’n beetje. 🙂

Al met al was ik (maar) €385,10 kwijt aan trein- en bustickets – tickets voor korte ritjes binnen de steden niet meegerekend – en ongeveer €580,00 aan overnachtingen. Niet veel voor een reis van 32 dagen! Daarbovenop had ik een budget van maximaal €35,- per dag ingesteld, om van te eten en leuke dingen van te doen. Op bijna alle dagen – minus twee – ben ik (ruim!) binnen dat budget gebleven, en op die twee dagen heb ik dat bedrag niet gigantisch overschreden. Tel daar nog wat souvenirs en cadeautjes bij op… Ik heb het niet héél precies bijgehouden maar ik weet zeker dat ik binnen de €2.000,- gebleven ben, all inclusive.

Nog vragen? Stel ze gerust!

Reisschema en tips: 32-daagse reis naar Albanië en terug [deel 1]

“Allemaal leuk en aardig, zo’n lange reis naar Albanië en terug, maar hoe DOE je zoiets?!” Voor de mensen die zich dat afvragen, heb ik hieronder uitgewerkt hoe ik van Breda, via München en Boedapest, naar Belgrado reisde. Lekker concreet: waar kocht ik mijn tickets, wat kostte het, welke hostels… En bij elke bestemming een paar persoonlijke tips.

Deel 2 – van Belgrado via Skopje (Macedonië) en Vlöre (Albanië) terug naar huis – vind je hier.

Dag 1 t/m 4

München

Hoe?

Ik nam om 08u09 de trein van Breda naar Eindhoven, om daar over te stappen op een bus van Deutsche Bahn richting Düsseldorf. Het laatste stuk van Düsseldorf naar München ging weer per trein. Aankomst: 16u27. Het ticket voor deze reis – één ticket, twee keer overstappen – kocht ik op nsinternational.nl en kostte €53,90.

Waar?

Het Euro Youth Hotel ligt op loopafstand van het station. Prima locatie, brandschoon hostel, vriendelijk personeel, … Alleen een beetje jammer dat er geen gedeelde keuken is, en dat er bedwantsen in mijn bed zaten. Dat laatste neem ik het hostel trouwens niet eens erg kwalijk: volgens mij krijgt ieder ho(s)tel vroeg of laat te maken met deze “ongewenste gasten”…

Voor drie nachten in een 6-persoonskamer was ik €106,- kwijt exclusief ontbijt (€4,90 per keer voor een all you can eat ontbijtbuffet) en een beetje toeristenbelasting.

Tips?

  • het park Englischer Garten – en dan een brownie halen bij Fräulein Grüneis
  • het Neues Rathaus en de Viktualienmarkt
  • Oktoberfest of niet, bij een bezoek aan München mag een (halve) liter bier – of twee… – eigenlijk niet ontbreken. Bijvoorbeeld bij Zum Augustiner (Neuhauser Straße), waar je ook flink kunt eten.

Dag 4 t/m 7

Boedapest

Hoe?

Vanuit München kun je met de trein rechtstreeks naar Boedapest, dus zonder ergens over te moeten stappen. Deze trein stopt onder andere in Salzburg: handig als je deze reis in wil korten! Als je in München de trein pakt van 09u30, ben je als het goed is om 16u19 in Boedapest. Tickets via bahn.de. Voor deze rit was ik (inclusief zitplaatsreservering) €54,40 kwijt.

Waar?

Hostel One Basilica heeft wél een gedeelde keuken, en er zaten geen bedwantsen in mijn bed. Qua locatie kan het bijna niet centraler dan dit, vlakbij metrostation Deák Ferenc tér. Toch zou ik dit hostel alleen aanraden als je het niet erg vindt om in een “partyhostel” te zitten, met een overload aan Engelstalige backpackers.

Drie nachten in een 6-persoonskamer, inclusief (partyhostel) avondeten, kostte mij €97,62.

Tips?

  • Voor mij is een bezoek aan Boedapest niet compleet zonder een bezoek aan restaurant Köleves. Ga dat proeven!
  • Voor nog meer weldadigheid: Széchenyi, het grootste kuuroord van Europa.
  • Voetjes van de vloer? Dat lukt geheid bij Fogas Ház, met maar liefst zeven dansvloeren. “Fogas” is één van de vele ruïnebars in Boedapest. Benieuwd naar die ruïnes, maar minder behoefte aan stampende muziek? Szimpla Kert, de oudste en bekendste ruïnebar, mikt op een breder publiek.

Dag 7 t/m 11

Belgrado

Hoe?

Met Flixbus reis je – als alles meezit – in bijna zes uur van Boedapest naar Belgrado. Mijn bus deed er drie uur langer over, vanwege ernstig oponthoud bij de grens, maar daar staat tegenover dat de bus ongelooflijk comfortabel was. Het ticket kostte (maar) €25,00.

Waar?

Zonder twijfel het beste ho(s)tel van deze reis: Home Sweet Home. De locatie, het vriendelijke personeel, maar vooral de sfeer. “Voortreffelijk”, aldus booking.com, en ik sluit mij daar graag bij aan. De enige negatieve kanttekening die ik kan bedenken: twee badkamers voor ongeveer 20 gasten is wat weinig… Al kun je de drukke spitsuren relatief eenvoudig omzeilen als je er een abnormaal dagritme op nahoudt, en dat is in Belgrado geen enkel probleem. (Zie “Tips?”.)

Voor vier nachten in “Home Sweet Home” betaalde ik omgerekend ongeveer €60,-.

Tips?

  • Duik het nachtleven in! Belgrado houdt wel van een feestje. De populairste clubs drijven op de rivier de Sava, maar de mogelijkheden zijn legio. Solo-reizigers kunnen aanhaken bij één van de vele pub crawls die georganiseerd worden. Ik vond die van Belgrade Free Tour erg gezellig.
  • Relaxen (of uitbrakken) doe je in het Kalemegdanpark. Hier vind je ook het fort van Belgrado. Tip-in-een-tip: in de zomer zijn de stenen van het fort ook ’s nachts heerlijk warm. Ga op een muurtje liggen, kijk naar de sterren, en probeer niet in slaap te vallen. 😉
  • De koffie van Kafeterija. Punt.

Dit was deel 1 van mijn reis. Lees deel 2 voor het verdere verloop.

Vragen? Brand los!

doorgeknipt polsbandje van het hostel in Boedapest

Dag 32 – “Oost, west, thuis best”?

Op één van de laatste avonden in Frankfurt, merkte ik bij mezelf dat ik het reizen een beetje beu begon te worden. Ik had behoefte aan een diepgaand en lang gesprek. Het tegenovergestelde van het soort gesprek dat mensen die elkaar voor het eerst tegenkomen, meestal aangaan. Met de nadruk op “meestal” want zoals bij alles eigenlijk bestaan er ook hier wel degelijk uitzonderingen op…

Maar goed, het zag er niet naar uit dat ik in Frankfurt een dergelijk gesprek zou hebben. Daarbij leek het me ook wel weer fijn om in mijn eigen bed te slapen. Er gaat sowieso weinig boven je eigen bed, maar het verschil tussen een stapelbed in een gedeelde slaapzaal en mijn bed kan echt schrijnend groot zijn. En eenmaal thuis zou ik ook ein-de-lijk de laatste twee afleveringen van het nieuwe seizoen “Orange is the new Black” kunnen zien. (Persoonlijke aantekening: nooit meer aan een nieuwe reeks beginnen vlak voordat je op reis gaat! Voor je het weet heb je nét niet genoeg tijd om alles te bekijken…)

Fast forward naar het moment dat ik de deur naar mijn zoldertje opendeed. De reis naar huis was goed verlopen en ik had nog steeds bijna al mijn spullen. (In Belgrado en Ljubljana ben ik mijn haarborstel en mijn shampoo verloren, maar daar was ik al van op de hoogte.)

Binnen stonden mijn spullen nog precies waar ik ze had achtergelaten, en ik had ze – op mijn bed na – niet gemist. En waar ik van tevoren dacht dat de goede gesprekken thuis vanzelf zouden komen, bleek dat in het echt toch een beetje tegen te vallen…

Kortom: ik was nog maar nét terug in Nederland, of ik had het alweer gezien.

Als je na een reis van een maand(!) thuiskomt, en dat moment zich al gauw ontpopt tot het vervelendste van de hele reis… Dat voelt niet goed. “Oost, west, thuis best”, toch? Nou, blijkbaar niet. Er moet hoognodig iets veranderen aan dat “thuis” van mij.

Zie daar: prioriteit numero uno voor de komende tijd. Het gaat niet van een leien dakje – wat wil je, na zo’n harde landing? – en het gaat (wederom) ten koste van mijn goesting om te schrijven, maar ik doe mijn best. Ik wil binnenkort nog een overzicht plaatsen van de reis. (Hoe kom je van A naar B, wat kost het, waar moet je zeker eens gaan kijken?) En voor de rest zien we wel.

O ja, en ik heb ter afsluiting ook nog een kort filmpje gemaakt van mijn video-opnames onderweg. #Katzwijm #CreaBea #GelukkigHebbenWeDeFotosNog

skyline Frankfurt am Main

Dag 30 en 31 – Eindgebruiker

Bijna aan het einde van mijn reis: tijd om af te ronden en terug te blikken. Ik kan alvast verklappen dat Belgrado wat mij betreft als winnaar uit de bus komt, maar de stad die mij het meest verrast heeft is Frankfurt (am Main).

Nu moet ik eerlijk zeggen dat ik van tevoren geen (hoge) verwachtingen had van deze stad. Toen ik mijn reis aan het plannen was, zocht ik een stad ergens tussen Salzburg en Breda, die goed bereikbaar is met de trein, en niet München… Dan kom je al snel bij Frankfurt uit.

Meer zat er niet achter, en dat is eigenlijk – zo weet ik nu – een beetje vreemd. Als geboorteplaats van onder andere Goethe en Anne Frank, als “hoofstad” van het Heilige Roomse Rijk en als Mainhattan van Europa (naar Frankfurt am Main) heeft deze metropool toch best wat te bieden…

Hoe komt het dan dat Frankfurt toch (relatief) weinig toeristen trekt? Wel, ik ben natuurlijk geen expert, maar het zou met de volgende factoren te maken kunnen hebben.

Ten eerste is Frankfurt vooral een handelsstad, een marktstad. En hoewel sommige markten druk bezocht worden door buitenlandse bezoekers (zoals de wereldberoemde Frankfurter Buchmesse): het merendeel van het handelswezen is voor hen niet zo interessant. En andersom hebben handelaren en bankiers meer aandacht voor goederen en koersen, dan voor het lokken van (potentiële) toeristen.

Daar komt nog eens bij dat Frankfurt geen mooie stad is. Ooit kon men hier de grootste Gotische Altstadt van Europa vinden, maar na de Tweede Wereldoorlog stond daar nauwelijks meer iets van overeind. De herbouw werd in de jaren daarna voortvarend en pragmatisch aangepakt – lees: beton – en zo verloor Frankfurt haar mooie, oude binnenstad.

Maarrrr… Tussen 2012 en 2018 is een deel van die historische binnenstad opnieuw opgebouwd: de Neue Altstadt! In totaal gaat het om 35 panden, waarvan er vijftien zo correct mogelijk gereconstrueerd zijn, op basis van historische bronnen. Eind deze maand, van 28 t/m 30 september, vindt er een driedaags feest plaats ter ere van de officiële opening… Dus eigenlijk had ik hier een heuse preview te pakken! En ik moet zeggen: het geheel heeft een vrij hoog “Disney-Duitsland-gehalte”, maar het ziet er ongetwijfeld stukken beter uit dan vóór de reconstructie. En ik twijfel er ook niet aan dat Frankfurt hiermee een heuse trekpleister in handen heeft. (De groepen Chinese toeristen binnen de Neue Altstadt waren nu al niet meer op één hand te tellen, laat staan over een jaar of twee…)

Voor reizigers uit Duitsland en andere Europese landen – die weten waar ze échte oude binnensteden kunnen zien – zou het tot slot misschien helpen als Frankfurt minder ‘crimineel’ zou zijn. Dit wist ik vooraf ook niet, maar de meeste Duitsers weten het wel: Frankfurt staat bijna elk jaar bovenaan in het rijtje Duitse steden met de meeste geregistreerde misdaden per hoofd van de bevolking.

En ook al kloppen die cijfers niet helemaal: het doet de reputatie van de stad natuurlijk geen goed. (De internationale luchthaven van Frankfurt ligt bijvoorbeeld binnen de gemeentegrenzen, dus alles wat daar gebeurt telt mee – maar ja, dat moet je maar net weten.)

En helemaal onterecht is die reputatie nou ook weer niet… Daarvoor hoef je alleen maar even een rondje te lopen door het Bahnhofsviertel, de rosse buurt vlakbij het station. Een veilige wijk, tot je er drugs koopt – en schijnbaar verkoopt bijna iedereen er drugs. Verslaafden liggen er midden op de stoep te slapen, want de politie laat de eindgebruikers met rust. Alleen op die manier houden ze genoeg mankracht over om zich te kunnen richten op de dealers en hun (maffia-)bazen.

Hoe ik dat weet? Dankzij mijn onwetendheid had ik de pech – of het geluk – dat mijn hostel midden in die wijk stond…

Ik zeg “geluk” want ik heb me er geen moment onveilig gevoeld, heb al mijn spullen nog, en ik heb nu een vollediger beeld van Frankfurt dan wanneer ik in een andere wijk overnacht zou hebben. Een beeld van allerlei onverwachte dwarsverbanden. Zakenmannen die meer dan 1000 euro per maand neertellen om in de meest ongure wijk van de stad te kunnen wonen – zodat ze met de fiets naar hun werk kunnen. Beveiligingsbedrijven die gerund worden door de maffia. Films die hier opgenomen worden als het echte Manhattan te duur is. Undsoweiter.

En geluk omdat de laatste halte van mijn reis óók heel interessant bleek te zijn.

Dag 28 en 29 – Regen

Ik was het bijna vergeten, maar er bestaat nog steeds zoiets als slecht weer. (“Huh, regen, wat is dat?”) Na wekenlang volop zon en temperaturen boven de 30 graden – wat ook niet altijd een pretje is, maar goed – begreep ik in Salzburg ineens waarom er eigenlijk een lange broek en meerdere leggings en vesten in mijn koffer zitten. (“Oh, dáárom…”)

Het slechte weer had niet alleen invloed op mijn outfits, maar ook op de foto’s en mijn daginvulling. Op de eerste dag in Salzburg, toen de zon nog wel scheen, heb ik zoveel mogelijk foto’s gemaakt, al lopend door de stad, net zolang tot ik er bijna bij neerviel. En dus kon ik de tweede en derde dag lekker binnen blijven, in het hostel en andere overdekte plaatsen.

Helaas kosten dingen die binnen zijn, over het algemeen geld. Vooral als ze bedoeld zijn om mensen urenlang bezig te houden. Een kerkje wil nog weleens gratis zijn, maar een museum…

En in Oostenrijk laat mijn dagelijkse budget geen ruimte om te denken: “Als dit museum niet boeiend blijkt te zijn, probeer ik gewoon het volgende.”

Gisteren wou ik eigenlijk het Haus der Natur bezoeken, maar eenmaal voor de deur stond de uitstraling me niet aan. Het museum leek mij vooral leuk voor (ouders met) kinderen. Het Spielzeug Museum dan? Idem dito. Museum der Moderne? Mwoah. Een beetje moderne kunst kan ik wel waarderen, maar zalen vol…

Op dat punt besloot ik maar gewoon (weer) door de stad te gaan lopen, van mooi straatje naar mooi straatje. Net zolang tot ik iets tegen zou komen dat me wél aanstond, of tot het opnieuw zou gaan regenen.

Ongeveer twintig minuten later liep ik langs de Residenz, de voormalige residentie van de prins-aartsbisschop van Salzburg. Ook een museum, of eigenlijk vijf musea in één (het DomQuartier). En volgens mijn telefoon – Google – vonden eerdere bezoekers dit een interessante plek, dus besloot ik het erop te wagen.

Zoals ik al aangaf: voor de prijs van één ticket, kreeg ik vijf musea. De pronkkamers van de residentie, de Residenzgalerie (waarover later meer), het Nordoratorium, het Dommuseum en het museum van de Sint-Peterabdij. Met daartussen een aantal andere bezienswaardige ruimtes en galerijen, waaronder een rariteitenkabinet dat zijn naam eer aandoet… Ik heb mij ruim drie uur vermaakt in het Dom Quartier – en kunstwerken gezien van o.a. Rubens, Rembrandt en Picasso – en dat alles voor (maar) 12 euro!

De grootste opsteker / aanrader bleek de (tijdelijke) tentoonstelling “Ultramarin & Muschelgold” te zijn, in de Residenzgalerie.

In deze tentoonstelling wordt de schilderkunst ontleed, teruggebracht tot de kleinste onderdelen en stappen. Welke pigmenten kon een schilder gebruiken? (Dat veranderde in de loop der eeuwen!) Wat voor ondergronden en kwasten waren populair? Wanneer koos een schilder voor welke verftechniek? En hoe kon hij eventuele fouten herstellen?

Ik vond het verfrissend – en modern – om eens met deze bril op naar oude schilderijen te kijken. Om een prachtig schilderij te zien hangen, en er vervolgens – dankzij het bijschrift – op gewezen te worden hoe je het maakproces met het blote oog kunt zien.

“Als je goed kijkt, zie je dat de schilder in eerste instantie een paard in het midden van het weiland geschilderd heeft.” …Verrek, er staat een spookpaard in de wei!

Zelfs de “hogere” kunst – waar ik het de vorige keer over had – bestaat uiteindelijk gewoon uit mensenwerk. Er gaat jarenlange oefening aan vooraf. Elk schilderij moet stap voor stap opgebouwd worden, in een bepaalde volgorde, en dan nog kan het gebeuren dat de fouten en correcties (die de kunstenaar geheid zal maken) vroeg of laat zichtbaar worden.

En tegen de tijd dat het publiek één spookpaard ziet, heeft de kunstenaar zelf waarschijnlijk al een hele kudde verzameld.

Afijn, deze inzichten (en meer) deed ik dus op tijdens een regenachtige dag in Salzburg. Waarmee ik de weergoden zeker niet wil aanmoedigen om nog meer regen deze kant op te sturen… Maar net zoals een schilderij met foutjes, kan een dag met slecht weer blijkbaar nog best oké zijn.

Dag 26 en 27 – Geniaal

Ongeveer 200 jaar geleden, in 1803, kwam Christian Doppler – de ontdekker van het Dopplereffect – ter wereld in het pand waar ik nu verblijf. Niet lang daarvóór, tussen 1773 en 1780, woonde de familie Mozart hier schuin tegenover… Goede grond? Waarschijnlijk niets meer dan toeval. Maar toch. Toch hoop ik dat deze omgeving iets geniaals heeft, en dat ik daar een graantje van mee mag pikken.

Al zolang ik me kan herinneren wil ik twee tegenstrijdige dingen: zo normaal mogelijk zijn (i.e., zo min mogelijk opvallen) én een unieke, geniale prestatie neerzetten (i.e., zo veel mogelijk opvallen). Ik hoop ooit iets te maken dat over tweehonderd jaar nog steeds inspireert – en daar bij leven al wat vruchten van te plukken – maar die wens word verstomd door allerlei andere stemmetjes, die dat een bar slecht idee vinden.

“Doe eens normaal…”

“Dat kun jij helemaal niet!”

“Om iets fantastisch neer te kunnen zetten, moet je eerst weten wát je neer wilt zetten, lieve schat.”

“Je maakt jezelf belachelijk.”

“Wa witte gij nou?”

“Zeg, heb jij niks beters te doen ofzo?”

Undsoweiter.

Dus ja, een beetje “genie” zou ik best kunnen gebruiken. Vanuit de grond, de lucht, het water, of de heuvels hier – alive with the sound of music.

Het werk van Mozart mag dan wel als “hogere” kunst beschouwd worden: voor mij is Salzburg vooral de stad van Do-Re-Mi, Climb Every Mountain, Edelweiss en The Lonely Goaterd. (Undsoweiter.) En ik zou daar – om mezelf goed te praten – aan toe kunnen voegen dat de muziek van Mozart, in tegenstelling tot The Sound of Music, niet aan een plaats gebonden is. Maar dan doe ik mijn liefde voor én het geniale van die film tekort.

Climb every mountain,

Ford every stream,

Follow every rainbow,

‘Till you find your dream.

– uit “Climb Every Mountain”

I’ve always longed for adventure,

to do the things I’ve never dared.

Now here I am, facing adventure.

Then why am I so scared?

– uit “I Have Confidence”

Kitsch? Absoluut! Maar maakt dat het minder leuk? Minder inspirerend? Neuh… Het zou mij in elk geval niet verbazen als er over tweehonderd jaar nog steeds mensen zijn die op zijn minst één nummer van The Sound of Music kennen.

En natuurlijk zou ik mijn naam liever in een lijst zien staan tussen genieën zoals Mozart en Doppler, dan in een rijtje met opzichtige musicals…

Maar dát ik over tweehonderd jaar nog genoemd word, dat zou toch al geniaal zijn?

Dag 25 – Terugkeren

Ach, Ljubljana… Net zoals in 2014 heb ik nu weer het idee dat ik dit stadje te weinig eer aandoe. Niet dat ze veel tijd nodig heeft – met een verblijf van twee nachten kom je al een heel eind – maar Ljubljana verdient beter dan dat. Een mooiere (en lekkerdere!) smeltkroes van Oostenrijk, Italië en de Balkan zul je niet snel vinden.

Al zorgt die sleutelpositie er meteen ook voor dat Ljubljana vooral een interessante tussenstop is, niet zozeer een volwaardige (eind)halte.

De vorige keer begon ik de reis met een paar dagen Ljubljana, nu markeert deze stad het afscheid van de Balkan en mijn terugkeer in de EU. En hoewel het onwijs tof is om weer gewoon met de euro te kunnen betalen en geen putten-zonder-deksel meer tegen te komen op straat: ik mis de Balkan nu al, en het woord “terugkeer” zint me voor geen meter. Ik wil helemaal nog niet naar huis!

Daarvoor valt er nog veuls te veul te zien, te leren, te proeven, te beleven – en niet alleen hier maar ook in de steden die ik al achter me gelaten heb. Hoe kan ik morgen doorreizen naar Salzburg, terwijl er hier in Ljubljana bijvoorbeeld (onder andere) nog zoveel ijssalons te ontdekken zijn?!

Antwoord: door tegen mezelf te zeggen dat ik hier nog weleens terug zal komen. (En nog eens, en nog eens als het moet.) Ook dan zal er niet genoeg tijd zijn om alles te ontdekken, maar waarom zou ik een bestemming afvinken, het afscheid definitief maken, als ik er nog niet klaar mee ben? En als er (in theorie) nog genoeg tijd is om op een later moment nog eens een bezoekje te brengen?

Dat maakt het nog steeds niet leuk om aan de terugweg bezig te zijn, maar wel draaglijker.

Misschien dat ik ooit, na een X-aantal bezoekjes van een paar nachten, wél het idee zal hebben dat ik Ljubljana de aandacht gegeven heb die ze verdient.

Dag 15 t/m 24 – Understatement

Uhhh, tja, nog even over die iets lagere blogfrequentie… Dat was blijkbaar een understatement. Wist ik toen ook niet.

Rond zeven uur vanmorgen ben ik in Ljubljana aangekomen, na een busreis van 15 uur. Voor wie dat een lange zit vindt: gefeliciteerd, ook jij hebt een understatement te pakken. Maak er gerust “ellenlang” van. “Vreselijk lang”. “Wie-heeft-dit-in-godsnaam-verzonnen-lang”. (Het ergste van al is nog dat ik dit zelf verzonnen heb…)

Al moet ik er wel bij zeggen dat deze bus iets comfortabeler was dan die van Vlorë (in Albanië) naar Skopje. Toen moest ik het stellen met nul beenruimte, slecht wegdek, een loeiende airco en – tegen het einde van de rit – een zieke Zorica. (De combinatie van “weinig bewegingsvrijheid” en “een kokhalzende reisgenoot” laat iets te wensen over. Ahem.)

Ook Vlorë zelf liet trouwens iets te wensen over. Niet zoveel als die bus, maar toch. Alle palmbomen ten spijt: ik vind Vlorë geen aanrader. Het gaat me nu iets te ver om het volledige “waarom” uit de doeken te doen, maar het hielp zeker niet dat (a) er vooral gezinnen op Vlorë afkomen – lees: weinig twintigers – en (b) wij vooraf een hotelkamer geboekt én betaald hebben, die bij aankomst niet beschikbaar bleek te zijn… Waardoor wij naar een ander (drie keer zo duur) hotel moesten verkassen, en het is nog maar zeer de vraag of we het geld van de oorspronkelijke boeking terugkrijgen.

Maar goed, ondanks dat – en ondanks het gebrek aan mensen die begrepen wat gluten free betekent, en een overschot aan opgeblazen mannen die denken dat ze heel wat zijn, enzovoorts – hadden we toch nog best een leuke tijd in Vlorë. Gelukkig maar, want we hadden een verjaardag te vieren! (Aangezien 30 worden op zichzelf nou niet bepaald fantastisch is – hoeveel understatements passen er in één blogpost? – konden we daar wel wat azuurblauwe zee bij gebruiken. En blijkbaar helpt dat echt.)

Een paar dagen later lieten we Vlorë zonder al te veel hartzeer achter ons en keerden we terug naar Skopje. (Zin hebben om “naar huis” te gaan is ook weleens lekker…) Helaas werd Zorica onderweg ziek, dus de laatste paar dagen hebben we het rustig aan gedaan – met uitzondering van een rooftop party / verjaardagsfeestje op zaterdag.

Kortom: het was mooi, het was gezellig, en gisteren (zondag) zat mijn tijd in Macedonië er ineens op. Deze dagen zijn voorbij gevlogen – en misschien is zelfs dat een understatement.

Dag 10 t/m 14 – Verbinding

Afgelopen dinsdag – de dag waarop de “oversteek” naar Macedonië op het programma stond – voelde ik mij verscheurd. Aan de ene kant kon ik niet wachten om naar Skopje te gaan, en aan de andere kant had ik bizar weinig zin om Belgrado te verlaten…

Sinds ik schreef dat ik het moeilijk vind om onderweg aansluiting te vinden bij anderen, gaat dat gelukkig stukken beter. In Boedapest kreeg ik gezelschap van een Nederlander, in de bus naar Servië bleek mijn Amerikaanse buurman wel in voor een praatje, en in Belgrado heb ik me zelden alleen gevoeld.

Zo was er een Duitser die in Tilburg studeert, en een Zwitserse die haar avondeten wel met mij wou delen.

Eén van mijn kamergenootjes was voor het eerst alleen op reis en had het daar erg moeilijk mee, dus ik heb haar uit bed gepraat en naar mijn favoriete koffietentje gebracht, om daar samen wat te kletsen en vervolgens de stad in te gaan.

En een medewerker van het hostel kwam op een ochtend speciaal even langs om te vragen hoe mijn date geweest was. Dus ja, er was ook een (leuk!) afspraakje met een Serviër…

Tel daar een paar korte nachtjes bij op – ik ben drie nachten niet vóór 4 uur gaan slapen, in deze stad die bekend staat om het nachtleven – en het moge duidelijk zijn dat ik me op de dag van vertrek een tikje gebroken voelde.

Maar die ellende duurde gelukkig niet veel langer dan de busrit (van ongeveer zes uur), want bij het busstation van Skopje stond Zorica mij op te wachten.

Het is inmiddels alweer drie jaar geleden dat wij een kamer deelden in Polen, maar geef ons twee minuten samen en het is weer als vanouds.

Met als voornaamste verschil dat we nu in Macedonië zijn, waar het erg zonnig is en het eten (mede dankzij het hoge aantal zonuren) erg lekker…

Morgen gaan we samen het strand van Albanië opzoeken. De frequentie waarop ik hier berichten plaats zal de komende tijd waarschijnlijk iets lager zijn – dat hebben jullie misschien al gemerkt – maar weet dat ik het enorm naar mijn zin heb.

Dag 8 en 9 – Onder constructie

De straat waar mijn hostel aan ligt wordt momenteel van een nieuw wegdek voorzien. Gezien de staat van de omringende wegen en de stoep – die ze nog wel intact gelaten hebben – is dat geen overbodige luxe.

Het slechte wegdek hier zal wel nooit wennen. Hoe hard ik ook probeer om met één oog naar de straat te blijven kijken: soms mislukt dat, en ik heb dan ook al een paar keer mijn enkels verzwikt. (Zonder dat ze blijvend zeer doen, overigens.)

Zondagmiddag heb ik een bezoek gebracht aan de Kathedraal van de Heilige Sava, de grootste Orthodoxe kerk van de hele Balkan, die sinds 1935 gebouwd wordt maar nog steeds niet af is. Op dit moment zijn alleen het voorportaal en de crypte toegankelijk voor bezoekers – maar zelfs die ruimtes maken een bezoekje al de moeite waard.

Niet dat ik met bladgoud versierde iconen nou zo mooi vind, maar een hele zaal vol (blad)goud en marmer maakt toch best indruk. En dan die gigantische afmetingen van het gebouw…

Trouwens: toen ik de trap naar de crypte terug opliep, zag ik bovenaan een oude man een stuk zeil opzij houden voor zijn kleindochter, die haar ogen uit leek te kijken naar iets wat ik niet kon zien. Nieuwsgierig als ik ben, bleef ik op een afstandje wachten, vriendelijk glimlachend. En ja hoor, toen de kleindochter uitgekeken was liep de man weg, zonder het zeil weer terug te vouwen. Waardoor ik een blik op de binnenkant van de kerk heb kunnen werpen. Volledig in de steigers, maar nu al erg indrukwekkend.

De bouw van deze kathedraal moet tot nu toe miljarden dinars gekost hebben. Dat kan niet anders. (1 euro ≈ 118 Servische dinars)

Op de terugweg naar het hostel kwam ik langs het voormalige hoofdkwartier van het Servische Ministerie van Defensie, waar – sinds de NAVO-bombardementen in 1999 – niet veel meer van over is… En wat er wél nog van over is, staat er nog steeds.

Nu kan ik me best voorstellen dat men deze ruïne expres laat staan. Als aanklacht tegen de NAVO, als stille getuige, of als middel om angst in te boezemen…

Maar al met al – het wegdek, de kathedraal, het voormalige hoofdkwartier – geeft het toch te denken. Als ik een grote zak geld te verdelen had over deze drie projecten, zou ik waarschijnlijk een andere verdeling gemaakt hebben.

Zei de jongedame die een maand op vakantie gaat terwijl ze eind deze maand zonder werk komt te zitten – en ik kan me geen betere “persoonlijke bouwwerkzaamheden” indenken.

Dus misschien zijn die Serviërs toch zo gek nog niet…