Uitzicht over Berlijn

Hoe regel ik een solovakantie?

Wil jij volgend jaar in je eentje op reis? En heb je (bijna) alle benodigdheden in huis? Dan wordt het misschien tijd voor de volgende stap. Oftewel: “Hoe regel ik een solovakantie?”

STAP 1 – Oriënteren 

Ga, om te beginnen, op zoek naar de mogelijkheden. Waar wil (en kun) je naartoe? Welke eisen en wensen heb je nog meer? En hoeveel tijd en geld gaat dat kosten?

Het kan zijn dat je nog niet op al die vragen een antwoord hebt. Dat geeft niet. Die antwoorden kun je vinden door ze te zoeken. 😉

Zelfs als je nu nog niet genoeg geld of tijd hebt voor een solovakantie, kun je aan deze stap beginnen. Een beetje research vooraf kan geen kwaad, toch? (Ook als er helemaal geen reis in het verschiet ligt, kan ik mezelf uuuuuuuuren vermaken op websites zoals Rome2Rio en Bahn.de.)

Er zijn gigantisch veel manieren om op ideeën te komen voor een (solo) vakantie. Hieronder een kleine, persoonlijke selectie.

Bestemmingen

  • Landkaarten – Leuk om bij weg te dromen, handig om te ontdekken welke bestemmingen er op een bepaalde route liggen. Meestal gebruik ik Google Maps.
  • Televisieprogramma’s, tijdschriften, reisgidsen – Duik in de archieven van of laat je verrassen door (bijvoorbeeld) 3 op reis, Columbus Magazine en Lonely Planet.
  • Mond-tot-mondreclame – Wat raden je vrienden aan? Waar zijn zij al eens geweest? (Of bekijk de bestemmingen waar ik ooit iets over geschreven heb.)
  • Goedkope deals – Je kunt je keuze natuurlijk ook laten afhangen van leuke aanbiedingen op de websites die hieronder staan.

Onderdak

  • Booking.com – Je vindt hier een gigagroot aanbod van ho(s)tels en appartementen, in allerlei prijscategorieën.
  • Hostelbookers – Hier ligt de nadruk (uiteraard) op hostels. Heeft ook een leuke weblog waar je inspiratie vandaan kunt halen.
  • Airbnb – Voor als je graag een kamer bij iemand in huis huurt, of een heel appartement voor jezelf alleen wilt hebben.
  • Couchsurfing – Regel hier een gratis overnachting bij een local op de (slaap)bank.

Vervoer

  • Rome2Rio – Een website met de vraag “Hoe kom ik van A naar B?” als specialiteit.
  • Interrail – Ik hou van treinreizen, dus deze website mag niet ontbreken. Vooral de spoorwegkaart van Europa is erg fijn.
  • Skyscanner – Als je bij ‘Naar:’ voor ‘overal’ kiest, en bij ‘Vertrek:’ voor ‘goedkoopste maand’, weet je meteen wanneer je voor een spotprijs ergens naartoe kunt vliegen.
  • BlaBlaCar – Misschien kun je met iemand meerijden? Liften, maar dan veiliger en tegen een (kleine) vergoeding.

STAP 2 – Plannen

Heb je één of meerdere leuke bestemmingen gevonden? Weet je hoe je daar kunt komen? En past het plan (waarschijnlijk) binnen je budget?

Dan wordt het tijd om een agenda tevoorschijn te halen. 😀

Bij een “eenvoudige” vakantie – denk: een weekendje Gent – kun je deze stap best samenvoegen met Stap 3. Bestaat je reis uit meerdere vervoerstickets en accommodaties, dan kan het geen kwaad om – vóórdat je iets boekt – alles eerst even op een rijtje te zetten.

Wat kosten de vervoerstickets op de dagen die jij voor ogen hebt? Kun je op die dagen überhaupt makkelijk van A naar B komen? (Niet alle vluchten gaan zeven dagen per week…) Heb je genoeg tijd om over te stappen? Welk hostel spreekt je het meest aan, en is daar nog een bed vrij? …?

Je kunt deze stap zo groot of klein maken als je zelf wilt. Maar probeer niet méér te plannen dan nodig is om de knoop door te (durven) hakken.

Tips

  • Als ik alleen reis, vind ik het fijn om minstens drie nachten op één plek te blijven.
  • Ik kies bijna altijd voor hostels met een gedeelde keuken. Wel zo goedkoop, wel zo gezellig. En minstens zo belangrijk: de beoordelingen. Als die minstens een 8 (of vier van de vijf sterren) opleveren, weet ik dat het goed zit.
  • Misschien kun je gebruik maken van een combinatieticket? Denk aan de Spoordeelwinkel voor een weekendje weg in Nederland, of een Interrail-pas voor treinreizen in Europa. (Vandaag en morgen geven ze 15% korting op de meeste passen. Een internationale pas voor 5 dagen treinen binnen 15 dagen heb je nu al vanaf 177 euro!)
  • ’s Nachts reizen is een handige manier om geld en tijd te besparen, maar zo’n (slapeloze) rit of vlucht kan er stevig inhakken… Heb je dat ervoor over?
  • Tijdens het plannen maak ik alvast een schatting van de totaalprijs, inclusief een ‘daily budget‘ voor eten, uitstapjes, enzovoorts. Zo probeer ik te voorkomen dat de reis uiteindelijk veel duurder uitvalt dan gepland.

STAP 3 – Boeken

Dit is waarschijnlijk de spannendste, maar ook (na zoveel voorbereiding) veruit de makkelijkste stap.

Wanneer wordt het tijd om te gaan boeken?

Hoe langer je wacht, hoe langer je de plannen nog kunt wijzigen. Misschien blijkt het weer op het allerlaatste moment zwaar tegen te vallen, en komt er nog een fantastische last minute voorbij.

Vroeg boeken is over het algemeen voordeliger voor je portemonnee, en je hebt minder kans dat de leukste plekken al volgeboekt zijn.

Het is dus maar net waar jij (en jouw portemonnee) de voorkeur aan geeft.

En je hoeft niet alles in één keer te boeken. Voor mijn reis naar Albanië en terug kocht ik eerst de bus- en treintickets. De overnachtingen regelde ik pas weken later.

In principe is 1-2-3 de volgorde, oftewel ‘oriënteren – plannen – boeken’, maar af en toe één of twee stappen terugzetten kan dus best. Als die reis er maar op vooruitgaat, jatochnietdan?

Zo regel ik een solovakantie. Welke tips zou jij hier nog aan toe willen voegen?

Wat heb je nodig als je solo gaat reizen? Deze vier ingrediënten!

Oké, hopelijk weet je nu dat je geen durfal hoeft te zijn om in je eentje op vakantie te gaan. Maar wat heb je wél nodig als je solo gaat reizen?

1. Geld

Du-uh. Ik hoef je vast niet uit te leggen dat je geld nodig hebt als je (alleen) gaat reizen.

Hoeveel geld? Dat mag je zelf weten.

Één ding weet ik zeker. Je hoeft niet rijk te zijn om solo op vakantie te kunnen.

Het ligt er maar net aan wat voor reis je wil maken, en welke eisen je daaraan stelt. Ga je voor een snelle hap, of voor een verfijnde creatie?

Websites zoals Rome2rio en Booking.com, en reisgidsen zoals die van Lonely Planet, kunnen niet alleen helpen bij het uitstippelen van je reis. Ze geven daar meteen ook een realistisch prijskaartje bij.

(Meer informatie nodig? In deze blogpost vind je alleen de noodzakelijke ingrediënten – “Wat heb je nodig als je solo gaat reizen?”. Later deze maand geef ik jullie ook de bereidingswijze. Als je alle benodigdheden kunt afvinken, hoe maak je daar dan een leuk solo-avontuur van?)

2. Tijd

Je vraagt je misschien af waarom ik tijd en geld hier niet op één hoop gooi. “Time = money”, toch?

Niet als het over reizen gaat.

Misschien zwem je in het geld, maar kom je vanwege een fulltime baan en andere verplichtingen nauwelijks aan vakantie toe.

Andersom kan ook. Dat je zeeën van tijd hebt, maar nauwelijks geld.

Deze twee totaal verschillende situaties leveren waarschijnlijk twee totaal verschillende solovakanties op. (Een superdeluxe weekendje weg versus een zo lang en zo goedkoop mogelijke reis, stel ik me zo voor.)

Dus geld en tijd zijn hier twee aparte eenheden, en je hebt het allebei nodig. Maar zelfs met een snufje geld en een snufje tijd, kun je in je eentje op reis.

Een ander adagium is hier namelijk wél van toepassing: “waar een wil is = een weg”.

3. Zin

Dat brengt me bij het volgende punt: je moet weg willen. Je moet er trek in hebben.

Misschien heb je al een reis in gedachten. Weet je al precies waar je heen wilt, en hoe. “Ik wil Slovenië en Kroatië ontdekken, liefst per trein, en ik wil sowieso de zee zien.” Dat idee.

Of je loopt rond met de vage wens om er eens in je eentje op uit te trekken. Dat kan ook. (Ik kan het weten, want “rondlopen met een vage wens” was jarenlang mijn status quo.)

Het maakt eigenlijk niet uit hoe concreet je plannen al zijn. Met geld, tijd en een flinke dosis goesting ben je er namelijk bijna.

Om een jarenlange status quo te voorkomen, heb je dan nog maar één ding nodig.

4. Moed

Je kunt nog zoveel geld, tijd en zin hebben, maar als je er niet aan durft te beginnen… Dan wordt het lastig.

Nogmaals, je hoeft echt geen superheld te zijn. Maar een beetje lef heb je wel nodig als je solo gaat reizen.

Dat betekent niet dat je het niet spannend mag vinden.

Sterker nog: het zal altijd spannend blijven. De kunst is om nét zeker genoeg te zijn van je zaak. Een beetje zoals wanneer je een kom slagroom omdraait, om te testen of het stijf genoeg is.

Vergeet niet dat jij degene bent die solo op vakantie gaat, en dat jij dus mag bepalen wat er op het menu staat.

Als je – met behulp van wat geld en tijd – een reis kunt samenstellen waar je (ondanks wat zenuwen) graag aan begint, dan heb je alles in huis voor een geslaagd avontuur. Meer heb je niet nodig als je solo gaat reizen.

Valt best mee, toch? 🙂

Hoe je van deze vier ingrediënten een lekkere vakantie maakt? Dat lees je hier *klik*.

“De leukste date- en reisverhalen”: waar dapperheid goed voor kan zijn

In het afscheidsboekje van mijn traineeprogramma staat welgeteld één quote over mij.

Over Wendy: “Ze is meestal rustig, maar heeft de leukste date- en reisverhalen”

Ik vind alles mooi aan deze quote. Het woordje “meestal”. De opmerking dat mijn date- en reisverhalen het leukst zijn. En dat ik blijkbaar, ondanks m’n kalme en onopvallende aanwezigheid, toch iets persoonlijks heb bijgedragen.

En niet alleen iets persoonlijks, maar ook iets dappers.

Want zowel daten als (solo)reizen waren lange tijd een absolute “no go” voor mij. Ik wou wel, maar ik geloofde dat het niet voor mij was weggelegd. Dat het gedoemd was te mislukken. Dat ik gegarandeerd af zou gaan, en dat niemand geïnteresseerd zou zijn.

Zo dacht ik pak-‘m-beet zes jaar geleden. Sindsdien heb ik heel wat kleine, doenlijke stappen gezet.

En dat levert dus de leukste date- en reisverhalen op. 😀

Die wetenschap is sowieso fijn, maar het maakt het reizen en daten ook een stuk makkelijker. Omdat ik nu kan denken: “Ach, stel dat het mislukt, dan heb ik in elk geval weer een mooi verhaal.”

Wat niet wil zeggen dát het altijd mislukt.

Ja, er zaten een paar rampzalige mannen en reisdagen tussen. Maar daar staat veel moois tegenover.

Als iemand mij zes jaar geleden had verteld dat ik ooit eens – op reis(!) – zou daten met een jongeman die aardig lijkt op een mix van Eddie Vedder en Johnny Depp, in hun fysieke hoogtijdagen…

Een combinatie van die twee spetters, maar dan met rossig haar en een bril… (Wat voor mij twee pluspunten zijn, want ik hou van mannen met rossig haar en een bril.)

Zes jaar geleden had ik die persoon vierkant uitgelachen. Voor gek verklaard. “Ja hoor, maak dat de kat wijs.”

En nu?

Nu vind ik het jammer dat er geen “en ze leefden nog lang en gelukkig” aan vastkleeft.

Maar het voelt vooral alsof ik onverwachts een prijs gewonnen heb. Een leuke beloning voor mezelf, voor dapperheid, en voor één van mijn leukste date- én reisverhalen tot nu toe.

Een jonge vrouw staat voor een muur en kijkt naar een ballon, die ze aan een touwtje vast heeft. Ze ziet er verlegen en rustig uit; niet als een durfal.

Je hoeft geen durfal te zijn om alleen te reizen

Sommige mensen denken dat het vre-se-lijk veel moed vereist om alleen te reizen.

Zij hebben het mis.

Waarom? Omdat ik nu drie soloreizen gemaakt heb, en ik ben GEEN durfal.

Ik wou dat ik dat was. Ik wou dat ik kon zeggen dat ik een waaghals ben. Een avontuurlijke piraat. Een fortuinzoeker, dapperder dan honderd mannen.

Maar ik ben dat niet.

Durfallen durven alles (du-uh), reizen overal naartoe en overschaduwen iedereen.

Ik, daarentegen, ben nog nooit in mijn eentje buiten Europa geweest. Horrorfilms, troebel water en telefoongesprekken zijn maar een greep uit de dingen waar ik – op zijn minst – nerveus van word. En ik volg momenteel therapie omdat ik mij te veel laat overschaduwen.

En toch. Toch ben ik ook een enthousiaste soloreiziger.

Daarom zeggen vrienden en familieleden zo nu en dan dat ik dapper ben.

Ik ga dat niet ontkennen. 🙂

Er is echter een verschil tussen dapper zijn en een durfal zijn. Tussen moedig genoeg zijn om alleen te reizen en zo heldhaftig zijn dat je leven op een actiefilm lijkt.

Ik geloof dat dapper zijn binnen handbereik is. Letterlijk. Voor iedereen.

Dapper zijn betekent iets doen dat eng klinkt, maar te doen is.

Merk op dat het werkwoord “doen” twee keer voorkomt in de laatste zin. Doen is de sleutel. Geen heldendom. Geen speciale superkrachten. Doen.

Als je in je eentje op reis wilt, doe het dan. Maak het doenlijk.

Je hoeft niet meteen een wereldreis van een jaar te boeken. Begin gewoon zo klein of groot als je wilt (en kunt).

Dus… Waar wil je naartoe?

P.S .: Meer informatie / inspiratie nodig? Lees dan:

Foto: “Soaring Thoughts” door EladeManu, licentie CC BY 2.0

Reisschema en tips: 32-daagse reis naar Albanië en terug [deel 2]

In deel 1 van mijn reisbeschrijving kon je lezen hoe ik over land naar Belgrado reisde. Bij deze het verdere verloop van die 32-daagse reis: van Belgrado via Skopje (Macedonië) en Vlorë (Albanië) terug naar Nederland, met tussenstops in Ljubljana, Salzburg en Frankfurt am Main.

Dag 11 t/m 14

Skopje

Hoe?

Hoewel er een (nacht)trein rijdt tussen Belgrado en Skopje, gaf ik hier de voorkeur aan een busrit. De trein doet er ruim tien uur over en kost 34 euro, met Flixbus ben je 22 euro kwijt en binnen zeven uur in Skopje. Tel uit je winst.

Waar?

In Skopje logeerde ik bij mijn beste vriendin. Veel meer dan een verwijzing naar websites zoals Booking.com en Airbnb kan ik hier dus niet geven…

Tips?

  • Loop zeker even over de oude bazaar, de Stenen Brug en het Macedonië-plein, waar Alexander de Grote – of, zoals ze hier zeggen, “Aleksander Makedonski” – hoog boven iedereen uittorent.
  • De berg Vodno biedt een mooi uitzicht over de stad, en een verkoelend briesje op dagen dat het “beneden” haast niet uit te houden is… Je hoeft de berg niet zelf te beklimmen: er loopt een kabelbaan naar het kruis (Millennium Cross) op de top. Dit kruis geeft ’s nachts trouwens licht – wat mega kitsch aandoet, maar daardoor is het óók 24 uur per dag een handig oriëntatiepunt in de stad.
  • Ga lekker uit eten. Gewoon, ergens. Ik heb nog niet kunnen ontdekken welk restaurant het beste is, maar waar ik ook at: het smaakte goed!

Dag 15 t/m 19

Vlorë (en Karaburun)

Hoe?

Bustickets van Skopje naar Vlorë in Albanië (en terug) zijn niet online te koop. Je moet ze op het busstation van Skopje of telefonisch zien te bemachtigen. Inderdaad ja, “zien te bemachtigen”… Dit deel van de reis raad ik soloreizigers (en vooral soloreizigSTers) NIET aan, tenzij je een Macedonisch- of Albanisch-sprekende reisgenoot kunt vinden.

De busmaatschappij had ons ervan verzekerd dat we een paar dagen van tevoren nog tickets konden boeken, maar toen puntje bij paaltje kwam bleek de hele bus al vol te zitten, waardoor wij pas een dag later konden vertrekken. Een ticket kostte 40 euro voor een retourtje (per persoon), en daarvoor kregen we twee helse busritten die allebei ongeveer 9 uur duurden. Eentje van 21 uur ’s avonds tot 6 uur de volgende ochtend – waardoor we op tijd waren voor een zonsopkomst aan zee (dat dan weer wel… ) – en de terugrit van 19 uur tot 4 uur ’s morgens.

Neem van mij aan: dit wil je niet. Althans, niet op deze manier.

Waar?

Wat je ook niet wilt: vooraf een kamer boeken én betalen, en dan bij aankomst horen dat er geen plek is. Het geld zou de eigenaar zo snel mogelijk terugstorten, beloofde hij, maar die belofte bleek uiteindelijk niets waard te zijn. (Op mijn laatste betalingsverzoek reageerde hij onder andere met I have more of what you have en you were not and you will not be able to be our hotel guest… Alsof ik dat nog zou willen!)

Gelukkig heeft Airbnb wél verstand van klantvriendelijkheid. Het geld van de boeking heb ik teruggekregen en – nog mooier – de accommodatie van onze “vriend” is uit hun bestand verwijderd. (Al kun je zijn hotel, aan de Rruga Avdul Shara, nog wel boeken via andere kanalen…)

Niet ver daarvandaan vonden we trouwens Hotel Erjuma, waar ze gelukkig wél heel vriendelijk waren en plaats voor ons hadden (voor vier nachten à €30,- per nacht).

Tips?

  • Het strand van Vlorë zelf is een tikje grijs, maar niet getreurd: voor een paar tientjes word je per boot naar mooiere stranden en een kristalheldere zee gebracht – bijvoorbeeld bij het schiereiland Karaburun (zie foto hierboven).
  • Ter hoogte van de DejaVu Lounge staat een uitkijkpost op het strand die heel wat bescherming biedt tegen de felle zon. Een prima hang out voor wie geen geld wil besteden aan ligbedden met parasol…
  • Ik denk dat Vlorë een prima vakantiebestemming is voor (jonge) gezinnen en ouderen. Voor een bruisend nachtleven kun je beter een andere bestemming opzoeken.

Dag 20 t/m 23

Na vier nachten Vlöre keerden we terug naar Skopje. Daar heb ik nog een paar nachten gelogeerd, en toen was het tijd om (in mijn eentje) door te reizen naar Ljubljana.

Dag 24 t/m 26

Ljubljana

Hoe?

Voor 3190 Macedonische denars – ongeveer 52 euro – koop je op het station van Skopje een ticket naar Ljubljana, bij busmaatschappij Radika. (Online boeken niet mogelijk.) De bus vertrekt om 15:30 uur en arriveert de volgende ochtend rond 06:45 uur in Ljubljana. Dat duurt vreselijk lang en ik weet dus niet zeker of ik het nog eens zou doen, maarrrr ik vond deze rit hoe dan ook minder vervelend dan het retourtje Albanië. (Voor zonsondergang valt er genoeg te zien onderweg, en één van de buschauffeurs sprak Engels.)

Waar?

Ik overnachtte in het Fluxus Hostel. Prima plek, behalve dan dat de verhouding tussen het aantal wc’s (1), douches (1) en bedden (14) nóg schever was dan in Belgrado… Voor twee nachten betaalde ik 44 euro.

Tips?

  • Op zonnige dagen is bijna niets zo leuk als zomaar een beetje ronddwalen door deze stad. Ljubljana is een kleine stad waar een rivier doorheen stroomt, en ook het kasteel van Ljubljana vormt een handig baken. Dat maakt dat je hier niet snel compleet verloren zult lopen. Trek je (stoute) wandelschoenen aan en zie maar waar je uitkomt.
  • Je bent hier in de buurt van Italië, en dat betekent: gelato! 😀 Bij ijssalon Cacao hadden ze onder andere de heerlijke combi van pure chocolade met frambozen, en bij Zvezda Café heb ik ook een mindblowing lekker ijsje besteld – zo lekker dat ik me nu niet meer kan herinneren welke smaak het precies had…
  • Voor een welverdiend ontbijt kan ik Le Petit Cafe van harte aanbevelen. (Je zou er bijna een 15-uur durende busrit door vergeten…)

Dag 26 t/m 29

Salzburg

Hoe?

Met de trein! Op de website van de ÖBB (Österreichische Bundesbahnen – oftewel de NS van Oostenrijk) kocht ik een ticket met zitplaatsreservering, voor 37 euro. De trein vertrekt om 09:23 uur uit Ljubljana en komt om 13:48 uur aan in Salzburg.

Enneh, een zitplaatsreservering (apart bij te boeken) kan eigenlijk nooit kwaad, maar in deze trein al helemaal niet. Een deel van de trein rijdt namelijk niet verder dan Villach, dus als je een zitplaats reserveert heb je meteen een plekje in het deel van de trein dat wél doorrijdt naar Salzburg.

Waar?

Het Sishaus View at Mozarts Hostel bevindt zich in een monumentaal pand in hartje Salzburg. Het voordeel daaraan is dat het hostel een charmante (onlogische) “kruip-door-sluip-door” indeling heeft. Het nadeel daaraan is dat het niet alle gemakken heeft van een modern hostel, zoals nachtkastjes voor de mensen die bovenin een stapelbed slapen. Ook heeft het hostel geen gedeelde keuken, maar een ontbijtbuffet (of lunchpakket) is bij de prijs inbegrepen.

Voor drie nachten – inclusief ontbijt – betaalde ik €117,-.

Tips?

  • Het DomQuartier van Salzburg lijkt één museum, maar het zijn er eigenlijk vijf. Dikke, vette aanrader – al wil je na afloop waarschijnlijk snel terug naar je ho(s)tel. “Genoeg kunst (en geslenter) voor vandaag!”
  • In Salzburg kun je bijna overal Mozartkugeln kopen. Dat viel me pas op toen een Italiaanse vriendin erover begon. Ik móést deze bonbonnetjes proeven, en ik begrijp nu waarom. In het Italiaans noemen ze Mozartkugeln trouwens Palle di Mozart (“ballen van Mozart”)… Typisch. 😉
  • Bezoek het kasteel Hohensalzburg, te voet. Een behoorlijke klim voor mensen uit een “pannenkoeklandje”, maar dat maakt de ervaring juist leuk – om van de euforie als je eenmaal bovenop de uitkijktoren staat, nog maar te zwijgen.

Dag 29 t/m 32

Hoe?

Ook tussen Salzburg en Frankfurt am Main rijdt een directe trein. Voor €34,40 kocht ik een ticket (met zitplaatsreservering) op de website van Deutsche Bahn – goedkoper dan via ÖBB. Vertrek om 10:00 uur, aankomst om 15:40 uur.

Waar?

Omdat ik vooraf eigenlijk niets wist over Frankfurt, boekte ik onbewust een hostel (Five Elements) middenin de beruchte rosse buurt van de stad. En dat bleek heel tof en veilig te zijn, al kan ik me goed voorstellen dat niet iedereen daar rustig zou kunnen slapen… De prijs-kwaliteitverhouding is (waarschijnlijk juist vanwege de locatie) in orde – €95,97 voor drie nachten – en als je 3 nachten of langer blijft is het ontbijt bij de prijs inbegrepen.

Tips?

  • De Frankfurt Free Alternative Walking Tour brengt je langs allerlei interessante plekken in de stad, en begint – hoe handig – één kruispunt verwijderd van het Five Elements Hostel.
  • In het Bahnhofsviertel (oftewel de rosse buurt) kun je op een aantal plekken prima eten: hamburgers bij Good Guys, Indiaas bij eatDOORi en sushi bij Sushiedo.
  • Loop zeker even door de Neue Altstadt (het oude, onlangs gerenoveerde stadshart) en langs de Mainkai, de kade van de Main. Vanaf de zuidkant heb je een mooi zicht op de skyline van Mainhattan”.

Dag 32

“Tijd om dag te zeggen!” Er rijdt een trein van Frankfurt Hauptbahnhof naar Amsterdam. Ik stapte in Arnhem over op een trein richting Breda. Al met al duurde deze laatste rit ongeveer vijf uur, inclusief een half uur overstaptijd. Ook dit ticket kocht ik via bahn.de, en het kostte €64,40.


Zo, dat was het wel zo’n beetje. 🙂

Al met al was ik (maar) €385,10 kwijt aan trein- en bustickets – tickets voor korte ritjes binnen de steden niet meegerekend – en ongeveer €580,00 aan overnachtingen. Niet veel voor een reis van 32 dagen! Daarbovenop had ik een budget van maximaal €35,- per dag ingesteld, om van te eten en leuke dingen van te doen. Op bijna alle dagen – minus twee – ben ik (ruim!) binnen dat budget gebleven, en op die twee dagen heb ik dat bedrag niet gigantisch overschreden. Tel daar nog wat souvenirs en cadeautjes bij op… Ik heb het niet héél precies bijgehouden maar ik weet zeker dat ik binnen de €2.000,- gebleven ben, all inclusive.

Nog vragen? Stel ze gerust!

Reisschema en tips: 32-daagse reis naar Albanië en terug [deel 1]

“Allemaal leuk en aardig, zo’n lange reis naar Albanië en terug, maar hoe DOE je zoiets?!” Voor de mensen die zich dat afvragen, heb ik hieronder uitgewerkt hoe ik van Breda, via München en Boedapest, naar Belgrado reisde. Lekker concreet: waar kocht ik mijn tickets, wat kostte het, welke hostels… En bij elke bestemming een paar persoonlijke tips.

Deel 2 – van Belgrado via Skopje (Macedonië) en Vlöre (Albanië) terug naar huis – vind je hier.

Dag 1 t/m 4

München

Hoe?

Ik nam om 08u09 de trein van Breda naar Eindhoven, om daar over te stappen op een bus van Deutsche Bahn richting Düsseldorf. Het laatste stuk van Düsseldorf naar München ging weer per trein. Aankomst: 16u27. Het ticket voor deze reis – één ticket, twee keer overstappen – kocht ik op nsinternational.nl en kostte €53,90.

Waar?

Het Euro Youth Hotel ligt op loopafstand van het station. Prima locatie, brandschoon hostel, vriendelijk personeel, … Alleen een beetje jammer dat er geen gedeelde keuken is, en dat er bedwantsen in mijn bed zaten. Dat laatste neem ik het hostel trouwens niet eens erg kwalijk: volgens mij krijgt ieder ho(s)tel vroeg of laat te maken met deze “ongewenste gasten”…

Voor drie nachten in een 6-persoonskamer was ik €106,- kwijt exclusief ontbijt (€4,90 per keer voor een all you can eat ontbijtbuffet) en een beetje toeristenbelasting.

Tips?

  • het park Englischer Garten – en dan een brownie halen bij Fräulein Grüneis
  • het Neues Rathaus en de Viktualienmarkt
  • Oktoberfest of niet, bij een bezoek aan München mag een (halve) liter bier – of twee… – eigenlijk niet ontbreken. Bijvoorbeeld bij Zum Augustiner (Neuhauser Straße), waar je ook flink kunt eten.

Dag 4 t/m 7

Boedapest

Hoe?

Vanuit München kun je met de trein rechtstreeks naar Boedapest, dus zonder ergens over te moeten stappen. Deze trein stopt onder andere in Salzburg: handig als je deze reis in wil korten! Als je in München de trein pakt van 09u30, ben je als het goed is om 16u19 in Boedapest. Tickets via bahn.de. Voor deze rit was ik (inclusief zitplaatsreservering) €54,40 kwijt.

Waar?

Hostel One Basilica heeft wél een gedeelde keuken, en er zaten geen bedwantsen in mijn bed. Qua locatie kan het bijna niet centraler dan dit, vlakbij metrostation Deák Ferenc tér. Toch zou ik dit hostel alleen aanraden als je het niet erg vindt om in een “partyhostel” te zitten, met een overload aan Engelstalige backpackers.

Drie nachten in een 6-persoonskamer, inclusief (partyhostel) avondeten, kostte mij €97,62.

Tips?

  • Voor mij is een bezoek aan Boedapest niet compleet zonder een bezoek aan restaurant Köleves. Ga dat proeven!
  • Voor nog meer weldadigheid: Széchenyi, het grootste kuuroord van Europa.
  • Voetjes van de vloer? Dat lukt geheid bij Fogas Ház, met maar liefst zeven dansvloeren. “Fogas” is één van de vele ruïnebars in Boedapest. Benieuwd naar die ruïnes, maar minder behoefte aan stampende muziek? Szimpla Kert, de oudste en bekendste ruïnebar, mikt op een breder publiek.

Dag 7 t/m 11

Belgrado

Hoe?

Met Flixbus reis je – als alles meezit – in bijna zes uur van Boedapest naar Belgrado. Mijn bus deed er drie uur langer over, vanwege ernstig oponthoud bij de grens, maar daar staat tegenover dat de bus ongelooflijk comfortabel was. Het ticket kostte (maar) €25,00.

Waar?

Zonder twijfel het beste ho(s)tel van deze reis: Home Sweet Home. De locatie, het vriendelijke personeel, maar vooral de sfeer. “Voortreffelijk”, aldus booking.com, en ik sluit mij daar graag bij aan. De enige negatieve kanttekening die ik kan bedenken: twee badkamers voor ongeveer 20 gasten is wat weinig… Al kun je de drukke spitsuren relatief eenvoudig omzeilen als je er een abnormaal dagritme op nahoudt, en dat is in Belgrado geen enkel probleem. (Zie “Tips?”.)

Voor vier nachten in “Home Sweet Home” betaalde ik omgerekend ongeveer €60,-.

Tips?

  • Duik het nachtleven in! Belgrado houdt wel van een feestje. De populairste clubs drijven op de rivier de Sava, maar de mogelijkheden zijn legio. Solo-reizigers kunnen aanhaken bij één van de vele pub crawls die georganiseerd worden. Ik vond die van Belgrade Free Tour erg gezellig.
  • Relaxen (of uitbrakken) doe je in het Kalemegdanpark. Hier vind je ook het fort van Belgrado. Tip-in-een-tip: in de zomer zijn de stenen van het fort ook ’s nachts heerlijk warm. Ga op een muurtje liggen, kijk naar de sterren, en probeer niet in slaap te vallen. 😉
  • De koffie van Kafeterija. Punt.

Dit was deel 1 van mijn reis. Lees deel 2 voor het verdere verloop.

Vragen? Brand los!

doorgeknipt polsbandje van het hostel in Boedapest

Dag 32 – “Oost, west, thuis best”?

Op één van de laatste avonden in Frankfurt, merkte ik bij mezelf dat ik het reizen een beetje beu begon te worden. Ik had behoefte aan een diepgaand en lang gesprek. Het tegenovergestelde van het soort gesprek dat mensen die elkaar voor het eerst tegenkomen, meestal aangaan. Met de nadruk op “meestal” want zoals bij alles eigenlijk bestaan er ook hier wel degelijk uitzonderingen op…

Maar goed, het zag er niet naar uit dat ik in Frankfurt een dergelijk gesprek zou hebben. Daarbij leek het me ook wel weer fijn om in mijn eigen bed te slapen. Er gaat sowieso weinig boven je eigen bed, maar het verschil tussen een stapelbed in een gedeelde slaapzaal en mijn bed kan echt schrijnend groot zijn. En eenmaal thuis zou ik ook ein-de-lijk de laatste twee afleveringen van het nieuwe seizoen “Orange is the new Black” kunnen zien. (Persoonlijke aantekening: nooit meer aan een nieuwe reeks beginnen vlak voordat je op reis gaat! Voor je het weet heb je nét niet genoeg tijd om alles te bekijken…)

Fast forward naar het moment dat ik de deur naar mijn zoldertje opendeed. De reis naar huis was goed verlopen en ik had nog steeds bijna al mijn spullen. (In Belgrado en Ljubljana ben ik mijn haarborstel en mijn shampoo verloren, maar daar was ik al van op de hoogte.)

Binnen stonden mijn spullen nog precies waar ik ze had achtergelaten, en ik had ze – op mijn bed na – niet gemist. En waar ik van tevoren dacht dat de goede gesprekken thuis vanzelf zouden komen, bleek dat in het echt toch een beetje tegen te vallen…

Kortom: ik was nog maar nét terug in Nederland, of ik had het alweer gezien.

Als je na een reis van een maand(!) thuiskomt, en dat moment zich al gauw ontpopt tot het vervelendste van de hele reis… Dat voelt niet goed. “Oost, west, thuis best”, toch? Nou, blijkbaar niet. Er moet hoognodig iets veranderen aan dat “thuis” van mij.

Zie daar: prioriteit numero uno voor de komende tijd. Het gaat niet van een leien dakje – wat wil je, na zo’n harde landing? – en het gaat (wederom) ten koste van mijn goesting om te schrijven, maar ik doe mijn best. Ik wil binnenkort nog een overzicht plaatsen van de reis. (Hoe kom je van A naar B, wat kost het, waar moet je zeker eens gaan kijken?) En voor de rest zien we wel.

O ja, en ik heb ter afsluiting ook nog een kort filmpje gemaakt van mijn video-opnames onderweg. #Katzwijm #CreaBea #GelukkigHebbenWeDeFotosNog

skyline Frankfurt am Main

Dag 30 en 31 – Eindgebruiker

Bijna aan het einde van mijn reis: tijd om af te ronden en terug te blikken. Ik kan alvast verklappen dat Belgrado wat mij betreft als winnaar uit de bus komt, maar de stad die mij het meest verrast heeft is Frankfurt (am Main).

Nu moet ik eerlijk zeggen dat ik van tevoren geen (hoge) verwachtingen had van deze stad. Toen ik mijn reis aan het plannen was, zocht ik een stad ergens tussen Salzburg en Breda, die goed bereikbaar is met de trein, en niet München… Dan kom je al snel bij Frankfurt uit.

Meer zat er niet achter, en dat is eigenlijk – zo weet ik nu – een beetje vreemd. Als geboorteplaats van onder andere Goethe en Anne Frank, als “hoofstad” van het Heilige Roomse Rijk en als Mainhattan van Europa (naar Frankfurt am Main) heeft deze metropool toch best wat te bieden…

Hoe komt het dan dat Frankfurt toch (relatief) weinig toeristen trekt? Wel, ik ben natuurlijk geen expert, maar het zou met de volgende factoren te maken kunnen hebben.

Ten eerste is Frankfurt vooral een handelsstad, een marktstad. En hoewel sommige markten druk bezocht worden door buitenlandse bezoekers (zoals de wereldberoemde Frankfurter Buchmesse): het merendeel van het handelswezen is voor hen niet zo interessant. En andersom hebben handelaren en bankiers meer aandacht voor goederen en koersen, dan voor het lokken van (potentiële) toeristen.

Daar komt nog eens bij dat Frankfurt geen mooie stad is. Ooit kon men hier de grootste Gotische Altstadt van Europa vinden, maar na de Tweede Wereldoorlog stond daar nauwelijks meer iets van overeind. De herbouw werd in de jaren daarna voortvarend en pragmatisch aangepakt – lees: beton – en zo verloor Frankfurt haar mooie, oude binnenstad.

Maarrrr… Tussen 2012 en 2018 is een deel van die historische binnenstad opnieuw opgebouwd: de Neue Altstadt! In totaal gaat het om 35 panden, waarvan er vijftien zo correct mogelijk gereconstrueerd zijn, op basis van historische bronnen. Eind deze maand, van 28 t/m 30 september, vindt er een driedaags feest plaats ter ere van de officiële opening… Dus eigenlijk had ik hier een heuse preview te pakken! En ik moet zeggen: het geheel heeft een vrij hoog “Disney-Duitsland-gehalte”, maar het ziet er ongetwijfeld stukken beter uit dan vóór de reconstructie. En ik twijfel er ook niet aan dat Frankfurt hiermee een heuse trekpleister in handen heeft. (De groepen Chinese toeristen binnen de Neue Altstadt waren nu al niet meer op één hand te tellen, laat staan over een jaar of twee…)

Voor reizigers uit Duitsland en andere Europese landen – die weten waar ze échte oude binnensteden kunnen zien – zou het tot slot misschien helpen als Frankfurt minder ‘crimineel’ zou zijn. Dit wist ik vooraf ook niet, maar de meeste Duitsers weten het wel: Frankfurt staat bijna elk jaar bovenaan in het rijtje Duitse steden met de meeste geregistreerde misdaden per hoofd van de bevolking.

En ook al kloppen die cijfers niet helemaal: het doet de reputatie van de stad natuurlijk geen goed. (De internationale luchthaven van Frankfurt ligt bijvoorbeeld binnen de gemeentegrenzen, dus alles wat daar gebeurt telt mee – maar ja, dat moet je maar net weten.)

En helemaal onterecht is die reputatie nou ook weer niet… Daarvoor hoef je alleen maar even een rondje te lopen door het Bahnhofsviertel, de rosse buurt vlakbij het station. Een veilige wijk, tot je er drugs koopt – en schijnbaar verkoopt bijna iedereen er drugs. Verslaafden liggen er midden op de stoep te slapen, want de politie laat de eindgebruikers met rust. Alleen op die manier houden ze genoeg mankracht over om zich te kunnen richten op de dealers en hun (maffia-)bazen.

Hoe ik dat weet? Dankzij mijn onwetendheid had ik de pech – of het geluk – dat mijn hostel midden in die wijk stond…

Ik zeg “geluk” want ik heb me er geen moment onveilig gevoeld, heb al mijn spullen nog, en ik heb nu een vollediger beeld van Frankfurt dan wanneer ik in een andere wijk overnacht zou hebben. Een beeld van allerlei onverwachte dwarsverbanden. Zakenmannen die meer dan 1000 euro per maand neertellen om in de meest ongure wijk van de stad te kunnen wonen – zodat ze met de fiets naar hun werk kunnen. Beveiligingsbedrijven die gerund worden door de maffia. Films die hier opgenomen worden als het echte Manhattan te duur is. Undsoweiter.

En geluk omdat de laatste halte van mijn reis óók heel interessant bleek te zijn.

Dag 28 en 29 – Regen

Ik was het bijna vergeten, maar er bestaat nog steeds zoiets als slecht weer. (“Huh, regen, wat is dat?”) Na wekenlang volop zon en temperaturen boven de 30 graden – wat ook niet altijd een pretje is, maar goed – begreep ik in Salzburg ineens waarom er eigenlijk een lange broek en meerdere leggings en vesten in mijn koffer zitten. (“Oh, dáárom…”)

Het slechte weer had niet alleen invloed op mijn outfits, maar ook op de foto’s en mijn daginvulling. Op de eerste dag in Salzburg, toen de zon nog wel scheen, heb ik zoveel mogelijk foto’s gemaakt, al lopend door de stad, net zolang tot ik er bijna bij neerviel. En dus kon ik de tweede en derde dag lekker binnen blijven, in het hostel en andere overdekte plaatsen.

Helaas kosten dingen die binnen zijn, over het algemeen geld. Vooral als ze bedoeld zijn om mensen urenlang bezig te houden. Een kerkje wil nog weleens gratis zijn, maar een museum…

En in Oostenrijk laat mijn dagelijkse budget geen ruimte om te denken: “Als dit museum niet boeiend blijkt te zijn, probeer ik gewoon het volgende.”

Gisteren wou ik eigenlijk het Haus der Natur bezoeken, maar eenmaal voor de deur stond de uitstraling me niet aan. Het museum leek mij vooral leuk voor (ouders met) kinderen. Het Spielzeug Museum dan? Idem dito. Museum der Moderne? Mwoah. Een beetje moderne kunst kan ik wel waarderen, maar zalen vol…

Op dat punt besloot ik maar gewoon (weer) door de stad te gaan lopen, van mooi straatje naar mooi straatje. Net zolang tot ik iets tegen zou komen dat me wél aanstond, of tot het opnieuw zou gaan regenen.

Ongeveer twintig minuten later liep ik langs de Residenz, de voormalige residentie van de prins-aartsbisschop van Salzburg. Ook een museum, of eigenlijk vijf musea in één (het DomQuartier). En volgens mijn telefoon – Google – vonden eerdere bezoekers dit een interessante plek, dus besloot ik het erop te wagen.

Zoals ik al aangaf: voor de prijs van één ticket, kreeg ik vijf musea. De pronkkamers van de residentie, de Residenzgalerie (waarover later meer), het Nordoratorium, het Dommuseum en het museum van de Sint-Peterabdij. Met daartussen een aantal andere bezienswaardige ruimtes en galerijen, waaronder een rariteitenkabinet dat zijn naam eer aandoet… Ik heb mij ruim drie uur vermaakt in het Dom Quartier – en kunstwerken gezien van o.a. Rubens, Rembrandt en Picasso – en dat alles voor (maar) 12 euro!

De grootste opsteker / aanrader bleek de (tijdelijke) tentoonstelling “Ultramarin & Muschelgold” te zijn, in de Residenzgalerie.

In deze tentoonstelling wordt de schilderkunst ontleed, teruggebracht tot de kleinste onderdelen en stappen. Welke pigmenten kon een schilder gebruiken? (Dat veranderde in de loop der eeuwen!) Wat voor ondergronden en kwasten waren populair? Wanneer koos een schilder voor welke verftechniek? En hoe kon hij eventuele fouten herstellen?

Ik vond het verfrissend – en modern – om eens met deze bril op naar oude schilderijen te kijken. Om een prachtig schilderij te zien hangen, en er vervolgens – dankzij het bijschrift – op gewezen te worden hoe je het maakproces met het blote oog kunt zien.

“Als je goed kijkt, zie je dat de schilder in eerste instantie een paard in het midden van het weiland geschilderd heeft.” …Verrek, er staat een spookpaard in de wei!

Zelfs de “hogere” kunst – waar ik het de vorige keer over had – bestaat uiteindelijk gewoon uit mensenwerk. Er gaat jarenlange oefening aan vooraf. Elk schilderij moet stap voor stap opgebouwd worden, in een bepaalde volgorde, en dan nog kan het gebeuren dat de fouten en correcties (die de kunstenaar geheid zal maken) vroeg of laat zichtbaar worden.

En tegen de tijd dat het publiek één spookpaard ziet, heeft de kunstenaar zelf waarschijnlijk al een hele kudde verzameld.

Afijn, deze inzichten (en meer) deed ik dus op tijdens een regenachtige dag in Salzburg. Waarmee ik de weergoden zeker niet wil aanmoedigen om nog meer regen deze kant op te sturen… Maar net zoals een schilderij met foutjes, kan een dag met slecht weer blijkbaar nog best oké zijn.

Dag 26 en 27 – Geniaal

Ongeveer 200 jaar geleden, in 1803, kwam Christian Doppler – de ontdekker van het Dopplereffect – ter wereld in het pand waar ik nu verblijf. Niet lang daarvóór, tussen 1773 en 1780, woonde de familie Mozart hier schuin tegenover… Goede grond? Waarschijnlijk niets meer dan toeval. Maar toch. Toch hoop ik dat deze omgeving iets geniaals heeft, en dat ik daar een graantje van mee mag pikken.

Al zolang ik me kan herinneren wil ik twee tegenstrijdige dingen: zo normaal mogelijk zijn (i.e., zo min mogelijk opvallen) én een unieke, geniale prestatie neerzetten (i.e., zo veel mogelijk opvallen). Ik hoop ooit iets te maken dat over tweehonderd jaar nog steeds inspireert – en daar bij leven al wat vruchten van te plukken – maar die wens word verstomd door allerlei andere stemmetjes, die dat een bar slecht idee vinden.

“Doe eens normaal…”

“Dat kun jij helemaal niet!”

“Om iets fantastisch neer te kunnen zetten, moet je eerst weten wát je neer wilt zetten, lieve schat.”

“Je maakt jezelf belachelijk.”

“Wa witte gij nou?”

“Zeg, heb jij niks beters te doen ofzo?”

Undsoweiter.

Dus ja, een beetje “genie” zou ik best kunnen gebruiken. Vanuit de grond, de lucht, het water, of de heuvels hier – alive with the sound of music.

Het werk van Mozart mag dan wel als “hogere” kunst beschouwd worden: voor mij is Salzburg vooral de stad van Do-Re-Mi, Climb Every Mountain, Edelweiss en The Lonely Goaterd. (Undsoweiter.) En ik zou daar – om mezelf goed te praten – aan toe kunnen voegen dat de muziek van Mozart, in tegenstelling tot The Sound of Music, niet aan een plaats gebonden is. Maar dan doe ik mijn liefde voor én het geniale van die film tekort.

Climb every mountain,

Ford every stream,

Follow every rainbow,

‘Till you find your dream.

– uit “Climb Every Mountain”

I’ve always longed for adventure,

to do the things I’ve never dared.

Now here I am, facing adventure.

Then why am I so scared?

– uit “I Have Confidence”

Kitsch? Absoluut! Maar maakt dat het minder leuk? Minder inspirerend? Neuh… Het zou mij in elk geval niet verbazen als er over tweehonderd jaar nog steeds mensen zijn die op zijn minst één nummer van The Sound of Music kennen.

En natuurlijk zou ik mijn naam liever in een lijst zien staan tussen genieën zoals Mozart en Doppler, dan in een rijtje met opzichtige musicals…

Maar dát ik over tweehonderd jaar nog genoemd word, dat zou toch al geniaal zijn?