Bedwantsen 102: hoe houd je ze uit je eigen bed?

Wat is nóg vervelender dan op vakantie bedwantsen tegenkomen? Deze ongewenste souvenirs in je eigen huis aantreffen!

Ik kan het weten. De eerste bedwants die ik ooit zag, liep namelijk doodleuk bij mij thuis over het bureau. Toen ik in Polen woonde. En hij (of zij) bleek een hele familie te hebben.

Geen idee hoe ze bij ons terechtkwamen, maar wij zaten er ineens mee! Met als gevolg een heleboel jeuk, gedoe, paranoia en irritante maatregelen. Uiteindelijk – na een maandenlange strijd – kwamen wij als winnaars uit de bus. Maar toch. Ik wil dit nooit meer meemaken.

En aangezien ik niet van plan ben om nooit meer op reis te gaan, zit er maar één ding op.

Ervoor zorgen dat ze zich niet nog eens in mijn huis vestigen.

Zo houd je bed bugs uit je eigen bed

Voor het gemak heb ik deze informatie opgeknipt in drie delen: wat je kunt doen vóór je op vakantie gaat, tijdens je reis, en na afloop.

Lees ook “Bedwantsen 101: hoe herken je deze bee(s)tjes?“.

Voor

  • Neem goed afsluitbare plastic zakken mee. En – als je langer op reis gaat – ondergoed en nachtkleding die je op 60 graden kunt wassen.
  • Reis – indien mogelijk – met een harde koffer. Dat is (als je de koffer nooit geopend achterlaat) een onneembare vesting voor bedwantsen. In tegenstelling tot een koffer of backpack van stof.
  • Moet je toch met een zachte koffer of backpack op pad? Wees dan extra oplettend tijdens en na je vakantie! Of neem een grote vuilniszak mee, waar je de koffer/backpack in kunt doen als je op je kamer bent.

Tijdens

  • Hoe vervelend het ook klinkt: verdeel je kamer meteen in gevarenzones en veilige gebieden. Het bed is een gevarenzone, natuurlijk. Maar bedwantsen kunnen ook in andere zachte en poreuze materialen wegkruipen. In een bank bijvoorbeeld. Of in de onafgewerkte zijkant van een spaanplaat. (In Polen vond de ongediertebestrijder bedwantsenpoep in de achterkant van ons bureau. Ik bedoel maar.)
  • Check of de gevarenzones schoon zijn. Als je bedwantsen of verdachte donkere plekjes aantreft, of andere viezigheid, is dit hét moment om van locatie te wisselen.
  • Ziet het er schoon uit? Fijn! 😀 Maar om er zeker van te zijn dat je geen bedwantsen mee naar huis neemt, moet je het onderscheid tussen veilige en gevaarlijke zones blijven respecteren. (Sorry.)
De maatregelen waar wij ons thuis aan moesten houden om bedwantsen tegen te gaan
Zie hier een paar (!) van de maatregelen waar wij ons thuis aan moesten houden, om verdere verspreiding te voorkomen. In gebrekkig Engels. En heerlijk betuttelend. (“Don’t move bedbugs between beds.” O ja joh?!)
  • Houd zo veel mogelijk kleding en spullen uit de buurt van de gevarenzones. Zet bijvoorbeeld nooit een tas of (rug)zak op of pal naast een gevarenzone! Zelfs niet voor vijf seconden.
  • Ga ook niet zomaar op bed zitten. Als je toch in bed wil kruipen, trek dan eerst je nachtkleding aan. Of al je kleding uit, als dat je ding is, en je niet in een slaapzaal ligt. 😉
  • Zorg ervoor dat je koffer of backpack hoe dan ook een veilige zone blijft. (Dat scheelt me toch een boel kopzorgen!)
  • Moeten er kleren uit de gevarenzone gewassen worden? Of terug je koffer in? Stop ze dan in een aparte, goed afsluitbare plastic zak. Dat geldt uiteraard ook voor (zachte, poreuze) spullen.
  • Bedwantsen overleven een 60-gradenwas niet. Alles wat zo warm gewassen wordt, mag na afloop meteen oversteken naar de “veilige” kant.
Sinterklaasgedicht met een verwijzing naar onze bedwantsen-ellende
We ontdekten de bedwantsen in september. Op 5 december hield het onze gemoederen – en die van Sinterklaas – nog steeds bezig…
(Over dat zijden ondergoed schreef ik toen al een blogpost.)
  • Hef de gevarenzone(s) pas op als je na drie dagen nog steeds geen bedwantsen gespot hebt, of gebeten bent! Ze voeden zichzelf namelijk om de dag. Of nacht, eigenlijk. En het kan tot 24 uur duren voor een beet zichtbaar (en voelbaar) wordt.
  • Spot je na een tijdje toch bedwantsen(beten)? Shit… Probeer je hoofd koel te houden. Ga vooral niet met je beddengoed van hot naar her sjouwen! Dan maak je het die beestjes alleen maar makkelijker. Wat je wél moet doen: het personeel op de hoogte brengen. En besluiten of je je biezen pakt of niet.

Na

  • Als het goed is neem je nu een “veilige” koffer of backpack mee naar huis, met daarin één of meerdere zakken met “mogelijk gevaarlijk spul”. Het spreekt hopelijk voor zich dat je, eenmaal thuis, de inhoud van die zakken niet op je eigen bed moet gooien. 😉
  • Heb je zachte kleding/spullen uit de gevarenzones die je niet op 60 graden kunt wassen? Stop ze een paar dagen in de vriezer.
  • Of leg ze maandenlang op een warm plekje, in een hermetisch afgesloten plastic zak. (In een omgeving die koel is, maar niet ijskoud, kan het soms wel een jaar duren voor een bedwants het loodje legt.)

Zo. Op deze manier is de kans echt piepklein dat er bij thuiskomst stiekem een paar bedwantsen in je bed kruipen.

Het is een hoop tekst, maar eigenlijk valt het qua maatregelen best mee. Zeker als je het vergelijkt met wat je moet doen als ze je huis bezetten!

Toch bedwantsen in huis?

Vind je (desondanks) toch bedwantsen bij jou thuis, aarzel dan niet om de hulp van een gespecialiseerde ongediertebestrijder in te schakelen!

De eerste ongediertebestrijder die bij ons thuis kwam, kon nergens bedwantsen vinden, geloofde ons verhaal niet, en spoot vervolgens – “voor de zekerheid” – een halve tank met giftig gas leeg in onze kamer. De bedwantsen werden er pislink van en beten ons die nacht helemaal lek. En ik wil niet weten hoe schadelijk dat spul was voor onze eigen gezondheid.

De tweede man vond wél bedwantsenpoep, complimenteerde ons omdat we er vroeg bij waren, en had een hoop bruikbare (doch ietwat betuttelende) tips.

Ik hoop dat je nooit een ongediertebestrijder hoeft in te schakelen, maar als je het moet doen, doe het dan goed!

En voor nu: “Good night, sleep tight, and don’t let the bed bugs bite.”

(Wie dat ooit heeft verzonnen…)

Bedwantsen 101: hoe herken je deze bee(s)tjes?

Ik heb lang getwijfeld of ik hier iets zou schrijven over bedwantsen.

Wil ik mijn mooie, geliefde weblog serieus bevuilen met deze rotbeestjes? Die ik al twee keer in mijn leven ben tegengekomen – en da’s twee keer te veel?!

Maar het engeltje op mijn schouder bleef stug doorzagen. Over het risico op schuldgevoelens. Dat het zo vervelend is om achteraf te denken: “Tsja, ik had je kunnen waarschuwen.” En dat ik, door erover te zwijgen, die vervloekte bedwantsen eigenlijk ruim baan geef.

Ach ja. Na die andere dubieuze titel – expert in online daten – kan deze er ook nog wel bij.

Wat zijn bedwantsen?

Bedwantsen zijn bloedzuigende insecten. Ze worden hooguit 5 tot 6 mm lang en hebben een rode tot roodbruine kleur.

Bedwantsen gedijen overal waar mensen slapen. Hygiëne, of een gebrek daaraan, zegt bedwantsen niet zoveel. Net zomin als de prijs van een overnachting. (Ja, het risico op “besmetting” is groter in een hostel dan in een luxe hotel, maar alleen omdat daar op een jaar tijd meer reizigers passeren. Met backpacks in plaats van koffers. Maar daarover later meer.)

De beet van een bedwants doet geen pijn. Je kunt ’t niet voelen. Sommige mensen merken zelfs helemaal niets van de beten, ook niet na een tijdje. Mensen die gevoeliger zijn voor insectenbeten – that’s me – krijgen (veel) last van jeukende bultjes.

Oh, en nog één dingetje: in tegenstelling tot luizen en muggen, kunnen bedwantsen geen ziektes overbrengen. Maar da’s dan ook het enige positieve aan deze mormels.

Hoe herken je een bedwants(beet)?

Een volwassen bedwants is vrij makkelijk te herkennen, maar dat geldt niet voor de jongere nymfen. Die zijn soms zo klein dat je ze niet of nauwelijks kunt zien. Maar ook die baby-wantsjes bijten. (Bloody bastards!)

De verschillende groeistadia van bedwantsen
Volwassen bedwantsen zijn 5-6 mm groot. De jongste nymfen zijn dus niet groter dan een zandkorreltje. (Bron: bedbughunters.co.uk)

Verder herken je bedwantsen ook aan de donkere vlekjes die ze achterlaten, van bloed en bedwantsenpoep. Maar een kleine of beginnende plaag zul je op die manier niet gauw spotten. Vooral niet in een schoon ho(s)tel.

De tweede keer dat ik bedwantsen tegenkwam – in München – had ik van tevoren mijn matras geïnspecteerd. Dat doe ik altijd, sinds mijn eerste kennismaking met deze beestjes. Maar ik vond niks verdachts. En toch zat ik al snel onder de bultjes.

Hoe wist ik dat het wéér zover was? Waaraan herken je een bedwants-beet?

De eerste keer dacht ik dat ik last had van muggenbulten. Bedwantsen bijten echter op plekken waar een mug niet zo snel zal komen (zoals je benen, rug, en schouderbladen). En – let op – ze vormen paadjes.

Een bedwantsen-paadje op mijn knie, in München. (En ja, mijn benen zijn wit.)

Die paadjes vormen helaas de meest betrouwbare aanwijzing dat er bedwantsen in de buurt zijn. Het (vooraf!) spotten van bedwantsen of bloed-/poepvlekjes heeft uiteraard de voorkeur, maar dat lukt dus niet altijd.

“…Oftewel, ik kan op voorhand nooit zeker weten dat er GEEN bedwantsen in mijn ho(s)telkamer zitten?!”

Het spijt me, maar da’s precies wat ik je duidelijk probeer te maken. En daarom komen we nu bij dé cruciale vraag: “Hoe neem je bedwantsen NIET mee naar huis?”

Het antwoord op die vraag lezen jullie morgen, in Bedwantsen 102.

En daarna hou ik erover op. Brrr.

een collage van zes foto's die tonen waarom in je eentje reizen zo tof is

19 redenen waarom in je eentje reizen zo tof is

Hopelijk weet je al dat je niet vre-se-lijk moedig hoeft te zijn om alleen te reizen. En hoe je een solovakantie kunt regelen, en wat je daarvoor nodig hebt.

Ik heb het nog niet eerder uitgebreid over het waarom gehad. Over waarom in je eentje reizen nou zo leuk (en leerzaam, en bijzonder, en meer) is. En waarom ik er maar niet over uitgeschreven raak. 😉

Dus, bij deze.

Waarom in je eentje reizen zo tof is:

  1. Jij bepaalt hoe jouw solovakantie eruit ziet.
  2. Je mag alles zelf voorbereiden. Geen getouwtrek over wie de tickets en overnachtingen boekt!
  3. Geen stress door reisgenootjes die jou achter de vodden zitten, of die de boel vertragen. (Maar óók als je alleen reist is ’t aan te raden om een paar uur van tevoren op het vliegveld te zijn…)
  4. Je hoeft niet solidair te zijn met je reisgenoten. Als er nog maar één plekje vrij is bij het raam, en jij wil daar zitten, dan gá je daar zitten. Punt.
  5. Reizen is sowieso leuk, toch?
  6. Eenmaal onderweg heb je alle – ja, echt ALLE – tijd voor jezelf! 😀
  7. En waarschijnlijk heb je (daardoor) meer oog voor je omgeving. Reisgenoten vragen namelijk – bewust of onbewust – best veel aandacht.
  8. Bang dat je je eenzaam zult voelen? Da’s niet nodig! Als je in je eentje op vakantie bent, heb je eerder aanspraak van locals en andere reizigers dan wanneer je deel uitmaakt van een reisgezelschap.
  9. De kans dat je (op die manier) toffe mensen leert kennen is vrij groot.
  10. Als je zin hebt om spontaan je plannen te wijzigen, dan kan dat gewoon. Je hoeft dat met niemand te overleggen.
  11. Want jij bepaalt hoe je jouw vakantiedagen invult.
  12. En hoe laat je opstaat en naar bed gaat. Ben je om negen uur ’s avonds al compleet uitgeteld? Prima! Wil je tot half vijf ’s nachts naar de sterren kijken? Ook goed!
  13. Je bent niet alleen baas over je eigen agenda, maar ook over je eigen portemonnee. Geen gedoe met gezamenlijke potjes!
  14. Alleen reizen kost minder wachttijd. Geen oponthoud omdat je reisgenoot nog onder de douche staat. Of omdat hij/zij dit wil en jij dat. Of omdat er nog maar één plekje is in de boot, terwijl jullie met z’n tweeën zijn.
  15. Die tijd (plus extra) kun je doorbrengen met die toffe mensen waar ik het eerder over had. Pizza eten met iemand uit Zuid-Korea. Naar de Flohmarkt met een Braziliaanse. You name it.
  16. Je zou zelfs op date kunnen gaan! Twee avonden achter elkaar! En geen reisgenoot die daarover moppert. (“Zeg, ik ben er ook nog hoor.”)
  17. Als je juist behoefte hebt aan wat afzondering, dan is dat ook oké.
  18. Je leert er onwijs veel van. Niet alleen over de bestemming(en) en de mensen die je onderweg tegenkomt, maar vooral over jezelf.
  19. Bij terugkomst – maar eigenlijk al vanaf ’t moment dat je plannen definitief doorgaan – vind iedereen je ineens een stuk stoerder. Dat kan maar beter niet dé reden zijn om in je eentje op reis te gaan, maar ’t is een leuke bijkomstigheid. 😉

Welke reden spreekt jou het meest aan?

Lees ook: “Alleen op reis? Zo doe je dat!”

Vijf grappige feitjes over edelherten (en één over Bambi)

Vanaf morgen zit ik lekker een paar dagen op de Veluwe. Het huisje heeft geen WiFi en ligt zo afgelegen, dat er regelmatig edelherten in de tuin zouden verschijnen.

Dat lijkt me zo vet.

Mijn allereerste werkstukje ooit ging over edelherten. Naja, over Bambi, en ik heb altijd gedacht dat Bambi een edelhert is. Niet zozeer vanwege Bambi zelf, trouwens. Vanwege zijn vader. De Prins.

Maar blijkbaar is Disney’s Bambi gebaseerd op twee verschillende herten, en niet één daarvan is het edelhert.

…WTF?!

Maar goed. Voor een Nederlands meisje is “Bambi, het edelhert” volkomen logisch. In Amerika – however – komt het edelhert van nature niet voor, en de Engelse naam (red deer) klinkt lang niet zo koninklijk.

Random Act of Kindness: Ga op zoek naar grappige feitjes over een dier waar je nog niet veel vanaf weet.

Terug naar het edelhert. Welke grappige feitjes heb ik verder nog ontdekt?

  • De wetenschappelijke naam is cervus elaphus, wat zoveel betekent als “gehoornd hert”. Hoe lang zou Linnaeus daarover nagedacht hebben?
  • Het gewei van een edelhert is gemiddeld zo’n 70 centimeter lang, en weegt tussen de vier en tien(!) kilo.
  • De vorm van een gewei is genetisch bepaald en dus even uniek als een vingerafdruk.
  • In de paartijd raken de actiefste mannelijke edelherten behoorlijk uitgeput. Zij verliezen door het vele paren, vechten en burlen (zie volgende punt), in combinatie met weinig eten, soms wel 30 procent van hun lichaamsgewicht. Vermoeid en vermagerd vallen ze in de periode daarna makkelijk ten prooi aan roofdieren. (“Maarrrr ik heb me voortgeplant…”)
  • Tsja, dat burlen. Het klinkt als keihard hijgen en boeren tegelijkertijd. Edelhert-mannetjes doen het om vrouwtjes aan te trekken en concurrenten af te schrikken. (Vooral dat laatste, denk ik.) Sommige mensen doen het omdat je er Nederlands kampioen in kunt worden.

Ik hoop nog steeds dat ik dit weekend een edelhert van dichtbij te zien krijg. Al ben ik héél blij dat het nu geen bronsttijd is.

Wakker worden van een burlend hert onder m’n raam? No, thank you.

Foto: “Young Red Deer Stag” door The Wasp Factory, licentie CC BY-NC-SA 2.0

Uitzicht over Berlijn

Hoe regel ik een solovakantie?

Wil jij volgend jaar in je eentje op reis? En heb je (bijna) alle benodigdheden in huis? Dan wordt het misschien tijd voor de volgende stap. Oftewel: “Hoe regel ik een solovakantie?”

STAP 1 – Oriënteren 

Ga, om te beginnen, op zoek naar de mogelijkheden. Waar wil (en kun) je naartoe? Welke eisen en wensen heb je nog meer? En hoeveel tijd en geld gaat dat kosten?

Het kan zijn dat je nog niet op al die vragen een antwoord hebt. Dat geeft niet. Die antwoorden kun je vinden door ze te zoeken. 😉

Zelfs als je nu nog niet genoeg geld of tijd hebt voor een solovakantie, kun je aan deze stap beginnen. Een beetje research vooraf kan geen kwaad, toch? (Ook als er helemaal geen reis in het verschiet ligt, kan ik mezelf uuuuuuuuren vermaken op websites zoals Rome2Rio en Bahn.de.)

Er zijn gigantisch veel manieren om op ideeën te komen voor een (solo) vakantie. Hieronder een kleine, persoonlijke selectie.

Bestemmingen

  • Landkaarten – Leuk om bij weg te dromen, handig om te ontdekken welke bestemmingen er op een bepaalde route liggen. Meestal gebruik ik Google Maps.
  • Televisieprogramma’s, tijdschriften, reisgidsen – Duik in de archieven van of laat je verrassen door (bijvoorbeeld) 3 op reis, Columbus Magazine en Lonely Planet.
  • Mond-tot-mondreclame – Wat raden je vrienden aan? Waar zijn zij al eens geweest? (Of bekijk de bestemmingen waar ik ooit iets over geschreven heb.)
  • Goedkope deals – Je kunt je keuze natuurlijk ook laten afhangen van leuke aanbiedingen op de websites die hieronder staan.

Onderdak

  • Booking.com – Je vindt hier een gigagroot aanbod van ho(s)tels en appartementen, in allerlei prijscategorieën.
  • Hostelbookers – Hier ligt de nadruk (uiteraard) op hostels. Heeft ook een leuke weblog waar je inspiratie vandaan kunt halen.
  • Airbnb – Voor als je graag een kamer bij iemand in huis huurt, of een heel appartement voor jezelf alleen wilt hebben.
  • Couchsurfing – Regel hier een gratis overnachting bij een local op de (slaap)bank.

Vervoer

  • Rome2Rio – Een website met de vraag “Hoe kom ik van A naar B?” als specialiteit.
  • Interrail – Ik hou van treinreizen, dus deze website mag niet ontbreken. Vooral de spoorwegkaart van Europa is erg fijn.
  • Skyscanner – Als je bij ‘Naar:’ voor ‘overal’ kiest, en bij ‘Vertrek:’ voor ‘goedkoopste maand’, weet je meteen wanneer je voor een spotprijs ergens naartoe kunt vliegen.
  • BlaBlaCar – Misschien kun je met iemand meerijden? Liften, maar dan veiliger en tegen een (kleine) vergoeding.

STAP 2 – Plannen

Heb je één of meerdere leuke bestemmingen gevonden? Weet je hoe je daar kunt komen? En past het plan (waarschijnlijk) binnen je budget?

Dan wordt het tijd om een agenda tevoorschijn te halen. 😀

Bij een “eenvoudige” vakantie – denk: een weekendje Gent – kun je deze stap best samenvoegen met Stap 3. Bestaat je reis uit meerdere vervoerstickets en accommodaties, dan kan het geen kwaad om – vóórdat je iets boekt – alles eerst even op een rijtje te zetten.

Wat kosten de vervoerstickets op de dagen die jij voor ogen hebt? Kun je op die dagen überhaupt makkelijk van A naar B komen? (Niet alle vluchten gaan zeven dagen per week…) Heb je genoeg tijd om over te stappen? Welk hostel spreekt je het meest aan, en is daar nog een bed vrij? …?

Je kunt deze stap zo groot of klein maken als je zelf wilt. Maar probeer niet méér te plannen dan nodig is om de knoop door te (durven) hakken.

Tips

  • Als ik alleen reis, vind ik het fijn om minstens drie nachten op één plek te blijven.
  • Ik kies bijna altijd voor hostels met een gedeelde keuken. Wel zo goedkoop, wel zo gezellig. En minstens zo belangrijk: de beoordelingen. Als die minstens een 8 (of vier van de vijf sterren) opleveren, weet ik dat het goed zit.
  • Misschien kun je gebruik maken van een combinatieticket? Denk aan de Spoordeelwinkel voor een weekendje weg in Nederland, of een Interrail-pas voor treinreizen in Europa. (Vandaag en morgen geven ze 15% korting op de meeste passen. Een internationale pas voor 5 dagen treinen binnen 15 dagen heb je nu al vanaf 177 euro!)
  • ’s Nachts reizen is een handige manier om geld en tijd te besparen, maar zo’n (slapeloze) rit of vlucht kan er stevig inhakken… Heb je dat ervoor over?
  • Tijdens het plannen maak ik alvast een schatting van de totaalprijs, inclusief een ‘daily budget‘ voor eten, uitstapjes, enzovoorts. Zo probeer ik te voorkomen dat de reis uiteindelijk veel duurder uitvalt dan gepland.

STAP 3 – Boeken

Dit is waarschijnlijk de spannendste, maar ook (na zoveel voorbereiding) veruit de makkelijkste stap.

Wanneer wordt het tijd om te gaan boeken?

Hoe langer je wacht, hoe langer je de plannen nog kunt wijzigen. Misschien blijkt het weer op het allerlaatste moment zwaar tegen te vallen, en komt er nog een fantastische last minute voorbij.

Vroeg boeken is over het algemeen voordeliger voor je portemonnee, en je hebt minder kans dat de leukste plekken al volgeboekt zijn.

Het is dus maar net waar jij (en jouw portemonnee) de voorkeur aan geeft.

En je hoeft niet alles in één keer te boeken. Voor mijn reis naar Albanië en terug kocht ik eerst de bus- en treintickets. De overnachtingen regelde ik pas weken later.

In principe is 1-2-3 de volgorde, oftewel ‘oriënteren – plannen – boeken’, maar af en toe één of twee stappen terugzetten kan dus best. Als die reis er maar op vooruitgaat, jatochnietdan?

Zo regel ik een solovakantie. Welke tips zou jij hier nog aan toe willen voegen?

Wat heb je nodig als je solo gaat reizen? Deze vier ingrediënten!

Oké, hopelijk weet je nu dat je geen durfal hoeft te zijn om in je eentje op vakantie te gaan. Maar wat heb je wél nodig als je solo gaat reizen?

1. Geld

Du-uh. Ik hoef je vast niet uit te leggen dat je geld nodig hebt als je (alleen) gaat reizen.

Hoeveel geld? Dat mag je zelf weten.

Één ding weet ik zeker. Je hoeft niet rijk te zijn om solo op vakantie te kunnen.

Het ligt er maar net aan wat voor reis je wil maken, en welke eisen je daaraan stelt. Ga je voor een snelle hap, of voor een verfijnde creatie?

Websites zoals Rome2rio en Booking.com, en reisgidsen zoals die van Lonely Planet, kunnen niet alleen helpen bij het uitstippelen van je reis. Ze geven daar meteen ook een realistisch prijskaartje bij.

(Meer informatie nodig? In deze blogpost vind je alleen de noodzakelijke ingrediënten – “Wat heb je nodig als je solo gaat reizen?”. Later deze maand geef ik jullie ook de bereidingswijze. Als je alle benodigdheden kunt afvinken, hoe maak je daar dan een leuk solo-avontuur van?)

2. Tijd

Je vraagt je misschien af waarom ik tijd en geld hier niet op één hoop gooi. “Time = money”, toch?

Niet als het over reizen gaat.

Misschien zwem je in het geld, maar kom je vanwege een fulltime baan en andere verplichtingen nauwelijks aan vakantie toe.

Andersom kan ook. Dat je zeeën van tijd hebt, maar nauwelijks geld.

Deze twee totaal verschillende situaties leveren waarschijnlijk twee totaal verschillende solovakanties op. (Een superdeluxe weekendje weg versus een zo lang en zo goedkoop mogelijke reis, stel ik me zo voor.)

Dus geld en tijd zijn hier twee aparte eenheden, en je hebt het allebei nodig. Maar zelfs met een snufje geld en een snufje tijd, kun je in je eentje op reis.

Een ander adagium is hier namelijk wél van toepassing: “waar een wil is = een weg”.

3. Zin

Dat brengt me bij het volgende punt: je moet weg willen. Je moet er trek in hebben.

Misschien heb je al een reis in gedachten. Weet je al precies waar je heen wilt, en hoe. “Ik wil Slovenië en Kroatië ontdekken, liefst per trein, en ik wil sowieso de zee zien.” Dat idee.

Of je loopt rond met de vage wens om er eens in je eentje op uit te trekken. Dat kan ook. (Ik kan het weten, want “rondlopen met een vage wens” was jarenlang mijn status quo.)

Het maakt eigenlijk niet uit hoe concreet je plannen al zijn. Met geld, tijd en een flinke dosis goesting ben je er namelijk bijna.

Om een jarenlange status quo te voorkomen, heb je dan nog maar één ding nodig.

4. Moed

Je kunt nog zoveel geld, tijd en zin hebben, maar als je er niet aan durft te beginnen… Dan wordt het lastig.

Nogmaals, je hoeft echt geen superheld te zijn. Maar een beetje lef heb je wel nodig als je solo gaat reizen.

Dat betekent niet dat je het niet spannend mag vinden.

Sterker nog: het zal altijd spannend blijven. De kunst is om nét zeker genoeg te zijn van je zaak. Een beetje zoals wanneer je een kom slagroom omdraait, om te testen of het stijf genoeg is.

Vergeet niet dat jij degene bent die solo op vakantie gaat, en dat jij dus mag bepalen wat er op het menu staat.

Als je – met behulp van wat geld en tijd – een reis kunt samenstellen waar je (ondanks wat zenuwen) graag aan begint, dan heb je alles in huis voor een geslaagd avontuur. Meer heb je niet nodig als je solo gaat reizen.

Valt best mee, toch? 🙂

Hoe je van deze vier ingrediënten een lekkere vakantie maakt? Dat lees je hier *klik*.

“De leukste date- en reisverhalen”: waar dapperheid goed voor kan zijn

In het afscheidsboekje van mijn traineeprogramma staat welgeteld één quote over mij.

Over Wendy: “Ze is meestal rustig, maar heeft de leukste date- en reisverhalen”

Ik vind alles mooi aan deze quote. Het woordje “meestal”. De opmerking dat mijn date- en reisverhalen het leukst zijn. En dat ik blijkbaar, ondanks m’n kalme en onopvallende aanwezigheid, toch iets persoonlijks heb bijgedragen.

En niet alleen iets persoonlijks, maar ook iets dappers.

Want zowel daten als (solo)reizen waren lange tijd een absolute “no go” voor mij. Ik wou wel, maar ik geloofde dat het niet voor mij was weggelegd. Dat het gedoemd was te mislukken. Dat ik gegarandeerd af zou gaan, en dat niemand geïnteresseerd zou zijn.

Zo dacht ik pak-‘m-beet zes jaar geleden. Sindsdien heb ik heel wat kleine, doenlijke stappen gezet.

En dat levert dus de leukste date- en reisverhalen op. 😀

Die wetenschap is sowieso fijn, maar het maakt het reizen en daten ook een stuk makkelijker. Omdat ik nu kan denken: “Ach, stel dat het mislukt, dan heb ik in elk geval weer een mooi verhaal.”

Wat niet wil zeggen dát het altijd mislukt.

Ja, er zaten een paar rampzalige mannen en reisdagen tussen. Maar daar staat veel moois tegenover.

Als iemand mij zes jaar geleden had verteld dat ik ooit eens – op reis(!) – zou daten met een jongeman die aardig lijkt op een mix van Eddie Vedder en Johnny Depp, in hun fysieke hoogtijdagen…

Een combinatie van die twee spetters, maar dan met rossig haar en een bril… (Wat voor mij twee pluspunten zijn, want ik hou van mannen met rossig haar en een bril.)

Zes jaar geleden had ik die persoon vierkant uitgelachen. Voor gek verklaard. “Ja hoor, maak dat de kat wijs.”

En nu?

Nu vind ik het jammer dat er geen “en ze leefden nog lang en gelukkig” aan vastkleeft.

Maar het voelt vooral alsof ik onverwachts een prijs gewonnen heb. Een leuke beloning voor mezelf, voor dapperheid, en voor één van mijn leukste date- én reisverhalen tot nu toe.

Een jonge vrouw staat voor een muur en kijkt naar een ballon, die ze aan een touwtje vast heeft. Ze ziet er verlegen en rustig uit; niet als een durfal.

Je hoeft geen durfal te zijn om alleen te reizen

Sommige mensen denken dat het vre-se-lijk veel moed vereist om alleen te reizen.

Zij hebben het mis.

Waarom? Omdat ik nu drie soloreizen gemaakt heb, en ik ben GEEN durfal.

Ik wou dat ik dat was. Ik wou dat ik kon zeggen dat ik een waaghals ben. Een avontuurlijke piraat. Een fortuinzoeker, dapperder dan honderd mannen.

Maar ik ben dat niet.

Durfallen durven alles (du-uh), reizen overal naartoe en overschaduwen iedereen.

Ik, daarentegen, ben nog nooit in mijn eentje buiten Europa geweest. Horrorfilms, troebel water en telefoongesprekken zijn maar een greep uit de dingen waar ik – op zijn minst – nerveus van word. En ik volg momenteel therapie omdat ik mij te veel laat overschaduwen.

En toch. Toch ben ik ook een enthousiaste soloreiziger.

Daarom zeggen vrienden en familieleden zo nu en dan dat ik dapper ben.

Ik ga dat niet ontkennen. 🙂

Er is echter een verschil tussen dapper zijn en een durfal zijn. Tussen moedig genoeg zijn om alleen te reizen en zo heldhaftig zijn dat je leven op een actiefilm lijkt.

Ik geloof dat dapper zijn binnen handbereik is. Letterlijk. Voor iedereen.

Dapper zijn betekent iets doen dat eng klinkt, maar te doen is.

Merk op dat het werkwoord “doen” twee keer voorkomt in de laatste zin. Doen is de sleutel. Geen heldendom. Geen speciale superkrachten. Doen.

Als je in je eentje op reis wilt, doe het dan. Maak het doenlijk.

Je hoeft niet meteen een wereldreis van een jaar te boeken. Begin gewoon zo klein of groot als je wilt (en kunt).

Dus… Waar wil je naartoe?

P.S .: Meer informatie / inspiratie nodig? Lees dan:

Foto: “Soaring Thoughts” door EladeManu, licentie CC BY 2.0

Reisschema en tips: 32-daagse reis naar Albanië en terug [deel 2]

In deel 1 van mijn reisbeschrijving kon je lezen hoe ik over land naar Belgrado reisde. Bij deze het verdere verloop van die 32-daagse reis: van Belgrado via Skopje (Macedonië) en Vlorë (Albanië) terug naar Nederland, met tussenstops in Ljubljana, Salzburg en Frankfurt am Main.

Dag 11 t/m 14

Skopje

Hoe?

Hoewel er een (nacht)trein rijdt tussen Belgrado en Skopje, gaf ik hier de voorkeur aan een busrit. De trein doet er ruim tien uur over en kost 34 euro, met Flixbus ben je 22 euro kwijt en binnen zeven uur in Skopje. Tel uit je winst.

Waar?

In Skopje logeerde ik bij mijn beste vriendin. Veel meer dan een verwijzing naar websites zoals Booking.com en Airbnb kan ik hier dus niet geven…

Tips?

  • Loop zeker even over de oude bazaar, de Stenen Brug en het Macedonië-plein, waar Alexander de Grote – of, zoals ze hier zeggen, “Aleksander Makedonski” – hoog boven iedereen uittorent.
  • De berg Vodno biedt een mooi uitzicht over de stad, en een verkoelend briesje op dagen dat het “beneden” haast niet uit te houden is… Je hoeft de berg niet zelf te beklimmen: er loopt een kabelbaan naar het kruis (Millennium Cross) op de top. Dit kruis geeft ’s nachts trouwens licht – wat mega kitsch aandoet, maar daardoor is het óók 24 uur per dag een handig oriëntatiepunt in de stad.
  • Ga lekker uit eten. Gewoon, ergens. Ik heb nog niet kunnen ontdekken welk restaurant het beste is, maar waar ik ook at: het smaakte goed!

Dag 15 t/m 19

Vlorë (en Karaburun)

Hoe?

Bustickets van Skopje naar Vlorë in Albanië (en terug) zijn niet online te koop. Je moet ze op het busstation van Skopje of telefonisch zien te bemachtigen. Inderdaad ja, “zien te bemachtigen”… Dit deel van de reis raad ik soloreizigers (en vooral soloreizigSTers) NIET aan, tenzij je een Macedonisch- of Albanisch-sprekende reisgenoot kunt vinden.

De busmaatschappij had ons ervan verzekerd dat we een paar dagen van tevoren nog tickets konden boeken, maar toen puntje bij paaltje kwam bleek de hele bus al vol te zitten, waardoor wij pas een dag later konden vertrekken. Een ticket kostte 40 euro voor een retourtje (per persoon), en daarvoor kregen we twee helse busritten die allebei ongeveer 9 uur duurden. Eentje van 21 uur ’s avonds tot 6 uur de volgende ochtend – waardoor we op tijd waren voor een zonsopkomst aan zee (dat dan weer wel… ) – en de terugrit van 19 uur tot 4 uur ’s morgens.

Neem van mij aan: dit wil je niet. Althans, niet op deze manier.

Waar?

Wat je ook niet wilt: vooraf een kamer boeken én betalen, en dan bij aankomst horen dat er geen plek is. Het geld zou de eigenaar zo snel mogelijk terugstorten, beloofde hij, maar die belofte bleek uiteindelijk niets waard te zijn. (Op mijn laatste betalingsverzoek reageerde hij onder andere met I have more of what you have en you were not and you will not be able to be our hotel guest… Alsof ik dat nog zou willen!)

Gelukkig heeft Airbnb wél verstand van klantvriendelijkheid. Het geld van de boeking heb ik teruggekregen en – nog mooier – de accommodatie van onze “vriend” is uit hun bestand verwijderd. (Al kun je zijn hotel, aan de Rruga Avdul Shara, nog wel boeken via andere kanalen…)

Niet ver daarvandaan vonden we trouwens Hotel Erjuma, waar ze gelukkig wél heel vriendelijk waren en plaats voor ons hadden (voor vier nachten à €30,- per nacht).

Tips?

  • Het strand van Vlorë zelf is een tikje grijs, maar niet getreurd: voor een paar tientjes word je per boot naar mooiere stranden en een kristalheldere zee gebracht – bijvoorbeeld bij het schiereiland Karaburun (zie foto hierboven).
  • Ter hoogte van de DejaVu Lounge staat een uitkijkpost op het strand die heel wat bescherming biedt tegen de felle zon. Een prima hang out voor wie geen geld wil besteden aan ligbedden met parasol…
  • Ik denk dat Vlorë een prima vakantiebestemming is voor (jonge) gezinnen en ouderen. Voor een bruisend nachtleven kun je beter een andere bestemming opzoeken.

Dag 20 t/m 23

Na vier nachten Vlöre keerden we terug naar Skopje. Daar heb ik nog een paar nachten gelogeerd, en toen was het tijd om (in mijn eentje) door te reizen naar Ljubljana.

Dag 24 t/m 26

Ljubljana

Hoe?

Voor 3190 Macedonische denars – ongeveer 52 euro – koop je op het station van Skopje een ticket naar Ljubljana, bij busmaatschappij Radika. (Online boeken niet mogelijk.) De bus vertrekt om 15:30 uur en arriveert de volgende ochtend rond 06:45 uur in Ljubljana. Dat duurt vreselijk lang en ik weet dus niet zeker of ik het nog eens zou doen, maarrrr ik vond deze rit hoe dan ook minder vervelend dan het retourtje Albanië. (Voor zonsondergang valt er genoeg te zien onderweg, en één van de buschauffeurs sprak Engels.)

Waar?

Ik overnachtte in het Fluxus Hostel. Prima plek, behalve dan dat de verhouding tussen het aantal wc’s (1), douches (1) en bedden (14) nóg schever was dan in Belgrado… Voor twee nachten betaalde ik 44 euro.

Tips?

  • Op zonnige dagen is bijna niets zo leuk als zomaar een beetje ronddwalen door deze stad. Ljubljana is een kleine stad waar een rivier doorheen stroomt, en ook het kasteel van Ljubljana vormt een handig baken. Dat maakt dat je hier niet snel compleet verloren zult lopen. Trek je (stoute) wandelschoenen aan en zie maar waar je uitkomt.
  • Je bent hier in de buurt van Italië, en dat betekent: gelato! 😀 Bij ijssalon Cacao hadden ze onder andere de heerlijke combi van pure chocolade met frambozen, en bij Zvezda Café heb ik ook een mindblowing lekker ijsje besteld – zo lekker dat ik me nu niet meer kan herinneren welke smaak het precies had…
  • Voor een welverdiend ontbijt kan ik Le Petit Cafe van harte aanbevelen. (Je zou er bijna een 15-uur durende busrit door vergeten…)

Dag 26 t/m 29

Salzburg

Hoe?

Met de trein! Op de website van de ÖBB (Österreichische Bundesbahnen – oftewel de NS van Oostenrijk) kocht ik een ticket met zitplaatsreservering, voor 37 euro. De trein vertrekt om 09:23 uur uit Ljubljana en komt om 13:48 uur aan in Salzburg.

Enneh, een zitplaatsreservering (apart bij te boeken) kan eigenlijk nooit kwaad, maar in deze trein al helemaal niet. Een deel van de trein rijdt namelijk niet verder dan Villach, dus als je een zitplaats reserveert heb je meteen een plekje in het deel van de trein dat wél doorrijdt naar Salzburg.

Waar?

Het Sishaus View at Mozarts Hostel bevindt zich in een monumentaal pand in hartje Salzburg. Het voordeel daaraan is dat het hostel een charmante (onlogische) “kruip-door-sluip-door” indeling heeft. Het nadeel daaraan is dat het niet alle gemakken heeft van een modern hostel, zoals nachtkastjes voor de mensen die bovenin een stapelbed slapen. Ook heeft het hostel geen gedeelde keuken, maar een ontbijtbuffet (of lunchpakket) is bij de prijs inbegrepen.

Voor drie nachten – inclusief ontbijt – betaalde ik €117,-.

Tips?

  • Het DomQuartier van Salzburg lijkt één museum, maar het zijn er eigenlijk vijf. Dikke, vette aanrader – al wil je na afloop waarschijnlijk snel terug naar je ho(s)tel. “Genoeg kunst (en geslenter) voor vandaag!”
  • In Salzburg kun je bijna overal Mozartkugeln kopen. Dat viel me pas op toen een Italiaanse vriendin erover begon. Ik móést deze bonbonnetjes proeven, en ik begrijp nu waarom. In het Italiaans noemen ze Mozartkugeln trouwens Palle di Mozart (“ballen van Mozart”)… Typisch. 😉
  • Bezoek het kasteel Hohensalzburg, te voet. Een behoorlijke klim voor mensen uit een “pannenkoeklandje”, maar dat maakt de ervaring juist leuk – om van de euforie als je eenmaal bovenop de uitkijktoren staat, nog maar te zwijgen.

Dag 29 t/m 32

Hoe?

Ook tussen Salzburg en Frankfurt am Main rijdt een directe trein. Voor €34,40 kocht ik een ticket (met zitplaatsreservering) op de website van Deutsche Bahn – goedkoper dan via ÖBB. Vertrek om 10:00 uur, aankomst om 15:40 uur.

Waar?

Omdat ik vooraf eigenlijk niets wist over Frankfurt, boekte ik onbewust een hostel (Five Elements) middenin de beruchte rosse buurt van de stad. En dat bleek heel tof en veilig te zijn, al kan ik me goed voorstellen dat niet iedereen daar rustig zou kunnen slapen… De prijs-kwaliteitverhouding is (waarschijnlijk juist vanwege de locatie) in orde – €95,97 voor drie nachten – en als je 3 nachten of langer blijft is het ontbijt bij de prijs inbegrepen.

Tips?

  • De Frankfurt Free Alternative Walking Tour brengt je langs allerlei interessante plekken in de stad, en begint – hoe handig – één kruispunt verwijderd van het Five Elements Hostel.
  • In het Bahnhofsviertel (oftewel de rosse buurt) kun je op een aantal plekken prima eten: hamburgers bij Good Guys, Indiaas bij eatDOORi en sushi bij Sushiedo.
  • Loop zeker even door de Neue Altstadt (het oude, onlangs gerenoveerde stadshart) en langs de Mainkai, de kade van de Main. Vanaf de zuidkant heb je een mooi zicht op de skyline van Mainhattan”.

Dag 32

“Tijd om dag te zeggen!” Er rijdt een trein van Frankfurt Hauptbahnhof naar Amsterdam. Ik stapte in Arnhem over op een trein richting Breda. Al met al duurde deze laatste rit ongeveer vijf uur, inclusief een half uur overstaptijd. Ook dit ticket kocht ik via bahn.de, en het kostte €64,40.


Zo, dat was het wel zo’n beetje. 🙂

Al met al was ik (maar) €385,10 kwijt aan trein- en bustickets – tickets voor korte ritjes binnen de steden niet meegerekend – en ongeveer €580,00 aan overnachtingen. Niet veel voor een reis van 32 dagen! Daarbovenop had ik een budget van maximaal €35,- per dag ingesteld, om van te eten en leuke dingen van te doen. Op bijna alle dagen – minus twee – ben ik (ruim!) binnen dat budget gebleven, en op die twee dagen heb ik dat bedrag niet gigantisch overschreden. Tel daar nog wat souvenirs en cadeautjes bij op… Ik heb het niet héél precies bijgehouden maar ik weet zeker dat ik binnen de €2.000,- gebleven ben, all inclusive.

Nog vragen? Stel ze gerust!