Wat is mijn grootste valkuil? [25 vragen in 52 weken, deel 4]

Vandaag, in de ’25 vragen’-serie, het antwoord op de vraag “Wat is mijn grootste valkuil?”.

Wéér geen leuke vraag om te beantwoorden. Maar als het lot vindt dat ik het deze keer over mijn “favoriete” valkuil moet hebben… Dan bewaren we de lekkere dingen gewoon voor later. 🙂

En eigenlijk sluit het best mooi aan op de vraag wat me boos of verdrietig maakt.

Want toen had ik het al even over mijn “allergieën”. Eigenschappen (van andere mensen) die mij flink irriteren.

Het tegenovergestelde van die allergieën zijn mijn zogeheten kernkwaliteiten. En mijn valkuilen zijn dan weer het “teveel” van die kwaliteiten.

Elk nadeel heb dus echt z’n voordeel. En andersom.

(Benieuwd hoe dit systeem werkt? Op de website van Carrièretijger vind je meer informatie over kernkwadranten. Naast je kwaliteiten, valkuilen en allergieën kun je daarmee ook inzicht krijgen in je persoonlijke uitdagingen.)

Een tabel met vier vakken. Rechtsboven mijn grootste valkuil: teveel nadenken. Daarnaast mijn kernkwaliteit: goed kunnen nadenken. In de onderste twee vakken de bijbehorende uitdaging (minder nadenken en meer doen / voelen / praktisch handelen) en allergie (dingen doen of zeggen zonder daarbij na te denken).
Mijn grootste valkuil (teveel nadenken) is het “teveel” van een kernkwaliteit. Bij die valkuil hoort ook een uitdaging (meer voelen & handelen) en een allergie (hersenloos, onverantwoord gedrag). Alle rechten voorbehouden.

Die pientere bovenkamer van mij is dus zowel een zegen als een vloek.

Verstrooide professor? Check! Te lang en te veel over dingen nadenken? Check! Meer met het verleden en de toekomst bezig zijn, dan met het (praktische) hier en nu? Dubbel check!

Afijn. Het is natuurlijk handig om je valkuilen te kennen. Maar het is nóg handiger als je die weet te omzeilen.

Door middel van meditatie-oefeningen probeer ik me meer bewust te worden van dat vele nadenken. Met de nadruk op “probeer“, want het valt nog niet mee. Mijn verstand is namelijk zó gewend om het woord te voeren, dat zij (zij? hij? het?) het ronduit gruwelijk vindt om ineens in de gaten gehouden te worden.

Met als gevolg dat ik mezelf al snel voor gek verklaar – “Mens, doe normaal!” – maar ook dat is een gedachte. Een oordeel van mijn verstand.

En zo leer ik haar verraderlijke trucjes steeds beter kennen. Maar of die valkuil al iets kleiner wordt… Dat weet ik niet.

Wat is jouw grootste valkuil? En hoe ga je daarmee om?

De volgende keer: “Waar ben ik het meest trots op?”
En twee weken geleden: “Wat maakt me boos of verdrietig?”

een foto die ik nam vanuit een treintje op de MerwedeLingelijn.

MerwedeLinge-pijn

Over de MerwedeLingelijn – tussen Dordrecht en Geldermalsen – rijden nog precies dezelfde rood-witte treintjes als een jaar geleden.

De stoelen staan nog steeds net iets te dicht op elkaar, en die subtiele rokerslucht is ook niet verdwenen. Het enige opvallende verschil is dat de treindienst nu niet meer van Arriva is, maar van Qbuzz.

Hoe moet je dat eigenlijk uitspreken? Kubus? Kjoebas? Kwibus? Ik hoop dat laatste.

Maar goed. Voor de buitenwereld is er op een paar jaar tijd nauwelijks iets veranderd aan deze spoorlijn.

Voor mij is de MerwedeLingelijn het spoor naar P.

P, die op station Gorinchem stond te wachten, terwijl ik ongeduldig in de trein zat en wenste dat de Spurt waar ik in zat zijn naam eer aan zou doen. (Waarom heeft Hardinxveld-Giessendam in godsnaam drie stations nodig?!)

Het station van Gorinchem, aan de MerwedeLingelijn.

Toen P zei dat ‘ie van mij hield, geloofde ik dat. Ik had niet de neiging om die mededeling weg te lachen, of keihard te gaan gillen. Nee, het was oké. Voor de allereerste keer in mijn leven was het oké.

Ook al wist ik dat er iets niet klopte.

Ik wist zeker dat hij het meende, maar ik wist óók zeker dat hij (zwaar) depressief was. En ik wist dat je eerst van jezelf moet houden, voordat iemand anders van je kan houden.

Die drie dingen kreeg ik niet met elkaar gerijmd. “Hoe kan het dat ik iemand leuk vind die zichzelf niet leuk vindt?”

Pas maanden later, toen we er al lang een punt achter gezet hadden, vond ik het antwoord op die vraag. Althans, ik denk dat ik het gevonden heb.

Ik denk dat ik van P begon te houden omdat ik niet van mezelf hield.

Min keer min is plus.

Voor een relatie is dat natuurlijk geen gezonde uitgangspositie, en we zijn dan ook maar eventjes samen geweest.

Maar in die korte tijd, en in de periode daarna, slingerde ik zo hard heen en weer tussen hoop en wanhoop dat ik uiteindelijk geen reserves meer over had. En mijn eigen realiteit wel onder ogen moest zien.

Voor mij is de MerwedeLingelijn dus helemaal niet van kwibus, maar van P.

Niet dat ik hem mis, of dat ik hem terug wil.

Maar elke keer als ik in de buurt van zijn woonplaats kom, hoop ik vanuit de grond van mijn hart dat het ook met hem wat beter gaat. Al vrees ik van niet.

Je afvragen hoe het met je ex gaat, kan al best lastig zijn. Je serieus afvragen of hij nog leeft… Da’s een ander level.

Ceci n’est pas ma vie

Ik heb logische wensen, en onlogische wensen.

Logische wens: een leuke baan vinden. Een wereldreis maken. Eindelijk het volgende seizoen van Peaky Blinders kunnen bekijken. Dat soort zaken.

Onlogische wens: een paar Louboutins hebben.

Waarom is dat onlogisch? Omdat ik helemaal niet kan lopen op naaldhakken. Of graag tien centimeter bij mijn huidige lengte op zou willen tellen. (Op hakken van zeven centimeter voel ik me al reusachtig groot.)

Een tekening van een pump, de Pigalle Follies Patent van Louboutin. Daaronder de woorden "ceci n'est pas un escarpin".
“Ceci n’est pas un escarpin”: dit is geen pump. Het is een tekening van een pump, die te duur is om in mijn kast te hebben staan. Alle rechten voorbehouden.

Daarbij draag ik überhaupt geen dure merken, tenzij het tweedehands is, of een duurzaam / fairtrade merk. En zelfs dan zit er een bovengrens aan wat het mag kosten. (De tassen van Matt & Nat vind ik bijvoorbeeld nog best oké geprijsd, maar ik kan me niet voorstellen dat ik ooit het dubbele zou neertellen. Voor een tas.)

Dus is het op z’n zachtst gezegd onlogisch dat ik al jarenlang een paar véél te hoge, véél te dure, véél te wiebelige naaldhakken wil hebben.

…Misschien doet die vuurrode zool een beroep op mijn oerbrein?

Hoe dan ook, ik fantaseer graag over het leven dat ik zou leiden met Louboutins in m’n kast. Of beter gezegd: in mijn inloopkast. In mijn superdeluxe penthouse. In het centrum van Parijs.

Natuurlijk zou ik ze dan ook af en toe dragen. Want de taxi stopt toch voor mijn deur. En zowel mijn man als mijn minnaar zijn er dol op. 😉

Ach ja. “Ceci n’est pas ma vie.” Dit is mijn leven niet.

Wat maakt me boos of verdrietig? [25 vragen in 52 weken, deel 3]

De eerste maand van het jaar 2019 zit erop! Hoog tijd voor weer één van de 25 vragen die ik dit jaar ga beantwoorden. Deze keer vraag 12: “Wat maakt me boos? Verdrietig? Gefrustreerd?”

Hm. Lastig. Ik ben namelijk niet zo vaak uit mijn hum. (Opgewekt en veerkrachtig, weet je nog?)

En als ik wél uit mijn hum ben, laat ik dat niet snel merken. Meestal probeer ik het voor mijzelf te houden. In te slikken. En als dat niet gaat, als ik echt stoom af moet blazen, dan doe ik dat eigenlijk alleen bij mensen die ik vertrouw.

(Op zulke momenten is het ongetwijfeld fantastisch om een vriend of familie van mij te zijn. Ahem. Sorry, lieverds.)

Kortom, ik vind het moeilijk om hier te zeggen wat me boos of verdrietig maakt. Op een openbare blog. Waar vaag blijven eigenlijk geen optie is, want dat levert een onpersoonlijk – dus oninteressant – verhaal op. En wie zit daarop te wachten?!

Een close-up van een paard. Het oog is goed te zien. Er is iets aan de onschuld van paarden, wat mij makkelijk boos of verdrietig maakt.
Die ogen… Paarden hebben iets wat mij snel emotioneel maakt. Vooral als ze slecht behandeld worden. Daar kan ik echt niet tegen.

Dus. Als ik van slag ben, komt dat meestal door één van de volgende thema’s:

  • problemen met familie / vrienden / sociale contacten – maar bijvoorbeeld ook een emotioneel weerzien bij All You Need Is Love.
  • onbegrip / gebrek aan kennis – als ik iets niet begrijp, of niet begrepen word, kan ik me daar mateloos aan ergeren.
  • angst / wantrouwen – voor iets of iemand anders of, nog erger, voor mijzelf. (“Dat klinkt geweldig, maar ’t lukt me vast niet.”)
  • onverantwoord / ondankbaar gedrag – zoals toeristen die foto’s maken op een plek waar dat overduidelijk niet mag. Argh!

Combinaties hiervan vormen al helemaal dé manier om mij boos of verdrietig te krijgen. (De film Black Beauty doet dat bijvoorbeeld vreselijk goed.)

Volgens mij zijn dit mijn vier grootste “allergieën”. En dat zou kunnen kloppen, want als ik ze omdraai komen er een paar herkenbare kwaliteiten naar boven. (Een slim en loyaal persoon, die veel belang hecht aan vertrouwen en rechtvaardigheid… Hm, klinkt bekend.)

Wat maakt jou boos of verdrietig? Waar heb je dan eigenlijk behoefte aan?

De volgende keer: “Wat is mijn grootste valkuil?”
En twee weken geleden: “Hoe kom ik over op anderen?

Foto: “A Nod Is As Good As a Wink… to a Blind Horse” door Fernando Henrique C. de Oliveira, licentie CC BY-NC-ND 2.0

Drie jaar geleden kwam ik weer naar Nederland: een terugblik

Precies drie jaar geleden – op 31 januari 2016 – vloog ik weer naar Nederland, na tien maanden in Polen gewoond te hebben.

Hoe was het om terug te komen? En de (tot nu toe) beste tijd van mijn leven af te sluiten?

Ik heb januari nooit leuk gevonden, maar sinds 2016 heeft het einde van deze maand een extra rauw randje. Wéér een jaar verder verwijderd van al die primeurs. Wéér een jaar zonder “mijn” huisgenootjes. (Die ik af en toe nog zie, maar da’s niet hetzelfde.)

En weet je, ’t is goed zo. Ik ging weer naar Nederland omdat ik dat wou, en ik heb daar nooit spijt van gehad.

Ja, er waren (en zijn) gemengde gevoelens, en ik heb me weleens afgevraagd of het de juiste keuze was. Maar spijt… Dat niet.

En ik heb al helemaal geen spijt van mijn besluit om naar Polen te gaan. Serieus, ik steek nog liever mijn handen in het vuur dan dat ik die tijd uit mijn geheugen laat wissen.

Deze foto - van mijn onderarm - maakte ik terwijl ik op het vliegveld zat te wachten om weer naar Nederland te gaan.
31 januari 2016. Aan het wachten op het vliegtuig terug naar Nederland. Op mijn arm allerlei lieve/gekke woordjes en tekeningen, gekregen op het afscheidsfeestje die nacht.

Soms denk ik: “Ik had véél eerder naar Polen moeten gaan.” Vóórdat ik aan studeren begon, in plaats van erna.

Dan had ik mijn studietijd waarschijnlijk anders – en beter – ingevuld. Door bijvoorbeeld een studie te kiezen in de richting van communicatie, welzijn en/of maatschappelijk werk, met taalvakken in de keuzeruimte, in plaats van andersom.

Maar goed. Achteraf is het mooi wonen. 😉

Zo vind ik het achteraf gezien ook jammer dat ik in Polen niet kon bouwen op mijn huidige gevoel van eigenwaarde.

Ik zou het best nog eens over willen doen, om dan de tweede keer te starten met de dosis zelfvertrouwen die ik tijdens mijn EVS-periode opgedaan heb. (Dat had me toch een hoop vonken gegeven…)

Maar de EU heeft bepaald dat jongeren één keer zo’n project mogen doen. Dus ik heb mijn portie al gehad. Punt.

Ook al heet het nu geen EVS meer. Tegenwoordig moet ik “Europees vrijwilligerswerk” zeggen, of “Europese Vrijwilligersprojecten”. Andere naam, maar nog steeds hetzelfde feestje.

Mijn Facebook-update die dag. Mijn vliegtuig had vertraging en ik was ongelooflijk moe en melancholisch. Dan krijg je dit soort hartenkreten.

Ik heb er zóveel aan gehad. Qua… Wat niet, eigenlijk? Vriendschappen. Reizen. Kennis. Zelfkennis. Loopbaan. En ja, ook qua feestjes. Uitgaan.

Met name dat uitgaan mis ik, nu ik weer in Nederland woon, ver-schrik-ke-lijk.

En ook op mijn carrière valt wel wat aan te merken, nu ik – net zoals precies drie jaar geleden – zonder werk zit.

Maar het gekke is: als ik niet gegaan was, dan was ik nu nog verder van huis.

Hoe kom ik over op anderen? [25 vragen in 52 weken, deel 2]

Goede voornemens zijn er om je niet aan te houden. Daarom deze week vraag 19: “Hoe kom ik over op anderen? Past dat bij hoe ik mezelf zie?”

Ik weet niet of de vraag “Hoe kom ik over op anderen?” gericht is op de eerste indruk, of op de algemene indruk die ik achterlaat. Want daar zit wel een verschil in. Denk ik.

De eerste indruk die ik maak, is meestal dat ik rustig ben – of verlegen, of stil, of iets in die richting – maar ook stoer/stevig en open/vriendelijk. Dus niet rustig in de zin van “och gut, die blazen ze zó omver” of “nou, zij zegt ook niks terug”. Meer in de zin van een grote vriendelijke reus.

Maar dan niet reusachtig groot. Gewoon groot, voor een vrouw (1m80).

Is dat te veel voor een eerste indruk? Moeilijk te zeggen. Maar volgens mij zijn dit de eigenschappen die het meest opvallen.

Mensen die mij iets beter leren kennen, omschrijven me daarnaast ook als oprecht, idealistisch, opgewekt/grappig, en als iemand die (te) veel en goed kan nadenken.

Dit heb ik trouwens niet zelf bedacht. De afgelopen jaren heb ik regelmatig te horen gekregen hoe ik overkom op anderen. Met name van andere trainees. Want hoe je van nature overkomt zegt iets over je kwaliteiten én over je valkuilen.

Allerlei kleuren post-itjes waarop medetrainees antwoord geven op de vraag "Hoe kom ik over op anderen?".
Wie kan de vraag “Hoe kom ik over op anderen?” beter beantwoorden dan een heleboel anderen?

Het woord dat de trainees het vaakst gebruikten om mij te omschrijven, is trouwens ‘veerkracht’.

Maar volgens mij is veerkracht het resultaat van een aantal andere eigenschappen, die ik eerder genoemd heb. Ik bedoel, ik denk niet dat ik ‘veerkrachtig’ overkom. Maar wel sterk, slim en opgewekt.

Wat ik natuurlijk niet altijd ben. Er zijn genoeg momenten waarop ik helemaaaal niet opgewekt ben, of slim, of rustig. Of noem maar op.

Maar over het algemeen klopt het met hoe ik mijzelf zie. 🙂

Welke indruk maak jij op anderen?

De volgende keer: “Wat maakt me boos? Verdrietig? Gefrustreerd?
En twee weken geleden: “Hoe ontspan ik het best?

Toffe Dingetjes 3

Van die dingetjes die te klein zijn om een hele blogpost aan te wijden, maar te groot om onopgemerkt voorbij te laten gaan. 🙂

Dansen

Het grootste kleine nieuws van de afgelopen maand? Ik volg geen therapie meer.

Toen ik het nummer ‘Mayores’ voor het eerst hoorde, een maand of vier geleden, wist ik niet zo goed wat ik ervan moest denken. Ik zat om de week bij een psycholoog, en ondertussen moest ik bij de Zumba dansen op dit nummer? Waarvan het enige woord dat ik versta “loca” is?!

Inmiddels weet ik dat de zangeres loca wordt van oudere mannen. Een vorm van gekheid waar ik gelukkig geen last van heb. 😉

Lezen & Luisteren

Ik heb de afgelopen weken veul boeken gelezen en Netflix gekeken. ‘Het huis met de Geesten‘ heb ik nu uit, evenals vier(!) seizoenen van ‘Peaky Blinders‘. Het vijfde seizoen verschijnt later dit jaar, als ’t goed is.

In afwachting daarvan volg ik nu iets totaal anders. ‘RuPaul’s Drag Race‘ draait namelijk om… drag queens.

(Het woord “travestieten” vind ik hier niet op zijn plaats. Bij dat woord denk ik eerder aan een man met een rommelige blonde pruik en twee opgeblazen ballonnen onder zijn shirt, dan aan de allure en de professionaliteit van een échte drag queen.)

Van gewelddadige macho’s naar homo’s op hoge hakken. Moet kunnen. 😀

Eten

En er was gelukkig nog tijd genoeg voor een beetje ‘Chef’s Table‘. Nog altijd even gelardeerd met heerlijke verhalen en wijsheden

Over culinaire toestanden gesproken: onlangs zat er voor het eerst – en hopelijk ook voor het laatst – crosne in mijn Boerschappenpakket. Deze knolletjes zijn niet alleen lastig schoon te maken, maar ze lijken ook nog eens op groot uitgevallen maden. En de smaak laat te wensen over. Dus mocht je het ooit tegenkomen in een winkel: lekker laten liggen!

Ontdekken

Gelukkig deed ik ook een paar positieve ontdekkingen.

Zo ben ik (vooralsnog) heel blij met de apps 1 Second Everyday – waarmee je, precies, elke dag één seconde filmt – en Daylio. Twee manieren om bij te houden wat ik zoal doe op een dag, en daarmee (hopelijk) ook twee manieren om mij te helpen voluit te leven.

Al zijn die inzichten soms best pijnlijk. “Vaak Netflixen” klinkt toch anders dan “onomstotelijk bewijs hebben dat ik op 12 van de afgelopen 13 dagen minstens een uur naar films en series gekeken heb”.

Maar goed, als ik mijn tijd beter / leuker / waardevoller ga invullen door dit soort schoppen onder m’n kont, dan heb ik die pijn er wel voor over.

De cursus Creatief Schrijven die ik volg, zit er helaas bijna op. Maar ik ga over een paar weken verder met een cursus Illustreren. Zo komt dat boek van mij misschien weer een stapje dichterbij.

En tot slot: China Light, in de Zoo van Antwerpen. Niet de eerste keer dat ik erheen ging, maar wel de mooiste. Een aanrader, al zijn de kaartjes best prijzig. Nog te zien tot en met zondag!

Hoe ontspan ik het best? [25 vragen in 52 weken, deel 1]

Gelukkig nieuwjaar, allemaal! 😀

Voor 2019 heb ik mezelf een uitdaging opgelegd: in 52 weken deze 25 vragen beantwoorden. Gevonden in een Santé Magazine, maar vraag me niet welke precies.

Vandaag de aftrap, met vraag 4: ‘Hoe ontspan ik het best?’

Waarom vraag 4? Puur toeval. Ik heb “random number generator” ge-Google-d, en uit een rijtje van 1 t/m 25 kreeg ik de 4 als eerste. Tadaaa!

Maar goed. Hoe ontspan ik het best?

Natuurlijk heb ik meerdere favoriete manieren om te ontspannen. Een boek lezen, naar de sauna gaan, een yogasessie, bladeren door een (reis)tijdschrift, een biertje drinken met vrienden of familie, wandelen over het strand…

Maar één manier steekt daar met kop en schouders bovenuit.

Golfbrekers op het strand
Wandelen over het strand én foto’s maken… Heerlijk.

Zelfs een boottocht of treinrit haalt het niet bij mijn meest favoriete vorm van ontspanning.

En dat wil wat zeggen, want op een boot of in een trein voel ik me al snel kiplekker. Senang. Ook op de achterbank van een auto, trouwens.

Ik weet niet wat dat gevoel veroorzaakt. De wereld rustig aan mij voorbij zien trekken?

Hoe dan ook: toen ik mijn rijbewijs haalde, wist ik niet eens hoe ik van mijn ouders naar opa en oma moest rijden. (De achterbank is voor ontspanning, mensen, niet voor het in de gaten houden van de route.)

Dus een stukje reizen per boot, trein of auto is een goede tweede.

Maar ik heb nog geen boot, trein of auto. Dat maakt het voor mij niet de beste manier om te ontspannen.

Hoe ik dan wél het best ontspan? Als ik dans.

Tijdens de Zumba word ik regelmatig overvallen door een flinke geeuw. Staan we daar allerlei sexy danspasjes te doen, trekt mijn mond ineens wagenwijd open… Ronduit gênant natuurlijk – “$#&%, waarom moet ik uitgerekend NU half in slaap vallen?!” – totdat iemand tegen me zei dat het gewoon een teken is dat mijn lichaam zich dan ontspant.

Zo is het maar net.

En godzijdank hoef ik er niet altijd schandalig bij te geeuwen.

Dat zou wat zijn. Tijdens de Zumba, maar vooral op feestjes. Stel je voor! Het zou dan nog steeds de beste manier zijn om te ontspannen. Maar de lol zou er uiteindelijk wel vanaf gaan.

Hoe ontspannen jullie het best? Nog tips voor mij?

Over twee weken vraag 19: “Hoe kom ik over op anderen?

Mijn laatste week als twintiger (met 20 vragen waarop ik het antwoord al had willen weten)

Gisteren is mijn laatste week als twintiger officieel van start gegaan! En dat voelt, eh, een tikje verwarrend…



via GIPHY

Tja. Dat dus allemaal, tegelijkertijd.

En waarom eigenlijk? Volgende week zondag ben ik gewoon een weekje ouder dan vandaag. Want in tegenstelling tot wat sommige mensen lijken te denken: het leven houdt niet op zodra je 30 wordt. Daarbij: “30” is (a) ook maar een getal en (b) een leeftijd die gevierd mag worden, nee, gevierd moet worden. Want vroeg of laat kunnen we onze verjaardagen niet meer vieren, en dat is pas écht een drama…

Tegelijkertijd: als ik mij inbeeld wat “de maatschappij” zo’n beetje verwacht van 30-jarigen… Of als je mij vroeger had gevraagd hoe mijn leven eruit zou zien op mijn 30e… En als we dat beeld eventjes vergelijken met mijn leven nu… Dat is óók een drama. Een kleiner drama, misschien, maar toch.

Daarom, in het kader van “gedeelde smart is halve smart”, hieronder 20 vragen waarop ik het antwoord verwacht had te hebben, of gewoon graag had willen hebben, vóór mijn laatste week als twintiger.

  1. Wat is mijn signature dish? (Oftewel: welk gerecht is “typisch Wendy”?)
  2. Hoe ziet mijn eerste eigen oven eruit?
  3. Op welk adres ga ik (voor het eerst) samenwonen?
  4. Hoe voelt het om langer dan drie maanden een relatie te hebben?
  5. Is op vakantie gaan met je partner anders dan met vrienden of familie?
  6. Hoe is het om een geheel eigen appartement te hebben (zonder woonruimtes te moeten delen met huisgenoten)?
  7. Hoe heet mijn eerste kat?
  8. Welke kleur heeft mijn eerste auto?
  9. Hoe ziet mijn droombaan eruit?
  10. Wat is de titel van mijn eerste boek?
  11. Is een reis met de Transsiberië (of Transmongolië) Express echt zo tof als het klinkt?
  12. Wil ik kinderen?
  13. Waar staat mijn eerste koopwoning?
  14. Wil ik eigenlijk wel een (koop)woning? Of toch liever een vrijer bestaan?
  15. Zou ik een dakterras / balkon / tuintje goed onderhouden?
  16. Hoe speel je hét nummer van Pirates of the Caribbean op piano?
  17. Wanneer ben ik voor het eerst officieel getuige bij een huwelijk?
  18. Hoe ziet mijn (eerste) trouwjurk eruit?
  19. Wie is mijn (eerste) Grote Liefde?
  20. Hoe is het om niet te twijfelen aan mijn eigenwaarde en het gevoel dat ik erbij hoor?

…Zo, dat is een flinke lijst. Maar ik ben vast niet de enige bijna-dertiger die af en toe het idee heeft dat ze hopeloos achterloopt op “de rest”. Wie “de rest” dan ook moge zijn, want werkelijk niemand van de (bijna-)dertigers die ik ken heeft het antwoord op alle bovenstaande vragen.

Herkenbaar?

een geel doosje met vraagtekens erop

Funemployment?

Nog maar anderhalve week tot het einde van mijn huidige baan en het begin van mijn vakantie / funemployment (een samentrekking van “fun” – plezier – en “unemployment” – werkeloosheid).

Heb ik er zin in? Ja, verschrikkelijk! 😀

Vind ik het eng? Ja, verschrikkelijk….

Met dat laatste doel ik niet zozeer op de reis, want die wordt vast onwijs gaaf. Nee, waar ik tegenop zie is die volstrekt onduidelijke periode daarna… Omdat ik werkelijk geen idee heb hoe die tijd eruit gaat zien, en hoe lang unemployment funemployment kan blijven.

Die stress leidt tot bijzondere, ehm, uitwassen. Zo kan ik ineens geen “normale” prioriteiten meer stellen. Echt waar. Zaken die in feite volstrekt onbelangrijk zijn, krijgen nu om de haverklap voorrang. Een blogpost schrijven over de kleren die meegaan in mijn koffer? Doe ik! Het slaapgedeelte van mijn zolder voorzien van een geverfde lambrisering? Check! Alle reisinformatie op een rijtje zetten?  Me verdiepen in de plaatsen waar ik heenga? De tickets uitprinten? Moet nog gebeuren. En een keer goed poetsen? Al weken niet gedaan… (In plaats daarvan ben ik mijn kasten aan het uitruimen. Wat ook weleens mag gebeuren, maar om nou te zeggen dat het nodig is… Nee.)

Ondertussen probeer ik driftig te achterhalen – bij mezelf en anderen – wat ik moet doen als ik straks terugkom. Welke functie past bij mij? Wat voor werkomgeving? Waar ben ik eigenlijk naar op zoek? Kortom: hoe zorg ik ervoor dat die funemployment leuk blijft zolang het duurt – en dat de fun daarna behouden blijft (maar de unemployment niet)?

Het Antwoord

Gelukkig ken ik mensen die wijzer zijn dan ik. Zij beantwoorden die stortvloed aan vragen met zoiets als: “Wendy, maak je toch niet zo druk. Focus eerst maar eens op het hier en nu, op de vakantie, en op die therapie van je, en dan komt de rest vanzelf wel.” … O ja, da’s waar ook.

Dus af en toe gaat die wanhoop héél eventjes de kast in, maar een dag of twee later draaien mijn hersenen weer constant hetzelfde liedje.

Maar – heujjj, nieuw inzicht – wat nou als er gewoon nog geen antwoord is? Althans, geen ultiem antwoord? Wat als ik hooguit een paar aanwijzingen bij elkaar kan verzamelen, en af kan gaan op mijn gevoel, maar meer niet? Wat als al die vraagtekens er gewoon zijn?

Hoe eng is dat dan? Natuurlijk, onduidelijkheid is eng, en vaag, en moeilijk uit te leggen, en confronterend, enzovoorts, en een beetje de richting voor ogen hebben is wel zo fijn… Maar onduidelijkheid biedt ook mogelijkheden. Onduidelijkheid betekent dat er speelruimte is – ruimte om naar eigen inzicht in te vullen, iets te leren of nieuwe dingen uit te proberen. En dat klinkt helemaal niet eng. Sterker nog: speelruimte klinkt als fun!

Dus misschien moet ik helemaal niet proberen om voorafgaand aan of tijdens mijn funemployment die ultieme baan te vinden. Misschien kom ik een stuk verder – en met meer plezier – als ik accepteer dat er op dit moment nog veel onduidelijk is, en dat die vragen zich niet laten oplossen door er eindeloos over na te denken, maar alleen door er iets mee te doen. Gissen en missen, en dan nog een keer gissen, en iets minder hard missen, en nog een keer, en nog een keer… Dat idee.

Mijn koffer en kamer zijn er nog lang niet klaar voor, maar ik wel!

Foto: “Question Mark Block” door Jared Cherup, licentie CC BY-NC-ND 2.0