Nooit te oud (voor een celebrity crush)?

Oké, oké, ik ben vandaag een beetje gemakzuchtig, en gisteren ook al. Maar soms moet je het leven niet ingewikkelder maken dan het is.

In twee maanden 39 blogposts eruit persen is niet niks. Daarbij was ik gisteren de hele dag, van half acht ’s morgens tot tien uur ’s avonds, de hort op. En vandaag scheen het zonnetje nét iets te vrolijk om veel tijd bij mijn laptop door te brengen.

Al heb ik vanmorgen wel de laatste aflevering van ‘Godless’ bekeken.

Mijn god, wat ga ik die serie missen! Niet alleen vanwege de serie zelf – die komt absoluut aan bod in de eerstvolgende ‘Toffe Dingetjes’ – maar ook vanwege Jack O’Connell. Mijn nieuwste celebrity crush.

*Zucht.* 🙂

Tsja. Het gaat vast wel weer over. Maar tot die tijd keer ik het halve internet ondersteboven op zoek naar leuke filmpjes en foto’s van Jack.

Word je daar ooit te oud voor?

Ik dacht eigenlijk van wel. Maar dat dacht ik tien jaar geleden ook al…

Afijn. Jack O’Connell heeft een keer, samen met Judi Dench, in The Graham Norton Show gezeten.

Ik hou van Graham Norton. Een platonische liefde, uiteraard, maar ik vind het ronduit heerlijk hoe hij zijn gasten uithoort.

Ik hou ook van Judi Dench, als ze op de bank zit bij Graham Norton. Ik verbaas mij er telkens weer over hoe schattig en ondeugend Dame Judi Dench eigenlijk is, omdat ze meestal zo statig en serieus overkomt. (Sinds ik weet dat zij in Buckingham Palace stiekem op de troon ging zitten, kijk ik met totaal andere ogen naar haar.)

Dus een fragment van The Graham Norton Show, met Jack O’Connell én een sprakeloze Judi Dench… Waarin zij meteen laat zien dat je voor sommige dingen inderdaad nooit te oud wordt… Zalig!

Waarschuwing: bevat blote billen. Niet op je werk bekijken, dus. 😉

Wendy en de zeven hoofdzonden

Nog één week te gaan tot het Pasen is, en de 40 Dagen Bloggen Challenge (eindelijk) ten einde komt. Een mooi moment voor een blogpost met een Rooms-Katholiek, religieus tintje.

Hoe zondig ben ik eigenlijk?

IJdelheid

Ik ga gerust zonder make-up over straat, en een puist of een bad hair day doet me weinig.

Desondanks geloof ik dat mensen die met plezier hun schrijfsels publiceren, stiekem – of niet zo stiekem – behoorlijk ijdel zijn. (Dat heb ik een keer ergens gelezen, maar wáár weet ik niet meer.)

Dus zo heel bescheiden ben ik nou ook weer niet. Blijkbaar.

Hebzucht

Ook mijn hebzucht (en gierigheid) is domeingebonden.

hebzucht - drie appels (in plaats van één)

Zo ben ik totaal niet gevoelig voor merkkleding en hippe gadgets, maar mooie kantoorartikelen en boeken kan ik héél moeilijk laten liggen.

En ik ben best gul voor mijn familie, vrienden en bepaalde goede doelen, maar verder houd ik mijn geld liever in eigen portemonnee.

Wellust

Tijdens mijn studie verbaasde ik me regelmatig over de manier waarop sommige studie- en flatgenootjes over seks praatten. Zo nonchalant, zo open, en vooral zo… gulzig.

Die verbazing is eigenlijk altijd gebleven. Ook in Polen, bijvoorbeeld.

Begrijp me niet verkeerd. Ik vind het een interessant onderwerp, en een fijne bezigheid. 😉 Maar ik voel niet vaak de behoefte om iemand de kleren van het lijf te scheuren. Openlijk te flirten. Tinder te installeren. Noem het maar op.

En dat is natuurlijk hartstikke prima, maar soms vraag ik me af in hoeverre mijn zelfvertrouwen (of eigenlijk het gebrek daaraan) me hier in de weg zit.

wellust - een appel met een rode blos

Jaloezie

Want ik kan best jaloers zijn op mensen die hun lichaam en hun seksualiteit volledig omarmen.

En op sommige andere mensen. (Lees “Op wie ben ik jaloers?”.)

Toch ga ik niet als een gifgroen monster door het leven. Jaloezie overvalt me af en toe, in een vlaag, maar zo’n bui waait ook altijd weer over. Niks bijzonders.

Gulzigheid

Als het op eten (en drinken) aankomt, lukt het me niet altijd om maat te houden.

Da’s een familietrekje, volgens mij. Bourgondisch bloed?

gulzigheid - een appel met een flinke hap eruit

Woede

Van deze hoofdzonde heb ik het minste last. Ik ben iemand die niet makkelijk boos wordt en áls ik boos word, laat ik dat niet snel merken.

Althans, niet luid en duidelijk.

Volgens mijn juf in groep zeven had zij niet meer geleefd als mijn blikken konden doden. Ik vrees dat ze daar een punt heeft.

Gemakzucht

Eerlijk is eerlijk: ik ben liever lui dan moe. Absoluut.

Gelukkig vind ik het ook fijn om behulpzaam en betrouwbaar te zijn, en om regelmatig nieuwe dingen te leren. Anders was ik allang vergroeid met één of ander bed.

gemakzucht - een plastic zakje met voorgesneden stukjes appel erin

En een voorgesneden appel zal ik ook niet snel kopen, vanwege die overbodige plastic verpakking.

Van welke hoofdzonde(n) heb jij het meest last?

een groen bos

Op wie ben ik jaloers? [25 vragen in 52 weken, deel 7]

Vandaag in de 25-in-52-reeks: “Op wie ben ik jaloers?”

Oei oei. Goeie vraag.

Ik ben weleens jaloers op vrouwen die even oud zijn als ik – of jonger (grmbl…) – en die op de schaal van “huisje boompje beestje” véél hoger scoren. Die al een heel huis voor zichzelf hebben. Samenwonen, of getrouwd zijn. Huisdieren. Kinderen. Dat idee.

Maar ik ben óók regelmatig jaloers op mensen die schijt hebben aan “huisje boompje beestje”. Die de wereld rondtoeren. Overal en nergens wonen. Zonder huisdieren of kinderen, maar met veel gezelligheid en voldoening.

En ja, dat zijn twee nogal verschillende richtingen. Verlangens.

Niet voor niets dat ik soms flinke afgunst voel als ik merk dat iemand anders wél duidelijk een richting voor ogen heeft. Qua levensloop en/of qua carrière.

En ik kan – tot slot – best jaloers zijn op mooie, sexy vrouwen. Knappe vrouwen die uitstralen dat ze zichzelf mooi en sexy vinden. De Scarlett Johanssons en Katja Schuurmannen (-vrouwen?) van deze wereld. Het lijkt me vreselijk vermoeiend om zo te zijn, maar ik zou er graag wat meer van willen hebben.

Als ik mijn jaloezie gebruik als richtingaanwijzer, wil ik dus sowieso verleidelijker worden. (Oehlalaaaa!)

Maar voor de rest wordt mijn koers hier helaas niet veel duidelijker van.

En jij? Op wie ben jij jaloers?

De volgende keer: “Welk gedrag werd vaak ‘afgestraft’ toen je een kind was?”
En vorige week: “Wat doe ik (minder) goed op m’n werk?”


Afbeelding: “Oviedo (XXXVIII) (Parque de San Francisco)” door José Luis Mieza, licentie CC BY-NC-SA 2.0

Over verdomd makkelijke dingen die toch heel moeilijk zijn

Waarom zijn mensen toch van die maffe gewoontedieren?

Ik wéét dat ik – net als iedereen – behoefte heb aan sociaal contact. Dat navelstaren niet goed voor me is. En dat mijn vrienden en familie, hoe druk ze het ook hebben, graag tijd voor me vrijmaken als ik hen daarom vraag.

En tóch schiet ik telkens weer in die verdomde kluizenaarsmodus als het even niet zo lekker loopt.

Keer op keer. L’histoire se répète.

Het is zo absurd dat het bijna grappig is.

En ’t is minstens even absurd hoe eenvoudig ik uit die modus kan stappen.

Door op straat naar iemand te glimlachen. Een babbeltje te maken op de sportschool. Een vriendin te appen. Samen iets te gaan drinken.

Zó simpel, en zó moeilijk!

“[…] change is as simple as choosing to give a fuck about something else. It really is that simple. It’s just not easy.”

— Mark Manson, ‘The Subtle Art of Not Giving a F*ck

Het klinkt misschien gek, maar ik moet dat soort dingen heel bewust doen.

Normaal gesproken – #gewoontedier – wacht ik namelijk tot mensen mij aanspreken. Tot iemand mij iets vraagt, of ergens voor uitnodigt. Zelf om aandacht vragen doe ik niet zo snel, want “daar zitten ze vast niet op te wachten” en “ik wil niet vervelend zijn”.

Die houding werkte prima toen sommige klasgenootjes zo’n beetje álles aangrepen om mij lastig te kunnen vallen. Maar nu leidt het vooral tot een akelig lege agenda en een hoop onnodige stress.

Want zelfs bij die doodsimpele dingen verbaas ik me over de positieve reacties. Ik spreek een onbekende aan en die babbelt vrolijk terug. Ik vraag een goede vriendin of ze iets met mij wil drinken en ze zegt gewoon ‘ja’. Geen gemene opmerkingen, geen “wat dacht je zelf?!”, geen “sorry maar ik heb geen tijd / geen zin / wel iets beters te doen”.

(Voor de mensen die denken dat het wel meevalt met mijn zelfbeeld: deze is voor jullie.)

Het is zo absurd dat ik er keihard om zou willen lachen. Maar daarvoor heeft het mij – en de rest van de mensheid – nét iets te hard in de tang.

Random Act of Kindness: Spreek zomaar een onbekende aan.


Foto: “Call Me” door Thomas Hawk, licentie CC BY-NC 2.0

Dit is mijn zoldertje [photo-log]

Mijn geliefde zoldertje komt regelmatig terug in mijn verhalen, dus laat ik er nu eens het onderwerp van maken.

Jullie krijgen een heuse rondleiding, met foto’s. (Funda is er niks bij!)

We beginnen bij de deur. Rechts van de deur – links op de foto – staat mijn beste Marktplaatsvondst ever. Ik weet niet meer of ik er 100 of 150 euro voor betaald heb, maar ik weet nog wel dat ik er gerust meer voor had willen geven.

In de hoek naast de kast heb ik een eigen keukentje. Er is ook een gedeelde keuken op de eerste verdieping, maar daar kom ik alleen als ik de oven of diepvries nodig heb. Of het dakterras. Want die heb ik zelf niet.

Met een kamer op het noorden is het goed zoeken naar planten die zich hier happy voelen. Deze orchidee, die ik kreeg toen ik hier drie jaar geleden kwam wonen, heeft er gelukkig geen moeite mee.

In de hoek tegenover de keuken staat mijn (slaap)bank. Over het zitcomfort zijn de meningen helaas verdeeld. Maar ik lig meestal op de chaise longue – duh – en op het ligcomfort heb ik niks aan te merken. ^_^

Achter de POÄNG fauteuil staat meestal wat was te drogen (lees: net zolang te hangen tot er een nieuwe was aankomt), en daarachter begint het kantoorgedeelte.

De bureaustoel wil ik nog eens vervangen door een exemplaar dat beter bij de rest past. Sowieso mist deze hoek wat kleur, vind ik, maar ik weet nog niet hoe ik dat wil veranderen.

Twee kasten die oorspronkelijk tegen de muur stonden, dienen nu als wand tussen het kantoor- en het slaapgedeelte. Dus ondanks dat het allemaal in één kamer staat, kan ik vanuit mijn bed mijn werk niet zien. En andersom. Wel zo fijn!

De donkerblauwe geverfde lambrisering heb ik vorig jaar aangebracht – helemaal zelf gedaan! – na lang wikken en wegen. Supertevreden met het resultaat.

En links van de boekenkast zit de deur. Dus hierbij komt er alweer een einde aan deze 360 graden rondleiding.

Ik hoop dat jullie ervan genoten hebben? Kijk gerust nog wat verder rond op deze weblog, en tip mij eens bij je vrienden. 😉

12 x om dankbaar voor te zijn

Ik voel mij een beetje zuur, de laatste tijd.

Ik wil dat niet negeren, of de schone schijn ophouden. Maar ik heb óók geen zin om mijn weblog een wrange smaak te geven. Zonder dat daar op zijn minst iets zoets tegenover staat.

Daarbij leidt die negatieve energie me serieus af van de dingen die wél goed gaan. Van alles waar ik wél blij mee ben.

Zoals dit, bijvoorbeeld.

  1. De winter, en dan vooral dat ‘ie ook weer voorbij gaat. Exit gluhwein, enter terrasweer.
  2. IJssalons die in maart hun openingstijden verruimen.
  3. Stadsparken.
  4. De mogelijkheid om er af en toe eens tussenuit te knijpen.
  5. De uitvinding van GPS. En van de TomTom, en van Google Maps, enzovoorts.
  6. Dat ik – nog geen week na een terloopse opmerking over een pannenkoekplant – een pannenkoekplant in huis heb staan.
  7. Mijn familie en vrienden.
  8. Dat ik kan lezen. En schrijven. En typen.
  9. Een WW-uitkering. (Ja, ik krijg er een punthoofd van, maar zonder inkomsten zou ik nu nog veel meer afzien.)
  10. Mooi weer vandaag.
  11. Dat ik genoeg tijd heb voor ommetjes. En voor 40 Dagen Bloggen. (#omdenken)
  12. Die dingen die voor mij zó vanzelfsprekend zijn dat ik er bijna nooit bij stilsta. Zuurstof. Zwaartekracht. Vrede. Dat soort zaken.

Random Act of Kindness: Maak een ommetje. Neem de omgeving eens goed in je op.

Wat doe ik (minder) goed op m’n werk? [25 vragen in 52 weken, deel 6]

Eh, tsja.

Ten eerste heb ik nu geen werk.

Ten tweede: als je weet wat mijn grootste valkuil is, wat mij boos of verdrietig maakt, welke kwaliteiten daarbij horen, en hoe ik overkom op andere mensen, dan weet je ook wat mijn sterke en zwakke punten op de werkvloer zijn. Want die hangen daar natuurlijk mee samen.

En ten derde begin ik zo langzamerhand behoorlijk zenuwachtig – en chagrijnig – te worden, want ik wacht op een telefoontje.

Ik heb dit weekend namelijk op een hele mooie vacature gereageerd.

Sinds ik serieus aan het solliciteren ben – dus ongeveer vier maanden – ben ik nog maar twee keer eerder een soortgelijke vacature tegengekomen.

Eentje die bij mijn interesses en kwaliteiten past. Die aan mijn harde eisen voldoet. (‘Hooguit drie kwartier reistijd’ en ‘parttime’.) En waarvan ik oprecht zin krijg om weer aan de slag te gaan.

Blijft over: drie gave vacatures, op vier maanden tijd.

Ik probeer me daar niet teveel zorgen over te maken, maar dat valt niet mee.

Want ik heb die andere twee mooie functies dus al aan mijn neus voorbij zien gaan. De ene omdat het werkveld waarschijnlijk te pittig zou zijn, en de andere omdat ze iemand zochten met meer ervaring als adviseur.

En dus swing ik nog steeds tussen “ik wil een leuke baan die bij mij en mijn ambities past” en “wat een idiote zoektocht, dit wordt nooit wat, ik haat werken”.

Misschien is dat wel hét antwoord op de vraag van deze week.

Ik zie mijn werk als een verlengde van wie ik ben. Als het klikt tussen mijn werk en mij, dan gebeuren er magische dingen. Maar als het niet klikt – als ik het werk niet waardeer of andersom – dan vind ik het slechts een hoop stress en gedoe.

Een moeizame relatie met werk an sich. Wie herkent dat?

De volgende keer in deze reeks: “Op wie ben ik jaloers?”
En twee weken geleden: “Waar ben ik het meest trots op?”

Maar ik weet niet wat

Het duizelt me van alle goedbedoelde adviezen.

“Zorg voor een heldere boodschap. Een goede elevator pitch. Dan komt die leuke baan vanzelf naar je toe.”

“Maak gebruik van je netwerk.”

“Als ik jou was, zou ik je vorige werk helemaal loslaten. Ja, echt. Vergeet je cv en ga iets totaal anders doen.”

“Zoek een baan die goed bij je past. Iets dat je leuk vindt. Koste wat het kost. Anders verlies je een hoop tijd, en moet je uiteindelijk weer terug naar de tekentafel.”

“Doe iets. Het maakt niet uit wat.”

Niet dat die adviezen elkaar per se uitsluiten, maar het is nogal… veel.

“INFPs often wish that they could just be,
doing what they love without the stress and rigor of professional life.”

16personalities.com

Misschien heb ik een luxeprobleem. Stel ik te veel of te hoge eisen. Misschien moet ik van mijn toekomstige baan niet méér verwachten dan dat het geld in het laatje brengt.

Dat zou goed kunnen.

En een bijbaan om mezelf te bedruipen – en daarnaast dingen te kunnen doen die wél voldoening geven – is wat mij betreft ook een optie.

Ook. Met andere woorden: nóg meer keuzestress. (Zei iemand ‘luxeprobleem’?)

Ik weet waarom ik werk nodig heb. En ik weet waarom sommige werkzaamheden en organisaties beter bij mij passen dan andere.

Maar ik weet niet wat ik precies zoek.

De leukste vacatures die ik tegenkom vragen om kennis die ik niet heb. Of eigenlijk: om twee verschillende opleidingen die ik niet heb. ‘Online marketing en communicatie’ en ‘Maatschappelijk werk en dienstverlening’. Ik weet niet wat ik daarmee aanmoet.

Ik weet niet wat wijsheid is. Een baan die aansluit bij mijn cv, of juist niet? Een baan die goed voelt, of een baan die goed verdient? Een opleiding volgen of niet? En zo ja, welke dan?

En ik weet niet wat de meeste kans van slagen heeft. Want uiteindelijk bepaalt iemand anders of ik ergens aangenomen word.

Tenzij ik voor mezelf zou beginnen natuurlijk. Nóg een optie. Oh, f*ck.

Random Act of Kindness: Laat anderen zien waar je op dit moment mee worstelt.

Hoe ‘Random Acts of Kindness’ mij iets leerden over de realiteit

Mijn laatste Random Acts of Kindness waren eigenlijk helemaal niet zo willekeurig.

Een blogpost hoort namelijk maar één onderwerp te hebben. Dus als ik een bericht over cadeautjes kopen schrijf, dan moet daar eigenlijk een soortgelijke RAK bij. Een andere RAK zou een hoop vragen oproepen, en de tekst een stuk langer maken.

Daar komt nog eens bij dat ik mijn blogposts, tijdens deze 40 Dagen Bloggen, ruim van tevoren inplan.

Van dat “random” gehalte blijft dus verdomd weinig over.

Terwijl dáár nou juist een bepaalde charme van uitgaat. Van het zomaar iets vriendelijks doen. Niet met voorbedachte rade.

En dus liet ik vandaag het toeval bepalen welke RAK ik uit moet voeren.

Random Act of Kindness: Glimlach naar alle mensen die je op straat tegenkomt.

In mijn hoofd zag dat er heel leuk uit. Een paar vrolijke ritjes op de fiets. Verraste blikken. Mensen die spontaan terug lachen. Zonnetje erbij. Dat idee.

In werkelijkheid waait het zo hard, dat het me moeite kost om te glimlachen. Mijn gezicht schiet voortdurend in een “fuck, wat is het koud”-grimas. En om zo min mogelijk wind te vangen, kijk ik liever naar beneden dan recht vooruit.

De mensen die ik onderweg tegenkom, hebben natuurlijk ook last van het weer. De vriendelijke blikken die ik (desondanks) weet te produceren, worden lang niet altijd opgemerkt.

Tsja. Op goed geluk iets doen, valt soms wat minder goed uit. En niets is zo “random” als de realiteit.

Vandaar dat de komende Random Acts of Kindness soms wat meer, en soms wat minder willekeurig zullen zijn. Ik vind het belangrijker om de uitdaging vol te houden. Vriendelijk te zijn. En een beetje realistisch te blijven.

een tekening van een prachtige, trotse pauw

Waar ben ik het meest trots op? [25 vragen in 52 weken, deel 5]

Ondertussen gaat die andere uitdaging – 25 vragen beantwoorden in 52 weken – ook gewoon door. (Help.) Met deze keer: “Waar ben je het meest trots op?”

Yesss, een positieve vraag! Dat mag wel weer eens, na die vragen over dingen die me boos of verdrietig maken en mijn grootste valkuil.

Waar ik het meest trots op ben?

Ik ben er trots op dat ik in Amsterdam ging studeren. Ook al deed ik dat deels om de omgeving waar ik vandaan kom te ontvluchten. (Da’s inderdaad niet de beste motivatie, maar door die “escape” kon ik jaren later wél weer met plezier – en een stuk sterker – beneden de rivieren gaan wonen.)

Maar ook trots dat ik destijds die ene quote uit De Alchemist ter harte nam.

Trots op het moment dat ik een Interrail-pas kocht voor een reis van 22 dagen, omdat ik niemand kon vinden die tijd én geld had om met mij op reis te gaan. “Dan maar in m’n uppie.”

Minstens even trots op die dappere momenten daarna.

En ook op allerlei ogenschijnlijk kleinere veranderingen. Dat ik nu bijvoorbeeld twee à drie keer per week sport, terwijl ik daar vroeger een grondige hekel aan had.

Het is dus waar wat ze zeggen. Onkruid vergaat niet. 😉

Nee, effe serieus. Ik ben daar echt heel trots op.

Al zou ik wel graag weten wáár ik het precies vandaan haal. Is het een karaktertrek? Aangeleerd? Heb ik het te danken aan de mensen om mij heen, of aan iets anders? Mijn handicap, bijvoorbeeld? Of een combinatie van factoren?

Dat zou ik graag weten. Want er zijn nog genoeg momenten dat ik geen idee heb hoe het verder moet, en die veerkracht ver te zoeken is.

Random Act of Kindness: Spreek uit of schrijf op waar jij het meest trots op bent.

De volgende keer in deze reeks: “Weet jij wat je erg goed doet in je werk? En wat je zwakke punten zijn?”
En twee weken geleden: “Wat is je grootste valkuil?”

Afbeelding: “Proud” door Dennis Sylvester Hurd, licentie CC0 1.0