“To FB or not to FB?”

(Whoeps… Een deel van dit bericht stond hier al eerder, en dat was niet de bedoeling.)

Ik overweeg eruit te stappen. Uit Facebook, welteverstaan.

Het voelt als de meest onverstandige en asociale overweging die ooit in me is opgekomen. Een sociaal netwerk, met meer dan een miljard gebruikers, verlaten? Echt? Gedag zeggen tegen mijn favoriete tijdsbesteding op het internet? Afscheid nemen van al die ‘vrienden’ die ik nooit meer spreek maar toch wil blijven volgen? Ik lijk wel gek.

Want Facebook weet veel, héél veel. Mijn profiel opheffen, betekent dat ik niet meer kan terugscrollen naar mijn belevenissen van 1, 3, 7 jaar geleden, en naar de belevenissen van mijn vrienden… Dat ik niet meer met één enkele klik kan aangeven dat ik iets gelezen heb, het leuk vind én dat ik de schrijver van het bericht nog steeds volg. (Ja, zoveel diepgang heeft het duimpje. In mijn beleving, tenminste.) Zonder Facebook kan ik niet langer stiekem het profiel van Die Ene ondersteboven keren, op zoek naar leuke of compromitterende feiten. En ‘Plaatsen’ zal ik ook verschrikkelijk missen. Waar anders kan ik zo makkelijk en overzichtelijk bijhouden waar ik al geweest ben – en daar meteen mee pronken?

Hoe deden ze dat vroeger, eigenlijk?

Een existentiële kwestie: to Facebook or not to Facebook. Facebook is, of was, het antwoord op vele vragen. “Wat is er vanavond te doen?” Kijk op Facebook. “Hoe was je vakantie?” De foto’s staan op Facebook. “Hoe weet jij dat X een relatie heeft met de zoon van Y?” Facebook. Wat zal er gebeuren als ik Facebook opgeef? Kan ik dat wel? Facebook weet immers – nog beter dan ikzelf – wie ik ken, wat ik doe, waar ik kom, wat ik leuk vind, wat ik lees, enzovoorts.

En dat is precies de reden dat ik vind dat het gedaan moet zijn. Gedaan met de alwetendheid, gedaan met het monopolie en gedaan met de macht die daaruit voortkomt. Maar oh, wat voelt dat slecht.

Facebook gedag zeggen… Het is van de zotte.

De Geest in de Laptop

Wanneer heb jij voor het laatst met een ding gepraat? Denk jij ook weleens dat er een geest schuilt in jouw laptop? Of dat je oude printer misschien harder zijn best gaat doen als je hem een aai over zijn bolletje geeft? Hoe absurd het ook mag zijn: ik ben niet de enige die zich soms schuldig maakt aan dit soort redeneringen. Sterker nog, het fenomeen blijkt gewoon een naam te hebben: technologisch animisme.

Die term kwam ik vorige week toevallig tegen in een tekst over technologisch determinisme: de overtuiging dat technologie de samenleving vormt, dat (alleen) techniek bepaalt hoe een samenleving eruit ziet. Die tekst zat ik dan weer niet geheel toevallig te lezen – gelukkig – want het maakt deel uit van een MOOC (Massive Open Online Course) over e-learning en digitale culturen.

In de tekst staat een prachtige samenvatting van de experimenten van Clark-Trimble, uitgevoerd in 1935. Clark-Trimble ging ervan uit dat alle dingen kwaadwillend zijn. Ik heb het citaat vertaald van het Engels naar het Nederlands, maar geprobeerd de stijl van het citaat te behouden.

Clark-Trimble was niet zozeer een fysicus, en zijn grote ontdekking van de Graduele Vijandigheid der Dingen (Graduated Hostility of Things) deed hij bijna per ongeluk. Tijdens enig onderzoek naar het verband tussen dagdelen en de opvliegendheid van mensen, kwam Clark-Trimble, een vooraanstaande psycholoog op Cambridge, tot de conclusie dat de beperkte menselijke dynamiek in de vroege ochtend geen afdoende verklaring bood voor de schijnbare vijandigheid van Dingen op de ontbijttafel – de manier waarop honing tussen de vingers blijft plakken, de onvouwbaarheid van kranten, enzovoorts.

Geweldig. De Graduele Vijandigheid der Dingen… Maar het wordt nog mooier.

Voor de experimenten die hem uiteindelijk sterkten in zijn overtuiging, en die hij demonstreerde aan de Royal Society in Londen, regelde hij vierhonderd verschillende tapijten in toenemende mate van kwaliteit: van grove matten tot tapijten van kostbare Chinese zijde. Men liet stukken toast met marmelade, gesorteerd, gewogen en gemeten, op elk stuk tapijt vallen en de frequentie ‘marmelade-neerwaarts’ werd statistisch geanalyseerd. De toast viel steeds met de juiste kant naar boven op de goedkoopste vloerbedekking, behalve als de mat werd afgeschermd van de rest (in dat geval wist de toast niet dat Clark-Trimble andere en betere tapijten had), en het viel  elke keer met de marmelade-kant op de Chinese zijde. Het merkwaardigste van alles: de frequentie ‘marmelade-neerwaarts’ voor de tussenliggende gradaties liep precies gelijk op met de kwaliteit van de vloerbedekking.

Het succes van deze experimenten maakte natuurlijk dat Clark-Trimble zich vanaf toen richtte op verder onderzoek naar resistentia, hetgeen direct verantwoordelijk was voor het tragische en plotselinge einde van zijn carrière, toen hij op een tuinhark trapte van de Cambridge School of Agronomy.

Jennings, Paul (1960): ‘Report on Resistentialism’. p. 396. In Dwight Macdonald (Ed.): Parodies. London: Faber

Het moge duidelijk zijn dat Clark-Trimble een getroubleerde verhouding had met Dingen. En hopelijk is de sarcastische ondertoon van het stuk jullie ook niet ontgaan. Wees gerust, de dingen zijn echt niet tegen ons.

En toch, het blijft een fascinerend verhaal. Niet zozeer vanwege de dood van Clark-Trimble, als je het mij vraagt. Ook niet vanwege het feit dat zijn hilarische onderzoek serieus genomen werd, of dat er grote sommen geld mee gemoeid waren. Nee, wat ik bijzonder fascinerend vind is de gedachte dat mensen die bang zijn voor (moderne) apparaten misschien niet zozeer bang zijn voor de levenloze apparaten op zich, maar juist voor de ingebeelde, ‘menselijke’ eigen wil van die dingen…

Ondertiteling

Onlangs kreeg ik slappe knietjes van het volgende bericht: een onderzoeksteam van het Georgia Institute of Technology heeft een app ontwikkeld die gesproken taal direct kan omzetten naar geschreven tekst. En die tekst kan dan worden weergegeven in Google Glass, de slimme bril van Google. Met andere woorden: live ondertiteling, altijd en overal… Halleluja!

Als fervent gebruiker van teletekstpagina 888 zag ik meteen een gouden toekomst voor me, maar ik vraag me ook af in hoeverre real-life ondertiteling haalbaar is. Hoe betrouwbaar wordt die tekst bijvoorbeeld? En is Google’s bril straks slim genoeg om te bepalen welke stemmen wel en niet ondertiteld moeten worden? (Vooralsnog werkt de app – helaas – alleen bij een één-op-één gesprek.) En hoe zit het met de snelheid? Tijdens live televisie-uitzendingen laat ik TT888 vaak ongemoeid, want dan loopt de ondertiteling behoorlijk achter op het gesprek. Kan de wetenschap die vertraging wegwerken? Of zien we binnenkort iemand met een Glass op zijn neus ineens in lachen uitbarsten, om een grap die een halve minuut geleden al verteld was?

En, los van alle praktische vraagtekens: hoe gaat die ondertiteling eruit zien? Ik hoop bijvoorbeeld dat het bij het weergeven van gesproken taal blijft. Teletekst gaat namelijk nog een stap verder, door ook sfeergeluiden in tekst om te zetten. Poëtische scenes worden verminkt door potsierlijke hoofdletters tussen blokhaken: [ROMANTISCHE MUZIEK]. Gruwelijk. Hopelijk laat Google Glass de sfeer met rust. Je moet er toch niet aan denken dat je tijdens een lekkere vrijpartij ineens [ZOENGELUIDEN] ziet verschijnen? Ik noem maar iets…

Maar goed, we moeten nog even afwachten of – en hoe – het gaat werken. De app werkt vooralsnog alleen in het Engels en kan nog niet gebruikt worden op de slimme brillen die momenteel in de (Amerikaanse en Engelse) winkels liggen… Wordt vervolgd.
[SPANNENDE MUZIEK]

Domme mensen?

[youtube=http://youtu.be/Z7dLU6fk9QY]

Momenteel breng ik halve tot hele dagen door achter mijn laptop, om aan mijn scriptie te werken. Die scriptie gaat over blended learning: het combineren van klassikaal onderwijs met online onderwijs. Op mijn werk ontwikkel ik online lesmateriaal voor mensen die Nederlands willen of moeten leren. En in mijn vrije tijd surf ik graag. Op het internet.
Al met al spelen computers een behoorlijk grote rol in mijn leven. Ik noem mijzelf niet voor niets een ‘taalnerd’. En zolang ik daarnaast ook genoeg tijd neem voor andere, meer sociale zaken, ben ik een tevreden nerd mens.

Maar zo nu en dan word ik overvallen door twijfels en een gevoel van schaamte. Lees verder