foto vanaf de tribune in het PSV-stadion, tijdens Groots met een zachte G 2018

“Groots met een zachte G” (2018) – wat ik ervan leerde

Ja, tijdens een “Groots met een zachte G” concert kun je heel wat opsteken – ook wanneer je (zoals ik) al vier keer eerder geweest bent.

Wat ik ervan geleerd heb:

  • Dat lijstje met de vijf leukste nummers is ook maar een momentopname. (Hoe kon ik “Toen Ik Je Zag” in godsnaam vergeten?!)
  • Je mag een gegeven paard natuurlijk niet in de bek kijken, maarreh, een staanplaats op het veld maakt zo’n concert toch echt een stuk beter dan een plek op de tribune…
  • Die trappen langs de tribunes zijn trouwens ook niet echt mijn ding. Zo stijl!
  • Ooit word ik echt een pro in het meeklappen met “Het Is Een Nacht”… Ooit.
  • Ik ben in elk geval pro genoeg om te weten dat het opsteken van een paraplu tijdens “Het Dondert En Het Bliksemt” een slecht idee is. (Daarmee creëer je juist een extra interessant mikpunt voor biergooiers. Dat werd dinsdag maar weer aangetoond.)
  • Het kan aan mij liggen, maar ik vond het bier verdacht lekker. Bestaat er misschien zoiets als een stadion-effect?
  • Blijkbaar horen vaandeldragers niet standaard bij de uitvoering van “Brabant”: het kan ook zonder.
  • Tijdens minder boeiende nummers kun je prima bijkletsen met je broer.
  • Die Kraantje Pappie doet het goed, live! (Knappe man ook.)
  • Diggy Dex, Kraantje Pappie, Mental Theo… Beetje last van een midlife crisis, Guus?
  • Met de auto naar “Groots” en terug? Niet aan te raden. Het vinden van de parkeerplaats bleek verdomde lastig, het verlaten van de stad nóg lastiger.
  • “Groots met een zachte G” mag dan misschien (te) duur zijn, maar ik ga zeker nog wel meer edities bijwonen! 😀

Update: Inmiddels staan er ook leuke filmpjes van het concert op YouTube. Deze van Guus Meeuwis en Kraantje Pappie samen is mijn favoriet. (Het zou mij niet verbazen als ik deze video in een halve week tijd twintig keer afgespeeld heb, en dat is nog exclusief allerlei andere nummers van Kraantje Pappie… Ergens bij Google gaan mijn Kraantje-Pappie-statistieken door het dak. Die weten genoeg.)

De leukste nummers van Guus Meeuwis (volgens Wendy)

Dinsdag ga ik voor de vijfde keer in mijn leven naar een “Groots met een zachte G” concert. Dus, om alvast een beetje in de stemming te komen, hier een lijst met (volgens mij) de vijf leukste nummers van Guus Meeuwis.

1) “Per Spoor (Kedeng Kedeng)”

Van alle albums die Guus Meeuwis uitgebracht heeft, vind ik de eerste veruit de leukste. Een kwestie van jeugdsentiment, plus dat ik me anno 2018 nog steeds niet veel ouder voel dan de leeftijd die van dit album afspat. (Volgens mijn berekeningen was Guus Meeuwis 24 toen “Verbazing” uitkwam. Mijn god, waar blijft de tijd…)

Maar goed, genoeg over “Verbazing”. Waarom staat het tweede nummer van dat album, “Per Spoor”, in deze lijst? Vooral omdat ik hoop dat dit nummer ooit op mij gaat slaan. Ik bedoel, het stukje “zij woont bij het spoor” klopt al. Nu de rest nog.

Ten tweede: de videoclip bij dit nummer. Mensen, check die clip!

Ten derde omdat ik het stiekem (nu-niet-meer-zo-stiekem) nog steeds prachtig vind hoe ik ooit, in al mijn kinderlijke onschuld, dacht dat “en ‘s nachts, oelala… gaat het ritme door!” over rijdende treinen ging…

2) “Als Jij Maar Bij Me Bent”

Dit nummer, van zijn tweede album “Schilderij” (uit 1997), is anders-dan-anders, geen volslagen “Guus”-nummer. Een exotisch ritme, de stad New York… Maar dan wel met een Guus-Meeuwis-saus eroverheen. “Als jij maar bij me bent…” heb ik verder niets nodig en komt alles goed. Als Guus het zingt, zal het wel zo zijn.

3) “Hé, Zon”

Natuurlijk heb ik niet altijd zin in zoete liefdesliedjes. (Ahem.) Maar ook voor al die andere dagen heeft Guus zo zijn nummers. Het zijn er weliswaar een stuk minder, maar als je goed zoekt (of – zoals ik – min of meer opgroeit met zijn muziek) dan vind je ze.

Voor de momenten dat ik zelf een beetje liefde / energie / zin nodig heb, is er bijvoorbeeld “Hé, Zon”. “Eens kijken wie het langst kan stralen, en ik denk dat ik win!”

Mocht je je trouwens afvragen waarom Bart de Graaff in deze videoclip te zien is: dit nummer is destijds gemaakt om de Bart de Graaff Foundation te promoten. (Een stichting die jonge ondernemers met een levensbepalende lichamelijke beperking of chronische ziekte ondersteunt. Ik zeg: “Jeeeeeej!“)

4) “Kus Van Mij”

Maakt Guus Meeuwis tegenwoordig dan geen goede nummers meer? Tuurlijk wel! Toen ik in Polen woonde, luisterde ik regelmatig naar “Kus Van Mij”.

Dit nummer hoorde ik voor het eerst tijdens “Groots met een zachte G” 2015, toen ik speciaal voor de tiende editie van “Groots” even terug naar Nederland kwam. In de veronderstelling dat Guus Meeuwis bij dit jubileum versterking zou krijgen van Rowwen Hèze, maar neen. Het ticket kostte meer dan de retourvlucht Wroclaw – Eindhoven (inclusief bagage!), maar Rowwen Hèze was er niet… En daarmee viel een grote droom van mij in duigen.

Maar “Kus Van Mij” vond ik wel tof.

5) “Brabant”

En jaaaa, naast al die liefde voor anderen en onszelf mag de liefde voor waar we vandaan komen natuurlijk niet ontbreken. Dit volkslied, gezongen door the man himself, in een bomvol PSV-stadion, paar vaandeldragers erbij… Kippenvel, jongûh!

Dinsdag mogen we weer… Zin in!

Zo, dit waren de leukste nummers van Guus Meeuwis, als je het mij vraagt. Staat jouw favoriet ertussen?

Foto: “Guus Meeuwis uit 2010 – concert” van Robin Bos, licentie CC BY 2.0

Shut Up and Dance

Afgelopen weekend was ik voor mijn doen verbazend dichtbij huis op vakantie. Een paar trainees wilden namelijk een weekendje weg organiseren, en wie ben ik om daar “nee” tegen te zeggen? Dus tegen de tijd dat de bestemming eindelijk bekend gemaakt werd – Overloon – had ik al volmondig “ja” gezegd… Tja.

Toch bleef ik positief. Een retourtje Overloon is een stuk duurzamer dan een vakantie via Eindhoven Airport en het leek mij ook een goede gelegenheid om een aantal trainees wat beter te leren kennen. Bovendien gebeuren er bij dit soort groepsuitjes altijd, gegarandeerd, dingen waarvan anderen later zeggen: “Was ik dáár maar bij geweest…” Dus kun je er maar beter gewoon bij zijn.

Eenmaal in Overloon had ik al snel het idee dat ik een beetje buiten de boot viel. De groep bleek bovengemiddeld rumoerig te zijn, gesprekken waren moeilijk te volgen, ik was moe… En het nieuws van de dag ervoor, dat ik iets minder mocht gaan werken, bracht me op dat moment niet de ontlading waar ik op gehoopt had, maar juist nog meer gepeins.

Kortom: ik had veel aan mijn hoofd.

Maar op zaterdagavond zouden we naar de kermistent gaan en daar móést en zóú ik bij zijn. Dit liet ik niet aan mijn neus voorbijgaan. Ik stemde er mijn hele dag op af: deed het overdag rustig aan en ging ’s middags zelfs een paar uur op bed liggen, zodat ik ’s avonds genoeg energie zou hebben om te gaan stappen.

En zo geschiedde. Mijn eerste Oost-Brabantse kermisavond werd een feit. Vol KPJ-flashbacks: bier dat rijkelijk vloeide, een heus Boer-zoekt-Vrouw-koppel en het soort muziek waar de gemiddelde hipster onpasselijk van wordt.

En ineens, net toen ik dacht dat het niet beter kon worden, schalden uit de boxen de eerste tonen van een nummer waar ik al bijna twee jaar naar op zoek was. Mijn allereerste favoriete Zumba-liedje, uit de tijd dat ik nog maar net begonnen was bij Agnieszka.

Er zijn een paar dierbare nummers uit mijn EVS-periode waarvan ik de titel nog steeds niet heb weten te achterhalen, en dit was er één van. Het enige stukje tekst wat ik ervan verstaan heb, is namelijk “yeah, yeah, yeah!”… En dat is niet bepaald een originele zin in liedjesland. Wat niet wegneemt dat ik die aanwijzing toch aan een oud-huisgenootje gegeven heb, omdat zij nog in Wroclaw woont en nu Zumba-lessen volgt in de Sky Tower. Wanhopig, ik weet het, maar ik wou dit liedje zó graag nog eens horen…

“Hoe heet dit nummer?!” schreeuwde ik dan ook licht panisch in het oor van degene die naast mij stond.

“Shut up and dance!”
“…Sorry?”
“SHUT UP AND DANCE! Zo heet het.”

Ik glimlachte van oor tot oor. Shut up and dance. Niet nadenken, niet piekeren, niet kijken naar wat anderen doen, maar gewoon zwijgen en dansen. Verdomd als het niet waar is: soms is dat echt de aller-, allerbeste oplossing.

Dus hield ik mijn mond en danste de sterren van de hemel.

[youtube https://www.youtube.com/watch?v=nbcCG7PkI18&w=280&h=210]

(Trouwens, nog even over dat “yeah, yeah, yeah!”… Dat komt er dus helemaal niet in voor! Precies waar ik dácht “yeah, yeah, yeah!” te horen, zingen ze in werkelijkheid de titel van het nummer. Tja…)

Beste Agnieszka,

Bij deze wil ik je bedanken.

Bedankt voor de feestjes op zaterdagmiddag. Ze zijn stuk voor stuk geweldig, zelfs in januari. En je gaat zó tekeer, dat mijn misstappen niet opvallen.

Bedankt dat je geen woord zegt, want ik zou je waarschijnlijk niet verstaan – en me dom en doof voelen – als je dat wel zou doen. (En waarom zou je überhaupt praten, als je aan het dansen bent?)

Bedankt voor alle gekke, elegante, agressieve en sexy bewegingen die je ons laat maken. Je verandert de groep moeiteloos in kinderen, prinsessen, manwijven of buikdanseressen. In minder dan een uur tijd kan ik een sensuele courtisane zijn én als een bezetene alles van me af schudden en schoppen. Heerlijk!

En bedankt dat jij het feestje bouwt. Niet één van die chagrijnige tuthola’s achter de balie, of een perfect afgetrainde instructrice, maar jij. Je bent ouder dan ik en – als ik eerlijk mag zijn – ik zou jouw benen en billen niet willen hebben. Of misschien kan ik het beter zo stellen: ik weet zeker dat Umur jou een mooie vrouw zou vinden.

En hij heeft groot gelijk. Je bent mooi. Prachtig zelfs. Niet op een manier die mij onzeker maakt, maar juist op een manier die me aanmoedigt en geruststelt.

Dziękuję Agnieszka, voor de toffe kennismaking met Zumba, en met spieren waarvan ik het bestaan niet eens vermoedde.

Tot volgende week!

Drie nummers

Ik heb vaker zin om te schrijven, dan een goed verhaal om te schrijven. Te privé, te saai, te lang, te ingewikkeld… Met als gevolg dat er geen enkel woord op het scherm verschijnt, en dat maakt de druk om iets te schrijven alleen maar groter. Dus besloot ik onlangs een lijst met schrijfopdrachten te downloaden.

Eén van de eerste opdrachten luidde als volgt. Schrijf 15 minuten lang, zonder onderbrekingen, zonder jezelf te corrigeren of je te bekommeren om de publiciteitswaarde van je verhaal, over je drie favoriete muzieknummers. Een pittige opdracht. Normaal gesproken corrigeer ik mijzelf voortdurend tijdens het schrijven, en ‘niet nadenken’ zit ook niet bepaald in mijn systeem. Probeer dan maar eens aan één stuk door te schrijven, zonder je handen stil te laten vallen, zonder weloverwogen keuzes te kunnen maken, en zonder ook maar enig idee te hebben waar het verhaal je brengt.

Want dat was de tweede moeilijkheid: ik wist niet wat mijn drie favoriete nummers waren. Twintig keigoede nummers, geen probleem, maar drie… Ook als het om fantastische muziek gaat, maak ik niet graag keuzes. Maar goed, opdracht is opdracht, dus vooruit met de geit.

Eén van de nummers moest van Pearl Jam zijn, dat wist ik zeker. Eddie Vedder (de zanger van die band) brengt me namelijk altijd precies datgene waar ik behoefte aan heb. Als ik me opgesloten voel, vormt zijn muziek een uitlaatklep, en als ik kwaad ben, maakt zijn stem me rustig. Al zijn werk heeft dat magische effect, maar na een tijdje roekeloos typen kwam ik er bij één uit: ‘Jeremy’. Een stevig nummer, naar aanleiding van twee waargebeurde verhalen. De hoofdpersoon, Jeremy Wade Delle, was een jongen die zich op vijftienjarige leeftijd, voor de ogen van zijn leraar en 30 klasgenoten, door het hoofd schoot. Een ongelukkige jongen die, op drastische wijze, het heft in eigen handen nam. King Jeremy the Wicked ruled his world.”

Guus Meeuwis of Rowwen Heze hoort ook in mijn top-3. Muziek van thuis, muziek waarmee ik ben opgegroeid. Maar als je al niet eens weet welke van de twee namen je moet kiezen, hoe kies je dan één nummer? Gelukkig mocht ik bij deze opdracht niet stilvallen, en al typend stuitte ik op ‘Koning Hay’. Vooral live een prachtig werk, over een zonderlinge man die in zijn eigen wereld en volgens zijn eigen regels leeft. Heej wakt oaver zien eigendom, is koning van zien land. Heej giet vur d’n duuvel of vur god ni an de kant.” Zo’n figuur waar de wildste verhalen over rondgaan en iedereen in het dorp ontzag voor heeft… Da’s mooi.

Het enige nummer waarvan ik vrijwel meteen wist dat het een plaats verdiende, komt uit de musical Elisabeth: ‘Mijn Leven is van Mij’. Een draak van een nummer, eigenlijk. Ik ben er niet trots op, maar dit is hét nummer dat op cruciale momenten in mijn leven – de draken van momenten, zullen we maar zeggen – altijd weer terugkomt. Ik heb nu eenmaal een zwak voor alles wat met prinsessen te maken heeft. En het blèrt zo lekker mee…

Ondertussen was ik zó hard aan het proberen om niet stil te vallen én binnen 15 minuten drie nummers op tafel te hebben, dat ik me niet helemaal bewust was van wat ik opschreef. Dus toen ik op het einde nog wat tijd overhad, en alle drie de nummers snel na elkaar herhaalde… King Jeremy the WickedKoning Hay, Sissi… stond ik ervan te kijken dat dertien minuten typen als een bezetene tot zo’n samenhangend, vorstelijk rijtje kan leiden. Dat moet ik vaker doen.

Tijd

Zowel hier als in Nederland tikken de klokken gestaag door. Mijn on-arrival training in Warschau zit erop en de afgelopen dagen was ik in het noorden van Polen; zonnestralen vangen aan de Baltische kust. De nacht van zaterdag op zondag heb ik niet geslapen, omdat daar simpelweg geen tijd voor was. Het kost me (kortom) behoorlijk veel moeite om de tijd hier bij te benen – laat staan dat ik de gebeurtenissen in mijn thuisland kan volgen.

Op zich kan het weinig kwaad om nauwelijks te weten wat er in eigen land speelt. Buiten het wel en wee van mijn vrienden en familie, doen de meeste gebeurtenissen er niet toe. Dit jaar geen Koningsdag of Mollemania voor mij. Zo kan het blijkbaar ook.

Toch voelt het vreemd, ontheemd, om slecht op de hoogte te zijn. Om het voorpaginanieuws niet te kennen, en niet te weten hoe GTST dit seizoen is afgelopen. Twee maanden geleden las ik dat ene Kenny B in het voorprogramma van Guus Meeuwis zou staan. Kenny B? Nooit van gehoord. Wist ik veel dat kort na mijn vertrek ineens bijna iedereen Nederlands met hem wou praten…

Gelukkig kost het niet veel tijd om zulke dingen alsnog op te pikken, en – wat nog fijner is – dat soort nieuwigheden veranderen weinig tot niets aan de kern van mijn landje. Aan de essentie. Er moet héél wat gebeuren wil Nederland niet meer multicultureel, westers of irreligieus zijn als ik terugkom. Godzijdank.

Ik woon nu in Polen, maar niet omdat ik niet van Nederland hou. Ik had een verhuizing naar Diemen nodig om de Brabander in mij te ontdekken, en evenzo leer ik Nederland hier beter kennen en waarderen.

Voorafgaand aan dit avontuur leek mij negen maanden in Wrocław meer dan genoeg, maar nu ik daarvan al bijna drie maanden achter de rug heb… Het gaat maar door, en door, en door. Een pauze-knop, dat heb ik nodig. Om alles om mij heen af en toe even stil te kunnen zetten en de tijd te nemen in plaats van er als een dolle achteraan te moeten rennen. Dat zou fijn zijn.

[youtube https://www.youtube.com/watch?v=MHn_D9X1I74?rel=0&showinfo=0&w=560&h=315]

Berlijn

Het is één van mijn favoriete testjes: ‘Hoe Lang Duurt Het Voordat Iemand Mij In Een Stad De Weg Vraagt?’ Bij gebrek aan een bondige naam; die heb ik nog niet bedacht. Iemand een voorstel, misschien?

Het werkt als volgt: hoe langer het duurt voordat iemand je aanklampt, hoe minder je blijkbaar overkomt als iemand die in die stad thuishoort. Of hoe minder het karakter van de stad bij jouw uitstraling past. En vooral dat laatste vind ik interessant. Zal wel iets te maken hebben met het feit dat ik ben opgegroeid in een klein gehuchtje, waar ik me vaak niet helemaal op mijn plaats voelde. Aangezien worden voor een goed geïnformeerde stedeling, geeft richting aan de vraag: ‘welke plaats past wél helemaal bij mij?’.

Amsterdam is een prachtige stad, maar het is nooit mijn stad geweest. Niet omdat ik er nooit gewoond heb, maar omdat de stad mij niet goed past. Te veel Engelse toeristen per vierkante kilometer, te Hollands… Toch duurde het in Amsterdam maar een paar weken voordat iemand mij de weg vroeg. Ter vergelijking: in Antwerpen – de ‘wereldstad’ die het dichtst bij mijn gehuchtje ligt – werd mij pas enkele jaren geleden voor het eerst én meteen ook voor het laatst de weg gevraagd. Die dag had ik mij heel bewust zo Antwerps mogelijk gekleed. Met resultaat, gelukkig. Blijkbaar ken ik Antwerpen wel een beetje, maar ik ben het absoluut niet. Geef mij dan maar Amsterdam.

Maar er is één stad die mij echt als gegoten zit, als ik op de oordelen van anderen af kan gaan. Tot nu toe behaalde ik nergens zulke goede testresultaten als in Berlijn. Nog geen tien minuten nadat ik voor het eerst voet had gezet op Berlijnse bodem, werd mij al om de weg gevraagd. In het Duits, nota bene.

Dit weekend ben ik voor de vijfde keer in Berlijn. Vijf bezoekjes waarin mij al minstens vier keer om de juiste weg, U-bahn of S-bahn gevraagd werd. Een ongekend hoog gemiddelde. En ik snap het niet helemaal want ik herken mezelf niet echt in het imago van Berlijn. ‘Immer zu werden, niemals zu sein‘? ‘The greatest cultural extravaganza that one could imagine‘? ‘Arm aber sexy‘? Hm. Ik weet het niet.

Maar fijn vind ik het hier wel.

Zeker

Het is me gelukt!! Ik heb een scriptie geschreven, ingeleverd en verdedigd! Boomshakalaka!

De afgelopen weken stonden vooral in het teken van feestvieren, ontspannen, vakanties plannen en… piekeren over de toekomst. Want: WAT NU?! Ideeën te over. Eindelijk, ein-de-lijk kan ik weer iets nieuws beginnen. Maar hoe goed en fijn dat ook is: ik mis de zekerheden en de beperkingen van het studentenleven nu al. Enorm.

De gedachte dat ik na december niet alleen mijn studentenleventje, maar ook mijn baan kwijt ben, vind ik heerlijk én verschrikkelijk tegelijkertijd. Wat moet ik doen met al die vrijheid? Iets nieuws leren? Zo ja, wat dan? Of moet ik me focussen op een nieuwe baan? Of zal ik toch mijn koffers pakken? Ik roep al maanden dat ik in januari naar Polen vertrek, voor minstens een half jaar, maar wil ik dat eigenlijk wel? En waar komen deze twijfels opeens vandaan? Uit een algemene angst voor het onbekende, of uit weerzin tegen de ideeën op zich? Als je zoveel keuzes kunt maken, hoe maak je dan in vredesnaam de juiste?

Vandaag staan mijn twijfels in een ander, marginaliserend licht. Vandaag staat Nederland stil bij een vliegramp die aan 298 mensen het leven kostte. Ideeën over wat ‘zeker’ is en wat niet staan volledig op hun kop, nu een heleboel schijnbare zekerheden, van de inzittenden en hun nabestaanden, zijn weggevaagd. Die gedachte maakt me angstig, verdrietig en boos. En tegelijkertijd, omdat ik gelukkig niemand uit mijn directe omgeving verloren ben, maakt de ramp vreemd genoeg een rustgevend besef in me los. Het besef dat goede, leuke beslissingen later alsnog helemaal verkeerd uit kunnen pakken, en vice versa. We denken vaak dat we alles tot in detail kunnen regelen, en dat we daar genoeg tijd voor hebben, terwijl we voor het gemak vergeten dat er eigenlijk maar weinig zekerheden zijn.

En juist daarom moeten we verder, blijven lopen, keuzes blijven maken, zolang het kan. En niet teveel piekeren. Want één ding staat echt vast. Uiteindelijk gaan we allemaal ‘met de neus umhoeg’.

Ollanders

Ik hou van Nederland en van zijn inwoners (de meeste dan toch…), maar ik heb een nog groter zwak voor onze zuiderburen. Niet voor hun land, trouwens. De politiek, de wegen, het koningshuis: grote chaos. Een charmante, smeuïge chaos, weliswaar, en ik kom er graag, maar ik voel me niet geroepen er te gaan wonen.

En toch ben ik jaloers. Op al die mensen die op loopafstand wonen van de perfecte stoverij, frieten, pralines, kriek en warme wafels. En vooral op de Vlaamse vrouwen, want zij worden omringd door mannen die er over het algemeen iets beter uitzien dan hun Nederlandse soortgenoten – en bovendien veel beter klinken!

Het Vlaams alleen al is voor mij reden genoeg om naar Vlaamse televisieseries te kijken en naar Vlaamse comedians te luisteren. Ook al levert dat soms pijnlijke confrontaties op met ‘hun’ beeld van ‘ons’. Hollanders? Ambetant volk. Komt er een brutale, hebzuchtige manager in het verhaal voor? Dan is het 9 van de 10 keer een Hollander. Vooruit, ‘ons’ koningshuis komt minder vaak negatief in het nieuws en de Nederlandse wegen laten vrijwel niets te wensen over. Maar ‘wij’ zijn ook luidruchtig, onbeleefd, vrekkig en tevreden met een broodje kroket uit de muur. Eigenschappen waarin ik mijzelf niet herken en waarmee ik zeker niet geassocieerd wil worden.

In België benadruk ik dan ook graag dat ik geen Hollander ben, maar een Nederlander. Iemand van beneden de grote rivieren, nota bene. Die hint naar een gemeenschappelijke bourgondische, roomse achtergrond wil nog wel eens helpen, gelukkig.
…Maar soms ook niet, en altijd tot op zekere hoogte. Want hoe ik het ook wend of keer, ik ben en blijf meestal toch ‘nen Ollander’.
Miljaarde!