Shut Up and Dance

Afgelopen weekend was ik voor mijn doen verbazend dichtbij huis op vakantie. Een paar trainees wilden namelijk een weekendje weg organiseren, en wie ben ik om daar “nee” tegen te zeggen? Dus tegen de tijd dat de bestemming eindelijk bekend gemaakt werd – Overloon – had ik al volmondig “ja” …

Beste Agnieszka,

Bij deze wil ik je bedanken. Bedankt voor de feestjes op zaterdagmiddag. Ze zijn stuk voor stuk geweldig, zelfs in januari. En je gaat zó tekeer, dat mijn misstappen niet opvallen. Bedankt dat je geen woord zegt, want ik zou je waarschijnlijk niet verstaan – en me dom en doof …

Drie nummers

Ik heb vaker zin om te schrijven, dan een goed verhaal om te schrijven. Te privé, te saai, te lang, te ingewikkeld… Met als gevolg dat er geen enkel woord op het scherm verschijnt, en dat maakt de druk om iets te schrijven alleen maar groter. Dus besloot ik onlangs een lijst met schrijfopdrachten te downloaden.

Eén van de eerste opdrachten luidde als volgt. Schrijf 15 minuten lang, zonder onderbrekingen, zonder jezelf te corrigeren of je te bekommeren om de publiciteitswaarde van je verhaal, over je drie favoriete muzieknummers. Een pittige opdracht. Normaal gesproken corrigeer ik mijzelf voortdurend tijdens het schrijven, en ‘niet nadenken’ zit ook niet bepaald in mijn systeem. Probeer dan maar eens aan één stuk door te schrijven, zonder je handen stil te laten vallen, zonder weloverwogen keuzes te kunnen maken, en zonder ook maar enig idee te hebben waar het verhaal je brengt.

Want dat was de tweede moeilijkheid: ik wist niet wat mijn drie favoriete nummers waren. Twintig keigoede nummers, geen probleem, maar drie… Ook als het om fantastische muziek gaat, maak ik niet graag keuzes. Maar goed, opdracht is opdracht, dus vooruit met de geit.

Eén van de nummers moest van Pearl Jam zijn, dat wist ik zeker. Eddie Vedder (de zanger van die band) brengt me namelijk altijd precies datgene waar ik behoefte aan heb. Als ik me opgesloten voel, vormt zijn muziek een uitlaatklep, en als ik kwaad ben, maakt zijn stem me rustig. Al zijn werk heeft dat magische effect, maar na een tijdje roekeloos typen kwam ik er bij één uit: ‘Jeremy’. Een stevig nummer, naar aanleiding van twee waargebeurde verhalen. De hoofdpersoon, Jeremy Wade Delle, was een jongen die zich op vijftienjarige leeftijd, voor de ogen van zijn leraar en 30 klasgenoten, door het hoofd schoot. Een ongelukkige jongen die, op drastische wijze, het heft in eigen handen nam. King Jeremy the Wicked ruled his world.”

Guus Meeuwis of Rowwen Heze hoort ook in mijn top-3. Muziek van thuis, muziek waarmee ik ben opgegroeid. Maar als je al niet eens weet welke van de twee namen je moet kiezen, hoe kies je dan één nummer? Gelukkig mocht ik bij deze opdracht niet stilvallen, en al typend stuitte ik op ‘Koning Hay’. Vooral live een prachtig werk, over een zonderlinge man die in zijn eigen wereld en volgens zijn eigen regels leeft. Heej wakt oaver zien eigendom, is koning van zien land. Heej giet vur d’n duuvel of vur god ni an de kant.” Zo’n figuur waar de wildste verhalen over rondgaan en iedereen in het dorp ontzag voor heeft… Da’s mooi.

Het enige nummer waarvan ik vrijwel meteen wist dat het een plaats verdiende, komt uit de musical Elisabeth: ‘Mijn Leven is van Mij’. Een draak van een nummer, eigenlijk. Ik ben er niet trots op, maar dit is hét nummer dat op cruciale momenten in mijn leven – de draken van momenten, zullen we maar zeggen – altijd weer terugkomt. Ik heb nu eenmaal een zwak voor alles wat met prinsessen te maken heeft. En het blèrt zo lekker mee…

Ondertussen was ik zó hard aan het proberen om niet stil te vallen én binnen 15 minuten drie nummers op tafel te hebben, dat ik me niet helemaal bewust was van wat ik opschreef. Dus toen ik op het einde nog wat tijd overhad, en alle drie de nummers snel na elkaar herhaalde… King Jeremy the WickedKoning Hay, Sissi… stond ik ervan te kijken dat dertien minuten typen als een bezetene tot zo’n samenhangend, vorstelijk rijtje kan leiden. Dat moet ik vaker doen.

Tijd

Zowel hier als in Nederland tikken de klokken gestaag door. Mijn on-arrival training in Warschau zit erop en de afgelopen dagen was ik in het noorden van Polen; zonnestralen vangen aan de Baltische kust. De nacht van zaterdag op zondag heb ik niet geslapen, omdat daar simpelweg geen tijd voor …

Berlijn

Het is één van mijn favoriete testjes: ‘Hoe Lang Duurt Het Voordat Iemand Mij In Een Stad De Weg Vraagt?’ Bij gebrek aan een bondige naam; die heb ik nog niet bedacht.

Iemand een voorstel, misschien?

Het werkt als volgt: hoe langer het duurt voordat iemand je aanklampt om de weg te vragen, hoe minder je blijkbaar overkomt als iemand die in die stad thuishoort. Of hoe minder het karakter van de stad bij jouw uitstraling past.

En vooral dat laatste vind ik interessant. Zal wel iets te maken hebben met het feit dat ik ben opgegroeid in een klein gehuchtje, waar ik me vaak niet helemaal op mijn plaats voelde.

Aangezien worden voor een goed geïnformeerde local, geeft richting aan de vraag: ‘welke plaats past wél helemaal bij mij?’.

Amsterdam is een prachtige stad, maar het is nooit MIJN stad geweest. Niet omdat ik er nooit gewoond heb, maar omdat de stad mij niet goed past. Te veel Engelse toeristen per vierkante kilometer, te Hollands…

Toch duurde het in Amsterdam maar een paar weken voordat iemand mij de weg vroeg.

Ter vergelijking: in Antwerpen – de ‘wereldstad’ die het dichtst bij mijn gehuchtje ligt – werd mij pas enkele jaren geleden voor het eerst én meteen ook voor het laatst de weg gevraagd.

Die dag had ik mij heel bewust zo Antwerps mogelijk gekleed. Met resultaat, gelukkig. Blijkbaar ken ik Antwerpen wel een beetje, maar ik ben het absoluut niet.

Er is één stad die mij echt als gegoten zit, als ik op de oordelen van anderen af kan gaan.

Tot nu toe behaalde ik nergens zulke bizar goede testresultaten als in Berlijn. Nog geen tien minuten nadat ik voor het eerst voet had gezet op Berlijnse bodem, werd mij al om de weg gevraagd.

In het Duits, nota bene.

En ik stond op het treinstation, met een koffer. (Het was dus héél logisch om mij voor een toerist aan te zien. En toch.)

Dit weekend ben ik voor de vijfde keer in Berlijn.

Vijf bezoekjes waarin mij al minstens vier keer om de juiste weg, U-bahn of S-bahn gevraagd werd. Een ongekend hoog gemiddelde.

En ik snap het niet helemaal want ik herken mezelf niet echt in het imago van Berlijn. ‘Immer zu werden, niemals zu sein‘? ‘The greatest cultural extravaganza that one could imagine‘? ‘Arm aber sexy‘? 

Hm. Ik weet het niet.

Maar fijn vind ik het hier wel.

Zeker

Het is me gelukt!! Ik heb een scriptie geschreven, ingeleverd en verdedigd! Boomshakalaka!

De afgelopen weken stonden vooral in het teken van feestvieren, ontspannen, vakanties plannen en… piekeren over de toekomst. Want: WAT NU?! Ideeën te over. Eindelijk, ein-de-lijk kan ik weer iets nieuws beginnen. Maar hoe goed en fijn dat ook is: ik mis de zekerheden en de beperkingen van het studentenleven nu al. Enorm.

De gedachte dat ik na december niet alleen mijn studentenleventje, maar ook mijn baan kwijt ben, vind ik heerlijk én verschrikkelijk tegelijkertijd. Wat moet ik doen met al die vrijheid? Iets nieuws leren? Zo ja, wat dan? Of moet ik me focussen op een nieuwe baan? Of zal ik toch mijn koffers pakken? Ik roep al maanden dat ik in januari naar Polen vertrek, voor minstens een half jaar, maar wil ik dat eigenlijk wel? En waar komen deze twijfels opeens vandaan? Uit een algemene angst voor het onbekende, of uit weerzin tegen de ideeën op zich? Als je zoveel keuzes kunt maken, hoe maak je dan in vredesnaam de juiste?

Vandaag staan mijn twijfels in een ander, marginaliserend licht. Vandaag staat Nederland stil bij een vliegramp die aan 298 mensen het leven kostte. Ideeën over wat ‘zeker’ is en wat niet staan volledig op hun kop, nu een heleboel schijnbare zekerheden, van de inzittenden en hun nabestaanden, zijn weggevaagd. Die gedachte maakt me angstig, verdrietig en boos. En tegelijkertijd, omdat ik gelukkig niemand uit mijn directe omgeving verloren ben, maakt de ramp vreemd genoeg een rustgevend besef in me los. Het besef dat goede, leuke beslissingen later alsnog helemaal verkeerd uit kunnen pakken, en vice versa. We denken vaak dat we alles tot in detail kunnen regelen, en dat we daar genoeg tijd voor hebben, terwijl we voor het gemak vergeten dat er eigenlijk maar weinig zekerheden zijn.

En juist daarom moeten we verder, blijven lopen, keuzes blijven maken, zolang het kan. En niet teveel piekeren. Want één ding staat echt vast. Uiteindelijk gaan we allemaal ‘met de neus umhoeg’.

Ollanders

Ik hou van Nederland en van zijn inwoners (de meeste dan toch…), maar ik heb een nog groter zwak voor onze zuiderburen. Voor hun land wat minder, trouwens. De politiek, de wegen, het koningshuis: grote chaos. Een charmante, smeuïge chaos, weliswaar, en ik kom er graag, maar ik voel me niet geroepen er te gaan wonen.

En toch ben ik jaloers. Op al die mensen die op loopafstand wonen van de perfecte stoverij, frieten, pralines, kriek en warme wafels. En vooral op de Vlaamse vrouwen, want zij worden omringd door mannen die er over het algemeen iets beter uitzien dan hun Nederlandse soortgenoten – en bovendien veel beter klinken!

Het Vlaams alleen al is voor mij reden genoeg om naar Vlaamse televisieseries te kijken en naar Vlaamse comedians te luisteren. Ook al levert dat soms pijnlijke confrontaties op met ‘hun’ beeld van ‘ons’. Hollanders? Ambetant volk. Komt er een brutale, hebzuchtige manager in het verhaal voor? Dan is het 9 van de 10 keer een Hollander. Vooruit, ‘ons’ koningshuis komt minder vaak negatief in het nieuws en de Nederlandse wegen laten vrijwel niets te wensen over. Maar ‘wij’ zijn ook luidruchtig, onbeleefd, vrekkig en tevreden met een broodje kroket uit de muur. Eigenschappen waarin ik mijzelf niet herken en waarmee ik zeker niet geassocieerd wil worden.

In België benadruk ik dan ook graag dat ik geen Hollander ben, maar een Nederlander. Iemand van beneden de grote rivieren, nota bene. Die hint naar een gemeenschappelijke bourgondische, roomse achtergrond wil nog wel eens helpen, gelukkig.
…Maar soms ook niet, en altijd tot op zekere hoogte. Want hoe ik het ook wend of keer, ik ben en blijf meestal toch ‘nen Ollander’.
Miljaarde!