een foto die ik nam vanuit een treintje op de MerwedeLingelijn.

MerwedeLinge-pijn

Over de MerwedeLingelijn – tussen Dordrecht en Geldermalsen – rijden nog precies dezelfde rood-witte treintjes als een jaar geleden.

De stoelen staan nog steeds net iets te dicht op elkaar, en die subtiele rokerslucht is ook niet verdwenen. Het enige opvallende verschil is dat de treindienst nu niet meer van Arriva is, maar van Qbuzz.

Hoe moet je dat eigenlijk uitspreken? Kubus? Kjoebas? Kwibus? Ik hoop dat laatste.

Maar goed. Voor de buitenwereld is er op een paar jaar tijd nauwelijks iets veranderd aan deze spoorlijn.

Voor mij is de MerwedeLingelijn het spoor naar P.

P, die op station Gorinchem stond te wachten, terwijl ik ongeduldig in de trein zat en wenste dat de Spurt waar ik in zat zijn naam eer aan zou doen. (Waarom heeft Hardinxveld-Giessendam in godsnaam drie stations nodig?!)

Het station van Gorinchem, aan de MerwedeLingelijn.

Toen P zei dat ‘ie van mij hield, geloofde ik dat. Ik had niet de neiging om die mededeling weg te lachen, of keihard te gaan gillen. Nee, het was oké. Voor de allereerste keer in mijn leven was het oké.

Ook al wist ik dat er iets niet klopte.

Ik wist zeker dat hij het meende, maar ik wist óók zeker dat hij (zwaar) depressief was. En ik wist dat je eerst van jezelf moet houden, voordat iemand anders van je kan houden.

Die drie dingen kreeg ik niet met elkaar gerijmd. “Hoe kan het dat ik iemand leuk vind die zichzelf niet leuk vindt?”

Pas maanden later, toen we er al lang een punt achter gezet hadden, vond ik het antwoord op die vraag. Althans, ik denk dat ik het gevonden heb.

Ik denk dat ik van P begon te houden omdat ik niet van mezelf hield.

Min keer min is plus.

Voor een relatie is dat natuurlijk geen gezonde uitgangspositie, en we zijn dan ook maar eventjes samen geweest.

Maar in die korte tijd, en in de periode daarna, slingerde ik zo hard heen en weer tussen hoop en wanhoop dat ik uiteindelijk geen reserves meer over had. En mijn eigen realiteit wel onder ogen moest zien.

Voor mij is de MerwedeLingelijn dus helemaal niet van kwibus, maar van P.

Niet dat ik hem mis, of dat ik hem terug wil.

Maar elke keer als ik in de buurt van zijn woonplaats kom, hoop ik vanuit de grond van mijn hart dat het ook met hem wat beter gaat. Al vrees ik van niet.

Je afvragen hoe het met je ex gaat, kan al best lastig zijn. Je serieus afvragen of hij nog leeft… Da’s een ander level.

Een jonge vrouw zit op de stoep en kijkt naar haar smartphone.

Deze dingen moet je weten voor je begint met online daten

Vorige week, op een verjaardagsfeestje, kreeg ik plotseling de titel van “expert” op het gebied van online daten.

Een dubieuze eer, en zwaar overdreven, als je het mij vraagt. Maar het bracht me óók op een idee. Want waarom zou ik die hard bevochten kennis eigenlijk voor mijzelf houden?

Wat zijn de dingen die je moet weten voor je begint met online daten?

En hee, dat rijmt. Als daar geen leuke blogpost in zit… 😉

1. “Wees geen dwaas,
blijf het algoritme de baas.”

Als je mij vraagt wie ik een expert vind op het gebied van online daten, zeg ik Amy Webb. Bekijk haar TED-talk, “How I hacked online dating”, als je dat nog niet gedaan hebt. Informatief én hilarisch.

De manier waarop zij het daten heeft aangepakt is veuls te cijfermatig voor mij, maar op een aantal punten heeft ze absoluut gelijk.

Zoals deze: “While the algorithms work just fine, you and I don’t, when confronted with blank windows”.

De website/app die ik gebruik, OKCupid, biedt bijvoorbeeld de mogelijkheid om vragen te beantwoorden. Niet zomaar een paar vragen, nee, véél vragen. Honderden vragen.

En daar is niks mis mee, maar er staan ook vragen tussen zoals “How do you feel about documentaries?”. En “which superpower would you rather have?”. Vragen waarvan het mij, eerlijk gezegd, geen drol uitmaakt wat iemand erop antwoordt.

Ik kijk graag naar documentaires, maar moet dat mijn partnerkeuze beïnvloeden? Knap ik af op iemand die een hekel heeft aan documentaires? Zijn documentaires zo belangrijk voor me, dat het deel uit zou moeten maken van mijn toekomstige relatie(s)? …Nee.

Denk dus goed na over wat je op je profiel zet. Wat vind je belangrijk, en wat niet?

Hoe minder ruis, hoe beter.

2. “Reageert er geen ziel?
Verander je profiel!”

Amy Webb heeft nog een ander goed punt.

Als er weinig leuke mensen op je reageren, dan ligt dat niet alleen aan de concurrentie, maar ook aan jou. Of beter gezegd: aan jouw profiel.

Ik zal je een voorbeeld geven uit mijn eigen praktijk.

Sinds een paar maanden heb ik een kort kapsel. En aangezien ik mezelf niet vaak op de foto zet – of laat zetten – heb ik vooralsnog maar één leuke foto van mezelf met kort haar.

Als ik die foto gebruik als profielfoto, levert dat bijna niets op.

Zet ik daarentegen een oudere foto vooraan, waarin ik lang haar heb en een iets zichtbaarder decolleté, dan komen er “ineens” een hoop berichtjes binnen.

Daar kun je van alles en nog wat van vinden – dat doe ik ook – maar het toont in elk geval aan dat kleine, oppervlakkige profielwijzigingen een groot verschil maken in de wondere wereld van het online daten.

En dat je daar zelf de hand in hebt.

Een paar tips (van Amy Webb):

  • Gebruik niet te veel tekst, maar ook niet te weinig. Populaire profielen bevatten gemiddeld 97 woorden.
  • Hoe specifieker de beschrijving, hoe groter de kans dat iemand (te) snel op je afknapt. “Ik hou van films” werkt beter dan “mijn favoriete film is Pirates of the Caribbean“.
  • Gebruik positieve woorden. Maak een profiel dat uitnodigt en benaderbaar is, in plaats van afschrikt.
  • Als je een leuk berichtje krijgt van iemand, reageer dan niet te gretig. Ook dat schrikt af. Echt, één reactie per 12-24 uur is genoeg.
  • En ja, de foto’s doen ertoe. Kies of maak dus een paar foto’s van jezelf waarop je er aantrekkelijk uitziet.

Tot zover over je profiel. Nu wordt het tijd voor het echte werk. 😀

3. “Klikt het in de app? Spreek af vóór je vlinders heb!”

(Ja, ik weet dat het eigenlijk “hebt” moet zijn. Maar dan rijmt het niet.)

Heb je iemand gevonden die je wel leuk lijkt? En wijzen de eerste berichtjes erop dat jullie aardig op dezelfde golflengte zitten? Spreek dan zo snel mogelijk in het echt af.

Als er één ding is wat je moet weten voor je begint met online daten, is dit het. Ook al heeft Amy Webb het er niet over. (Expert-punten voor Wendy!)

Zo snel mogelijk, in het echt.

Want stel dat je in het echt geen klik voelt met die ander. Waarom zou je dan je kostbare tijd aan die persoon blijven besteden?

En als die ander in het echt juist wél even leuk is als online – of zelfs nog leuker – waar wacht je dan nog op?! Straks word je genadeloos ingehaald door een concurrent!

Dan heb ik het nog niet gehad over de (kleine) kans dat je met een catfish te maken hebt. Een nepprofiel. Maar de enige manier om erachter te komen of de persoon waarmee je contact hebt degene is die je op de foto’s ziet, is door – je raadt het al – in het echt af te spreken.

Dus, kortom, elkaar zo snel mogelijk in het echt ontmoeten is helemaal geen slecht idee. Integendeel.

Liefst vóórdat je gevoelens voor de ander krijgt. Dat kan je een hoop hartzeer besparen.

Spreek gewoon ergens af – op een openbare plek (!!!) – en ga samen iets drinken ofzo. Meer hoeft dat niet te zijn. Christina Wallace – van een andere leuke TED-talk over online daten – noemt dit de “zero date“. De date vóór een (eventuele) eerste date.

De zero date. Knoop het in je oren.

4. “Wie iets goed wil leren,
moet vooral veel repeteren.”

Die zero dates brengen me bij het laatste punt. Oefening baart kunst.

Volgens Christina Wallace kun je gerust drie zero dates in één avond proppen. Wat mij betreft een prima plan, al word ik behoorlijk scheef aangekeken als ik vertel dat ik drie van dat soort afspraakjes heb op twee weken tijd(!). Dus of het slim is om daar open over te zijn, is een tweede.

Maar goed. Laat je daardoor vooral niet tegenhouden. Regel zoveel zero dates als je wilt. Leer wat nieuwe mensen kennen. En als je merkt dat een bepaalde datingsite of -app niet bij je past, probeer dan gewoon een ander.

Ik ben na een maandje Pepper (mwoah) overgestapt op OKCupid. Ook heb ik Once eventjes uitgeprobeerd maar dat was één groot drama. Voor mij althans.

Het duurt misschien even voordat je je draai gevonden hebt. Maar als het goed is brengt elke (zero) date je dichter bij iemand met wie het heel goed klikt. En het levert je sowieso een pak mensenkennis en leuke verhalen op.

En dat is volgens mij alles wat je moet weten voor je begint met online daten. Dus, waar wacht je nog op? 😉

Heb je nog vragen voor deze “expert”? En voor de ervaren online daters: mis ik iets?

Foto:  Communicating from the Gutter” door Michael Coghlan, licentie CC BY-SA 2.0

“De leukste date- en reisverhalen”: waar dapperheid goed voor kan zijn

In het afscheidsboekje van mijn traineeprogramma staat welgeteld één quote over mij.

Over Wendy: “Ze is meestal rustig, maar heeft de leukste date- en reisverhalen”

Ik vind alles mooi aan deze quote. Het woordje “meestal”. De opmerking dat mijn date- en reisverhalen het leukst zijn. En dat ik blijkbaar, ondanks m’n kalme en onopvallende aanwezigheid, toch iets persoonlijks heb bijgedragen.

En niet alleen iets persoonlijks, maar ook iets dappers.

Want zowel daten als (solo)reizen waren lange tijd een absolute “no go” voor mij. Ik wou wel, maar ik geloofde dat het niet voor mij was weggelegd. Dat het gedoemd was te mislukken. Dat ik gegarandeerd af zou gaan, en dat niemand geïnteresseerd zou zijn.

Zo dacht ik pak-‘m-beet zes jaar geleden. Sindsdien heb ik heel wat kleine, doenlijke stappen gezet.

En dat levert dus de leukste date- en reisverhalen op. 😀

Die wetenschap is sowieso fijn, maar het maakt het reizen en daten ook een stuk makkelijker. Omdat ik nu kan denken: “Ach, stel dat het mislukt, dan heb ik in elk geval weer een mooi verhaal.”

Wat niet wil zeggen dát het altijd mislukt.

Ja, er zaten een paar rampzalige mannen en reisdagen tussen. Maar daar staat veel moois tegenover.

Als iemand mij zes jaar geleden had verteld dat ik ooit eens – op reis(!) – zou daten met een jongeman die aardig lijkt op een mix van Eddie Vedder en Johnny Depp, in hun fysieke hoogtijdagen…

Een combinatie van die twee spetters, maar dan met rossig haar en een bril… (Wat voor mij twee pluspunten zijn, want ik hou van mannen met rossig haar en een bril.)

Zes jaar geleden had ik die persoon vierkant uitgelachen. Voor gek verklaard. “Ja hoor, maak dat de kat wijs.”

En nu?

Nu vind ik het jammer dat er geen “en ze leefden nog lang en gelukkig” aan vastkleeft.

Maar het voelt vooral alsof ik onverwachts een prijs gewonnen heb. Een leuke beloning voor mezelf, voor dapperheid, en voor één van mijn leukste date- én reisverhalen tot nu toe.

Een vrouw danst alleen op het strand, bij een ondergaande zon. Misschien is ze vrijgezel, misschien ook niet... Het ziet er hoe dan ook vrolijk uit.

Lekker vrijgezel: hoe vier je (bijna) alle dagen Singles’ Day?

Vandaag is het 11 november. En da’s niet alleen het begin van een nieuwe carnavalsseizoen, maar ook Singles’ Day… Twee dingen waar ik veul ervaring mee heb: carnaval vieren, en vrijgezel zijn. En ik vind het allebei nog steeds leuk.

Volgens een simpel rekensommetje ben ik nu ruim 97,5% van mijn leven vrijgezel. Alleenstaand. Single. Als ik mijn relaties bij elkaar optel, kom ik niet eens aan één jaar…

En daar baal ik heus weleens van. Niet alleen omdat samenzijn (en samenwonen) absoluut bepaalde voordelen heeft, maar ook omdat ik al zo lang als single door het leven ga, dat ik mij serieus afvraag of ik nog zou kunnen wennen aan een langdurige relatie…

Kijk, wat mij betreft – en de meeste vrijgezellen zullen het (al dan niet stiekem) wel met me eens zijn – valt er meer te zeggen voor “een relatie hebben” dan voor “geen relatie hebben”. Wij mensen zijn nu eenmaal sociale wezens, en als iemand anders jouw voeten warm wil houden… Heerlijk!

Maar dat betekent NIET dat een relatie hebben altijd 100% geweldig is, koek en ei, rainbow unicorns en ze leefden nog lang en gelukkig.

Sterker nog: sommige aspecten van mijn huidige leven zou ik keihard missen zodra ik weer in een relatie beland. De voordelen van vrijgezel zijn. Zoals helemaal zelf bepalen waar ik in het weekend (en op vakantie) heen ga, een tweepersoonsbed voor mij alleen, geen gedeelde agenda hebben, geen rekening hoeven houden met wat mijn “Mr. Darcy” ergens van vindt…

Niet dat een vrijgezellenbestaan altijd over rozen gaat, maar het kán fantastisch zijn. Bij deze mijn tips voor een leuk leven als vrijgezel. Van een expert single lady, voor jullie.

Lekker vrijgezel zijn – tips:

  1. Schaam je er niet voor. Je schamen voor je vrijgezellenbestaan is dé doodsteek voor een happy single life. Waarom zou je dat doen?
  2. Ga alleen op reis. Ik blijf het zeggen…
  3. Geef vooral geld uit aan ervaringen. Op geen enkele dag wordt er wereldwijd zoveel geshopt als op Singles’ Day. Die mensen hebben het niet helemaal begrepen, vrees ik. Natuurlijk kun je jezelf en je (vrijgezelle) vrienden af en toe een cadeautje geven – zie volgende punt – maar van een huis vol rommel spullen wordt niemand echt gelukkig.
  4. Put a ring on it. Profiteer ervan. Doe eens gek. Mijn toestemming heb je – en die van Beyoncé.
  5. Ontdek wat jou gelukkig maakt. Wat heb jij nodig om een gelukkig leven te kunnen leiden? Iemand anders gaat dat waarschijnlijk niet voor je uitpluizen – ook niet als je wél een relatie hebt – dus doe het zelf. Altijd handig.
  6. Investeer in andere relaties. Die met je vrienden en familie, bijvoorbeeld…
  7. Erken je onzekerheden. Als je iets zeker denkt te weten, sta je niet open voor nieuwe kansen en alternatieve opties. Blijf je (positieve én negatieve) overtuigingen in twijfel trekken. Daarmee samenhangend: …
  8. Ga af en toe op date, hoe leuk je het ook vindt om vrijgezel te zijn.
  9. Neem je verantwoordelijkheid. Single of niet, jouw leven = jouw verantwoordelijkheid. Maakt je huidige situatie jou niet gelukkig? Kies dan voor iets anders.

Welke tip spreekt jou het meest aan? Ontbreekt er nog iets in dit rijtje?

Foto: “Dancing” door Moody Fotografi, licentie CC BY 2.0

Ties

“Ik hoop dat je geen kinderen krijgt, zodat de wereld een betere plek wordt.”

Soms, heel soms, kom ik iemand tegen die mijn wereld verandert. Iemand die vanaf het allereerste moment zo’n onverklaarbaar mooie indruk maakt, dat alle andere mensen in mijn wereld even verdwijnen. Iemand die me aan later doet denken, en aan de sprookjes van vroeger. En waarvan ik meteen hoop dat we samen oud worden, ook al is dat nog nergens op gebaseerd…

Ik wist meteen dat ik je wou leren kennen. Nee, ik móést je leren kennen. Ik moest weten of je er in het echt ook zo leuk uitzag en of je inderdaad ad rem, reislustig en bourgondisch bent.

Ad rem, reislustig en bourgondisch genoeg voor mij.

Ik kon en ik wou niet het risico nemen dat je aan mij voorbij zou gaan, dus besloot ik de smartphone in eigen hand te nemen en je een berichtje te sturen. (Normaal gesproken laat ik dat liever aan De Man over, maar moderne en bijzondere situaties vragen om een modern en bijzonder optreden, nietwaar?)

Je reageerde. Af en toe. Stroop door een trechtertje, dat idee.

Maar elke keer als mijn telefoon een geluidje maakte, hoopte ik dat jij het was. Wat negen van de tien keer niet het geval bleek te zijn, dus verklaarde ik mezelf keer op keer voor gek, wenste zelfs dat ik je nooit had gezien – om vervolgens bij je eerstvolgende berichtje eventjes de gelukkigste meid op aarde te zijn.

En toen gaf je mij je telefoonnummer.

“Sorry, ik deel mijn telefoonnummer alleen maar met mensen die ik een keer in het echt gezien heb.”

God, wat had ik dat principe graag overboord gegooid. Wat had ik je graag een keer verteld over Jan, en over Jeff, en waarom ik mij dankzij hen aan deze regel houd. En bovenal: wat had ik je dolgraag een keer in het echt gezien.

Maar het bleef stil. Dagenlang.

Ik bedacht allerlei gevatte berichtjes – “Meestal reageert iemand dan met: oh, oké, wanneer gaan we een biertje drinken?” – maar ik besloot ze niet te versturen. De stroperige communicatie had zijn tol geëist. Dus vrat ik mezelf op van binnen, maar mijn trots heeft toch echt een bodem.

Zondagavond, tijdens het tandenpoetsen, trilde mijn telefoon. Je had me een bericht gestuurd. Een lang bericht.

Dat je niet om mijn telefoonnummer vroeg, maar het jouwe gaf. Dat je uit mijn reactie opmaakte dat ik een achterdochtig en negatief persoon moest zijn. Dat jij liever op een positieve manier in de wereld staat, en dat je mij daarom nooit wil zien.

En toen die laatste zin.

“Ik hoop dat je geen kinderen krijgt, zodat de wereld een betere plek wordt.”

Ik heb mezelf in slaap gehuild, Ties. Je hebt me verkeerd begrepen, niet leren kennen, verschrikkelijk teleurgesteld én op mijn ziel getrapt. Bravo.

Ties, ik hoop dat je ooit het licht ziet.

En maak je geen zorgen: al was je de laatste man op aarde, jij zult niet de vader van mijn kinderen worden.

Het Meisje met de Zijden String

“Waarom denken mannen toch altijd dat vrouwen het makkelijk hebben, als het op flirten aankomt?” vroeg Chiara.

We zaten in mijn slaapkamer, met zijn drietjes, en hadden – zoals wel vaker – een diepgaand gesprek over mannen, vrouwen en het spel der liefde.

“Bovendien,” zo sloot ze haar betoog af, “hebben we hier meer concurrentie dan in ons eigen land”.

Ik schreef al eerder dat de mannen hier soms ogen tekort komen, en dat ontgaat mijn vriendinnen natuurlijk niet. Om de één of andere reden zijn jonge vrouwen hier gemiddeld knapper dan in Nederland, Italië en Macedonië.

(Merkwaardig genoeg geldt dat alleen voor jonge vrouwen. Oudere Poolse vrouwen komen minder goed weg.)

“Dus, hoezo ‘makkelijk’?!”

We schudden eensgezind onze hoofden.

Om het onderwerp niet al te zeer in mineur af te sluiten, zei ik: “Daarom ga ik graag naar het zwembad of de sauna. Om even te kijken hoe echte vrouwen eruit zien, zonder Photoshop, flatterende kleding of twintig lagen make-up…”

“Ik heb gisteren in Aquapark het perfecte meisje gezien,” zei Chiara ineens, met een zweem van schaamte en jaloezie in haar stem.

“Prachtige billen – in een zijden string. Een zijden string! Lange benen, strakke taille, grote borsten – échte borsten, aan haar BH te zien – enzovoorts… Maar vooral die kont. Ze was gewoon perfect. En ik stond daar, en keek naar mezelf… ‘Nee’, dacht ik.”

Een zucht ging door de kamer. Helaas, zelfs in het zwembad bleef haar de perfectie niet bespaard.

Veranderen in een bloedmooie vrouw zal moeilijk gaan, dus moet ik roeien met de riemen die ik heb, en de boel zo goed mogelijk onderhouden.

Tot afgelopen maand ging ik regelmatig een eind hardlopen, maar nu het kwik nauwelijks nog boven de 8 graden uitkomt, wordt buiten sporten een regelrechte kwelling. Dus moest ik op zoek naar iets anders, en uiteindelijk besloot ik mezelf in te schrijven bij de Fitness Academy in de Sky Tower, het hoogste gebouw van Polen, op ongeveer 10 minuten lopen van waar ik woon.

(Overigens bevindt die sportschool zich “slechts” op de derde verdieping.)

Na twintig minuten op de loopband en tien minuten op drie verschillende martelwerktuigen, liep ik de dameskleedzaal in – en meteen zag ik ze.

Twee prachtig ronde vrouwenbillen, nauwelijks verhuld door een huidkleurige zijden string. Geen pukkel, deukje of andere oneffenheid te bekennen. Ze staarden me aan, hielden mijn blik vast, ook al deed het pijn.

Ik wilde niet kijken, maar ik móést wel. Want alles aan haar was mooi, volmaakt, om niet te zeggen ‘perfect’.

Na een tijdje lukte het me om mijn blik af te wenden.

Ik keek opzij, in de spiegel. Een afgepeigerd, vuurrood, imperfect hoofd keek terug.

‘Nee’, dacht ik.

Twee ogen zo blauw

Wat krijg je als je een hoop jongeren uit verschillende landen voor langere tijd bij elkaar zet? …Vanalles, maar bovenal liefdesperikelen, in allerlei vormen en maten.

Verdriet – ‘ik mis hem zo!’. Twijfels – ‘zou hij vreemdgaan?’. Lust – ‘heb je die kont gezien?’. Haat – ‘ik vermoord hem, echt, ik vermoord hem!’ Hoop – ‘het komt vast goed.’ En liefde – ‘we zijn nu vier maanden samen’. En dat alles dwars door elkaar heen, in een eindeloze kakofonie.

Vooralsnog ben ik vooral een gelukkige toehoorder.

Ik luister naar mijn mannelijke collega’s, die zich hier in het paradijs wanen. (“Wow! Zag je haar? Oh mijn god, Poolse vrouwen zijn zo mooi! …Ja, ik weet het, ik heb een vriendin, maar ik geniet gewoon van de kleine mooie dingen des levens, weet je.”)

De vrouwen zijn over het algemeen een stuk minder te spreken over de mannen hier, maar naar hen luister ik evengoed.

Bijvoorbeeld naar Julia uit Oekraïne, als ze over haar Georgische vriend vertelt. Zij heeft al maanden een relatie met hem en ze wonen zelfs samen – “maar mijn ouders weten nog van niets, want Georgische mannen staan bekend als explosief, en ik wil niet dat mijn familie zich onnodig zorgen maakt”.

(Hoe houd je zoiets in godsnaam geheim, vraag ik me dan af. Haar familie moet toch op zijn minst een vermoeden hebben?)

Dat ik nog niet zoveel te vertellen heb over de liefde, en dat er maar weinig potentiële liefdes rondlopen – waarom zijn de mannen hier zo klein? – wil gelukkig niet zeggen dat er helemaal niets gebeurd.

Vooral op vrijdagavond, wanneer de EVS-ers en andere (inter)nationale vrienden elkaar opzoeken om al dansend en drinkend het weekend in te luiden, vliegen er genoeg hormonen door de lucht om tien reuzenpanda’s hitsig te krijgen….

Tja, probeer dan maar eens rustig te blijven.

Mijn crush heet Alessandro. Een aantrekkelijke, introverte, lange(!) Italiaan met prachtige blauwe kijkers.

We hebben uren samen gedanst, gelachen en geflirt en – hoewel het daarbij is gebleven en hij inmiddels weer in Italië woont – sindsdien spookt hij regelmatig door mijn hoofd.

Meestal vergezeld door een of ander fout nummer over blauwe ogen. Een teken dat ik het vreselijk te pakken heb.

Echt, ik heb geprobeerd om niet als een blok voor hem te vallen – iets zegt mij dat je maar beter niet verliefd kunt worden op een charmante, knappe, ondoorgrondelijke Italiaan – maar mamma mia, die ogen…

Met hem op de dansvloer voelde ik mij de koning te rijk. Een gevoel dat je niet vaak hebt als je minder dan zeven euro per dag verdient.

Afijn, zijn stage zit erop, terwijl ik hier nog acht maanden te gaan heb. In die tijd krijg ik vast nog veel meer love stories te verwerken, en wie weet…

Misschien waren die mooie blauwe ogen slechts een voorproefje.

Blind

Als kind was ik voor Feyenoord. Of eigenlijk: bij ons thuis waren de mannen voor Ajax, mijn moeder was voor Feyenoord en ik koos haar kant. Onder het mom van fair play, maar vooral om de competitie een beetje spannend te houden.

Later, zo rond mijn veertiende vermoed ik, veranderde mijn voorkeur. Ajax had namelijk Maarten Stekelenburg, en Maarten Stekelenburg had iets. Ik was nog steeds voor Feyenoord, samen met mijn moeder, maar ik keek vooral naar Stekelenburg. In het leven van een bakvisje gaan dat soort zaken prima samen.

In 2007 verhuisde ik naar Diemen, naar een kamer met uitzicht op de Amsterdam ArenA. Inmiddels heb ik dat stadion twee keer bezocht: één keer voor een rondleiding (met broerlief) en één keer voor een wedstrijd (met vaderlief). Na die wedstrijd ontving ik ineens mailtjes met als aanhef “beste Ajacied”, omdat ik de tickets besteld had. Het voelde allemaal een tikje onwennig… maar ik kreeg geen last van wroeging.

Want na Maarten kwam Daley. De Leukste Voetballer van de Eredivisie voetbalt bij Ajax, nog steeds. (En ik ben klaarblijkelijk niet de enige vrouw die daar zo over denkt.) Al had ‘ie van mij wel iets langer en ouder mogen zijn en doet ‘ie het op bewegend beeld beter dan in de Men’s Health… Eigenlijk snap ik niet eens waarom ik nou juist Daley de leukste vind, maar goed, mijn hersenen laten het wel vaker afweten bij mannen die iets hebben.

Ach ja, ik kan me maar beter geen illusies maken. Hij heeft al een vriendin en daarbij, volgens mij ben ik niet bepaald in de wieg gelegd om voetbalvrouw te worden.

Hoewel…
Ik ben al slechthorend. Daar past Blind toch ook nog wel bij? 😉

Vrouwen weten dondersgoed wanneer mannen buitenspel staan. - ome Henk van Loesje