Wat doe ik (minder) goed op m’n werk? [25 vragen in 52 weken, deel 6]

Eh, tsja.

Ten eerste heb ik nu geen werk.

Ten tweede: als je weet wat mijn grootste valkuil is, wat mij boos of verdrietig maakt, welke kwaliteiten daarbij horen, en hoe ik overkom op andere mensen, dan weet je ook wat mijn sterke en zwakke punten op de werkvloer zijn. Want die hangen daar natuurlijk mee samen.

En ten derde begin ik zo langzamerhand behoorlijk zenuwachtig – en chagrijnig – te worden, want ik wacht op een telefoontje.

Ik heb dit weekend namelijk op een hele mooie vacature gereageerd.

Sinds ik serieus aan het solliciteren ben – dus ongeveer vier maanden – ben ik nog maar twee keer eerder een soortgelijke vacature tegengekomen.

Eentje die bij mijn interesses en kwaliteiten past. Die aan mijn harde eisen voldoet. (‘Hooguit drie kwartier reistijd’ en ‘parttime’.) En waarvan ik oprecht zin krijg om weer aan de slag te gaan.

Blijft over: drie gave vacatures, op vier maanden tijd.

Ik probeer me daar niet teveel zorgen over te maken, maar dat valt niet mee.

Want ik heb die andere twee mooie functies dus al aan mijn neus voorbij zien gaan. De ene omdat het werkveld waarschijnlijk te pittig zou zijn, en de andere omdat ze iemand zochten met meer ervaring als adviseur.

En dus swing ik nog steeds tussen “ik wil een leuke baan die bij mij en mijn ambities past” en “wat een idiote zoektocht, dit wordt nooit wat, ik haat werken”.

Misschien is dat wel hét antwoord op de vraag van deze week.

Ik zie mijn werk als een verlengde van wie ik ben. Als het klikt tussen mijn werk en mij, dan gebeuren er magische dingen. Maar als het niet klikt – als ik het werk niet waardeer of andersom – dan vind ik het slechts een hoop stress en gedoe.

Een moeizame relatie met werk an sich. Wie herkent dat?

De volgende keer in deze reeks: “Op wie ben ik jaloers?”
En twee weken geleden: “Waar ben ik het meest trots op?”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *