Ik weet het nu zeker: tien uur lang op een boot verblijven vind ik stukken minder vervelend dan tien uur lang vastzitten in vliegtuigen en op vliegvelden.

Vanmorgen trok ik om kwart voor zeven de deur van het hostel achter mij dicht. Qua faciliteiten een dikke pluim voor dit hostel, vooral voor de bedden, maar ik zou de ‘gemeenschappelijke keuken’ eerder een ‘gemeenschappelijke kitchenette’ noemen, en de douches zaten onhandig in elkaar. Je moest steeds een knop indrukken voor 20 seconden water en ondertussen zelf de douchekop vasthouden. Ook de douches in Ljubljana werkten met een drukknop, beide onder het mom van ‘waterbesparing’, maar zolang je diezelfde knop niet kunt gebruiken om het water te stoppen en steeds opnieuw op de knop kunt drukken, zonder limiet, wordt er volgens mij meer water verspild dan bespaard. Maar goed. Toch zal ik dit hostel in Split waarschijnlijk snel vergeten. Weinig karakter, weinig gezelligheid.

Vanaf zeven uur kon ik mijn boarding pass ophalen en daarna mocht ik gelijk doorlopen naar de kade waar de veerboot aan zou meren. Al snel kwam de ‘Liburnija’ in zicht, een groot schip dat in tien uur van Split naar Dubrovnik zou varen, met een aantal tussenstops tussendoor.

(Er rijden ook bussen tussen Split en Dubrovnik, maar die rijden een stukje over Bosnisch grondgebied en ik weet niet zeker of ik daar met mijn ID-kaart doorheen mag rijden. Bovendien vind ik varen gewoon veel leuker. Er vaart trouwens ook een snellere dienst tussen beide steden, die er maar vijf uur over doet, maar daar kwam ik net te laat achter.)

Onderweg naar Dubrovnik heb ik lekker in het zonnetje gelegen, de boot van boven tot onder verkend, wat gelezen, maar vooral zomaar wat voor me uit gestaard. Ik heb me bedacht. Ik kan me best thuis voelen in deze streek… vanaf het water. Zet mij maar op een boot. Een lekker briesje, af en toe een paar druppels zeewater in mijn gezicht… Top. Op zulke momenten vraag ik me serieus af wat mijn voorouders ooit bezield heeft om noordelijker gelegen gebieden op te zoeken. Minder zonlicht! Minder warmte! Que?!
Alleen jammer dat de zee nauwelijks golfde en dat ik de boot moest delen met een mut gepensioneerden. Dat deed toch een beetje afbreuk aan mijn zeevaarders- en piratenfantasieën.

Nu zit ik in de gemeenschappelijke ruimte van ‘Villa Angelina’, wat in tegenstelling tot wat de naam doet vermoeden gewoon een hostel is. Net zoals ik in de ‘Villa Lila’ woon in plaats van in een paarse studentenflat.
Maar in tegenstelling tot hostel ‘Tchaikovski’ – volgens mij heb ik een voorkeur voor dure namen – heeft dit hostel wél veel karakter. Vooral het keukentje vind ik prachtig. Ik vermoed dat het keukenblok alles bij elkaar zo’n zes vierkante meter groot is, maar daarin staat en hangt werkelijk álles wat een gemeenschappelijke keuken nodig heeft. Een koelkast, een oven, een magnetron, een kookplaat, een gootsteen, keukenkastjes, afdruiprekken, kruidenrekjes, theedoeken… Je kunt het zo gek niet verzinnen of het staat/hangt/ligt wel ergens. Waardoor er nog maar een paar vierkante meter overblijft om te staan, en die meters moet je meestal delen met minstens één andere gast. Probeer dan maar eens niet met elkaar in gesprek te raken.

Van Dubrovnik heb ik nog maar weinig gezien, behalve dan dat de oude binnenstad volledig uit smalle steegjes en steile trappen lijkt te bestaan, met uiteraard hele oude huisjes aan weerszijden van elk steegje of trapje.

En nog een bevinding: hostelmannen zijn leuk. Dan heb ik het niet over de mannelijke gasten, maar over de mannen die de tent draaiende houden. In Bled, Zagreb én hier loopt minstens één hostelman rond waarvan ik denk: “Zo zo…” Pluspunt: ze weten precies wat ze moeten zeggen. Minpunt: ze weten precies wat ze moeten zeggen. Afblijven dus!

Nog maar twee nachtjes vakantie vieren en dan ben ik weer thuis (tenzij ik mijn vliegtuig mis).

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *